ECLI:NL:RBROT:2026:7938

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
10-099363-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 36f SrArt. 63 SrArt. 141 SrArt. 41 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling openlijke geweldpleging in vereniging met taakstraf en schadevergoeding

De rechtbank Rotterdam heeft op 24 juni 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging in vereniging tegen een persoon op 23 december 2022 in Rotterdam. De feiten betreffen meerdere geweldsincidenten in en rondom een café, waarbij het slachtoffer werd geslagen, geschopt en vastgepakt door een groep verdachten.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte, als lid van de groep, een significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld door een slaande beweging richting het slachtoffer te maken en niet afstand te nemen van de groep tijdens de incidenten. Het beroep op noodweer werd verworpen omdat de confrontatie door de groep werd opgezocht en het geweld niet noodzakelijk was.

De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werd hij hoofdelijk veroordeeld tot betaling van materiële schade van €3.477,13 en immateriële schade van €25.000,- aan het slachtoffer, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel. Een deel van de toekomstige schade werd niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 uur taakstraf en hoofdelijk tot betaling van €28.477,13 schadevergoeding aan slachtoffer.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-099363-23
Datum uitspraak: 24 juni 2026
Datum zitting: 10 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. W.B.M. Bos
Officieren van justitie: mr. L.H. de Jong en J.B. Wooldrik
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Advocaten van de benadeelde partij: mrs. A.R. Hamers en R.V. Hamers, waarnemend voor mr. F.J.M. Hamers
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen een persoon, samen met anderen gepleegd. De redelijke termijn is overschreden. De rechtbank legt een taakstraf van 40 uur op. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich - samengevat - te Rotterdam samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een persoon op 23 december 2022.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
hij op of omstreeks 23 december 2022 te Rotterdam openlijk, te weten, in [café 1] en/of op/aan de Witte de Withstraat, in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats en/of op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] bestaande dat in vereniging gepleegde geweld uit:
- het meermalen slaan in/op/tegen het gezicht en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het meermalen schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het naar de grond toebrengen van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het meermalen schoppen en/of slaan op/tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] , terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag en/of
- het (bij de nek) vastpakken van voornoemde [slachtoffer] en/of (daarbij) het schoppen op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of (daarbij) het meermalen slaan op/tegen de rug en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het trekken aan en/of duwen van voornoemde [slachtoffer] .

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 23 december 2022 te Rotterdam openlijk, te weten, in [café 1] en op de Witte de Withstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] bestaande uit:
- het meermalen slaan in/op/tegen het gezicht en het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en
- het schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en
- het (bij de nek) vastpakken van voornoemde [slachtoffer] en (daarbij) het meermalen slaan op/tegen de rug en het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en
- het trekken aan en duwen van voornoemde [slachtoffer] .
2.3.2.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [aangever] [2]
Ik doe aangifte van openlijke geweldpleging. Ik bevond mij op 23 december 2022, omstreeks 01.30 uur in [café 1] . Dit café bevindt zich aan de Witte de Withstraat in Rotterdam. Voor ik het wist werd ik besprongen door de man die tegenover mij stond. Dit bestond uit meerdere stoten met een gebalde vuist. Ik weet niet meer met welke hand hij sloeg. Het gebeurde allemaal heel snel. Ik voelde hierop een heftige pijn in mijn gezicht. Het laatste wat ik mij kan herinneren is dat ik naar links viel op de grond. Toen had ik niet meer door wat er allemaal gebeurde.
Ik ben op een of andere manier buiten gekomen, ik weet niet meer hoe. Er staat mij
vaag iets bij dat iemand mij optilde. Toen ik buiten was ging het verder. Het enige
wat ik me kan herinneren is dat mijn handen onder het bloed zaten van mijn gezicht.
Toen zag ik één van die mannen op mij afkomen. Dit weet even niet meer welke man dit was. Hierop weet ik niet meer wat er gebeurde. Ik vermoed door de klappen
op mijn hoofd.
2.
Proces-verbaal van de politie [3] Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik zag op de beelden het volgende.
Foto 5: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer met zijn rug richting de muur stond en voor de rest omsingeld was door verdachte 1, 3, 4 en 5. Ik zag dat het slachtoffer een stap naar links zette in de richting van de uitgang. Ik zag dat verdachte 1 een stap naar rechts zette waardoor hij de weg voor het slachtoffer blokkeerde. Ik zag dat het slachtoffer op minuut 51 :13 een korte voorwaartse beweging met zijn hoofd maakte in de richting van de verdachte 1.
Ik zag dat de verdachte (blauw omcirkeld) direct hierna zijn rechterarm omhoog bracht, van zijn rechterhand een gebalde vuist maakte en hiermee een snelle beweging maakte richting het gezicht van het slachtoffer. Ik zag dat deze vuist tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam.(…) Ik zag dat man 4, die links naast verdachte 1 stond direct hierop een klap gaf aan het slachtoffer door met zijn rechter gebalde vuist een beweging richting het hoofd van het slachtoffer te maken. Ik zag dat deze beweging tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam.
Ik zag dat man 2 (geel omcirkeld) richting het gevecht liep en erbij ging staan naast man 5 (groen omcirkeld).
Foto 6: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld), die rechts naast de verdachte stond, direct na de klap van verdachte 4 (roze omcirkeld) met zijn rechter gebalde vuist richting de linkerkant van het gezicht van het slachtoffer bewoog. Ik zag dat deze vuist het gezicht raakte.
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) hierna zijn rechtervuist omhooghaalde en snel bewoog richting het slachtoffer.(…). Ik zag dat verdachte 5 meerdere malen vuist snel bewoog richting het gezicht van het slachtoffer.
Foto 7: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 2 (geel omcirkeld) zijn armen om de nek van het slachtoffer legde. Ik zag dat verdachte 2 een springende beweging maakte en zijn lichaam legde op de rug van het slachtoffer. Ik zag dat de verdachten en het slachtoffer hierdoor naar de grond bewogen.
Foto 9: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) weer omhoogkwam. Ik zag dat verdachte 2 (geel omcirkeld) het slachtoffer (rood omcirkeld) bij zijn nek vast pakte met zijn arm en richting de rechterzijde van het café trok. Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld), terwijl het slachtoffer omhoogkwam, een hoge trap gaf richting het lichaam van het slachtoffer.
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) nog vijf maal met beide gebalde vuisten klappen gaf tegen de rug van het slachtoffer. Ik zag dat deze klappen raak waren door dat het slachtoffer (rood omcirkeld) en verdachte 2 (geel omcirkeld) op deze momenten kort heen en weer bewogen.
Foto 11: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) aan de rechterzijde van het beeld stil stond. Ik zag dat het slachtoffer achter verdachte 7 (wit omcirkeld) en verdachte 5 (groen omcirkeld) stond. Ik zag dat verdachte 5, verdachte 7 opzij duwde en zijn rechterarm met een snelle beweging richting de borst van het slachtoffer bewoog.
Foto 12: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 7 (wit omcirkeld) direct hierna zijn rechterarm optilde en met een gebalde vuist richting het gezicht van het slachtoffer bewoog.
Foto 13: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 6 (donkerblauw omcirkeld) zich vanaf het midden van het café zich tussen de mensen door beweegt in één directe lijn richting het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 6 zijn rechtervuist balde en boven zich hield ter hoogte van het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 6 deze vuist vier maal met een snelle beweging richting het slachtoffer bewoog.
Ik zag dat verdachte 2 tussen de mensen doorliep richting het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 2 het slachtoffer naar de uitgang sleepte.
Foto 14: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) op minuut 52:44 door verdachte 2 (geel omcirkeld) uit [café 1] werd gesleept.
Foto 19: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) richting het slachtoffer (rood omcirkeld) liep terwijl man 1 (paars omcirkeld) hem wegduwde. Ik zag dat verdachte 5 op minuut 56:13 één trappende beweging maakte met zijn linkerbeen richting het slachtoffer
3.
Proces-verbaal van de politie [4] Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik
hebde beelden bekeken en zag het volgende.
Foto 1: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 3 op minuut 28:00 [café 1] binnen ging. Verdachte 3 is ter verduidelijking grijs omcirkeld.
Foto 2: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 3 samen met andere verdachten richting het slachtoffer liepen. Ik zag dat verdachte 3 aan de linkerzijde van het slachtoffer bleef staan. Ik zag dat er een gevecht ontstond tussen de overige verdachten.
Foto 3: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat nadat het gevecht naar de grond verplaatste verdachte 3 zijn gezicht in beeld komen. Ik zag dat verdachte 3 nog rechtop stond.
Foto 4: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het gevecht opnieuw begon aan de rechterzijde van het café. Ik zag dat verdachte 3 richting dit gevecht liep. Ik zag dat ondertussen het slachtoffer naar buiten is gesleept. Ik zag dat verdachte 3 op minuut 54:10 door de uitgang naar buiten liep.
Foto 5: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 3 buiten bij de groep andere verdachten voor het café ging staan.
Foto 7: [bestandsnaam 2]
Ik zag verdachte 3 voorbij de ingang liep en linksboven in beeld stil ging staan. Ik zag dat toen het gevecht bovenin beeld weer begon, verdachte 3 richting het gevecht liep op minuut 56:10.
4.
Proces-verbaal van politie [5]
Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik zag op de beelden het volgende.
Foto 9: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat het gevecht verplaatste richting de straat waardoor het grotendeels uit beeld verdween. Ik zag dat verdachte 7 meeliep richting waar het gevecht plaatsvond.
Foto 10: [bestandsnaam 3]
Ik zag dat het slachtoffer direct op minuut 57:25 op de grond viel en op de grond bleef liggen.
Foto 11: [bestandsnaam 3]
Enkele seconden later zag ik dat verdachte 7 rechts in beeld liep op de stoep richting de linkerzijde van het beeld voor [café 2] uit de richting komend van het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 7 heen en weer liep voor [café 2] . Ik zag dat verdachte 7 naar zijn linker knokkels keek ik zag dat er roodkleurige plekken op zijn linkerknokkels zaten. Ik zag dat er ook roodkleurige plekken op zijn rechter knokkels zaten.
5.
Proces-verbaal van politie [6]
Ik was belast met de opsporing van het in registratienummer genoemde strafbare feit. In deze zaak zijn er zeven verdachten waarvan er van enkele nog geen identiteitsgegevens bij ons bekend zijn. Om achter de identiteit van de verdachten te komen maak ik gebruik van openbare bronnen en de politieprocessensystemen.
Één van de al bekende verdachten betreft verdachte 2, bij ons bekend als
[medeverdachte 1] . Mij is bekend dat verdachte 2 de naam [medeverdachte 1] als roepnaam gebruikt. Hierop heb ik op het online platform Facebook gezocht naar [medeverdachte 1] .
Ik heb door de lijst met vriendschappen van [medeverdachte 1] op facebook gekeken. Ik zag het volgende account in deze lijst staan: [verdachte] met een foto welke als Foto 1 is bijgevoegd aan dit proces- verbaal van bevindingen. Op de foto zag ik het volgende:
Een blanke man met kort blond haar, welke opzij is gekamd. Ik zag dat deze man een
beige jas droeg met een opvallende dubbele kraag in dezelfde kleur. Ik herken deze
man aan de bovengenoemde uiterlijke kenmerken en jas als zijnde verdachte 3.
Ik zag dat de jas die verdachte 3 droeg overeenkwam met de jas die [verdachte] op de
betreffende foto aanhad. Ik zag dat het opvallende kenmerk van de dubbele kraag in de
jas ook zichtbaar was op de camerabeelden.
Na onderzoek in de politieprocessensystemen zag ik de volgende gegevens:
[verdachte] , geboren [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] (Nederland), en kan ik [verdachte] aanmerken als verdachte.
6.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [7]
V: Waar was jij op 23 december 2022 omstreeks 02:00 uur?
A: Ik was in de Witte de Withstraat. Ik ben bij [café 1] geweest.
V: Wie is de persoon in de grijze cirkel?
A: Dat ben ikzelf, ga ik vanuit. Ik herken mijn jas en een beetje aan mijn haar.
Opmerking van de rechtbank: zie hierboven bewijsmiddel 5, dat is de verdachte 3.
V: Wat gebeurde er toen je zag dat je collega een kopstoot kreeg?
A: Toen heb ik zelf ook iets stoms gedaan. Ik heb me er bemoeid. Ik wilde hem slaan maar ik heb geen idee of ik hem heb geraakt.
V: Wat heb jij gedaan bij het slachtoffer?
A: Ik heb hem geprobeerd een klap te geven nadat hij die kopstoot had gegeven.
2.3.3.
Bewijsmotivering
De rechtbank leidt uit het dossier en het verhandelde op de zitting het volgende af. Op 23 december 2022 is de verdachte samen met zes medeverdachten op de Witte de Withstraat in Rotterdam. Op straat ontstaat ter hoogte van [café 3] een woordenwisseling tussen de verdachten en, naar achteraf blijkt, het slachtoffer [slachtoffer] . Dit leidt tot een confrontatie tussen het slachtoffer en verdachte 1. Beide partijen vervolgen daarna hun eigen weg. Later op de avond besluiten de verdachten [café 1] te bezoeken. In dat café was ook het slachtoffer aanwezig. Uit het dossier kan worden afgeleid dat in [café 1] meerdere geweldshandelingen hebben plaatsgevonden tegen het slachtoffer, waarbij de verdachten betrokken zijn geweest. In totaal vinden er drie momenten van geweld plaats, vrij kort achter elkaar. De eerste twee incidenten vinden plaats in [café 1] en het derde incident buiten op straat voor [café 1] .
Het eerste incident ontstaat nadat verdachte 1 wederom oog in oog komt te staan met het slachtoffer. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 1 naar het slachtoffer toe loopt, waarna het slachtoffer een stap opzij probeert te zetten. Vervolgens is te zien dat de verdachte 1 de weg van het slachtoffer blokkeert door eveneens een stap opzij te zetten, waardoor het slachtoffer geen kant op kan. Het slachtoffer maakt vervolgens een voorwaartse kopstootbeweging in de richting van verdachte 1, waarna verdachte 1 het slachtoffer meerdere klappen geeft. Vervolgens ontstaat er een gevecht, waarbij meerdere personen, waaronder het slachtoffer, op de grond vallen en het slachtoffer geslagen wordt door verdachte 1 en verdachte 5. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 2 op het gevecht af loopt, zijn armen om de nek van het slachtoffer slaat en hem vervolgens meetrekt richting de uitgang van het café. Terwijl verdachte 2 het slachtoffer omhoog trekt, schopt en slaat verdachte 5 het slachtoffer. De verdachte verlaat daarna het café. Daarna is het korte tijd rustig in het café.
Het tweede incident ontstaat nadat verdachte 1 de kopstootbeweging nadoet voor een aantal van de andere verdachten, zoals blijkt uit de camerabeelden en uit zijn eigen verklaring. Dit leidt ertoe dat verdachte 5, verdachte 7 en verdachte 6 zich richting het slachtoffer bewegen, waarna zij hem alle drie slaan. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 2 het café weer binnen komt, zijn arm om de nek van het slachtoffer slaat en hem wederom richting de uitgang van het café trekt. Uiteindelijk trekt verdachte 2 het slachtoffer naar buiten en geeft hem nog een duw in zijn rug weg van het café.
Het derde incident ontstaat buiten nadat het slachtoffer even weg is geweest en weer terugloopt richting het café. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 5 naar het slachtoffer rent en een trappende beweging naar hem maakt. Als het slachtoffer dan wegloopt van het café, lopen alle verdachten, behalve verdachte 4, richting het slachtoffer. Uit de combinatie van de camerabeelden en de verklaring van de getuige [getuige] blijkt in elk geval dat leden van de onderhavige groep (de verdachten 1, 2, 5 en 7) erbij staan als tegen het slachtoffer geweld wordt gepleegd. Dit geweld stopt als het slachtoffer op de grond valt en blijft liggen. Nadat het slachtoffer op de grond is gevallen is te zien dat ook verdachte 6 erbij staat. Op basis van de camerabeelden buiten het café stelt de rechtbank vast dat verdachte 7 ook betrokken is geweest bij het derde incident. Op de camerabeelden is namelijk te zien dat verdachte 7, vrijwel direct nadat het slachtoffer op de grond is gevallen en het geweld richting hem is geëindigd, naar zijn linkerhand kijkt en roodkleurige plekken heeft op zijn linker- en rechterknokkels. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte 7 tijdens het derde incident het slachtoffer met kracht heeft geslagen.
Als gezegd is de verdachte verdachte 3. Hij heeft verklaard dat hij heeft geprobeerd het slachtoffer te slaan tijdens het eerste incident
.De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken, nu hij geen voldoende significante bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging.
De rechtbank oordeelt als volgt. Wie deel uit maakt van een groep en een significante of wezenlijke bijdrage levert aan openlijk geweld, is strafrechtelijk aansprakelijk in de zin van artikel 141, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor al het geweld dat door leden van die groep wordt uitgeoefend. Daarbij is niet vereist dat de verdachte opzet heeft op dan wel weet heeft van elke geweldshandeling die door elk van de leden van de groep wordt uitgeoefend (HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:132). De deelname aan de groep en daarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 141, eerste lid, Sr eindigt op het moment dat geen van de deelnemers meer geweld gebruikt. Gaan andere deelnemers dan de verdachte door met het gebruiken van geweld eindigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte pas als hij zich intellectueel en/of fysiek aan de groep onttrekt.
In deze zaak heeft de verdachte deel uitgemaakt van een groep en een significante bijdrage geleverd aan openlijk geweld door een slaande beweging richting het slachtoffer te maken tijdens het eerste incident. Ook is de verdachte buiten het café nog in het gezelschap van de andere leden van de groep en is hij met zijn medeverdachten achter het slachtoffer aan gelopen nadat verdachte 5 het slachtoffer trapte, waarna voor de derde keer geweld tegen het slachtoffer werd gepleegd. De verdachte heeft zich gedurende de incidenten waarop het opsporingsonderzoek en de tenlastelegging zien niet intellectueel en/of fysiek aan de groep onttrokken. Daardoor is hij strafrechtelijk aansprakelijk voor het openlijke geweld gedurende elk van de incidenten. Dat niet kan worden bewezen dat hij tijdens het tweede en derde incident zelf geweldshandelingen heeft gepleegd maakt dit niet anders. Aldus acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.
Voor zover de overige verweren van de verdediging niet zijn weerlegd in de hierboven opgenomen bewijsmotivering, volgt de weerlegging daarvan uit de gebezigde bewijsmiddelen.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon.
3.2.
Beroep op noodweer
De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte uit noodweer heeft gehandeld en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij heeft zich verdedigd tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van medeverdachte [medeverdachte 2] . De verdachte heeft geprobeerd [medeverdachte 2] te verdedigen, nadat hij een kopstoot kreeg van het slachtoffer.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Voor een geslaagd beroep op noodweer dient te worden vastgesteld dat het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding als bedoeld in artikel 41 Sr Pro. Of de verdediging tegen de (veronderstelde) aanranding noodzakelijk en geboden was, leent zich niet voor beantwoording in algemene zin. Bij de beoordeling daarvan komt mede betekenis toe aan de waardering van de feitelijke omstandigheden van het geval.
De rechtbank stelt vast dat het eerste incident, zoals hierboven omschreven, ontstaat nadat verdachte 1 oog in oog komt te staan met het slachtoffer, niet doorloopt naar de uitgang maar blijft staan en de confrontatie aangaat met het (latere) slachtoffer. Verdachte 1 brengt het slachtoffer in een situatie waardoor deze geen kant op kan, waarna eerst het slachtoffer een kopstootbeweging maakt en verdachte 1 het slachtoffer daarna meerdere malen slaat. Nu de verdachte 1 de confrontatie zo uitdrukkelijk opzoekt kan er van een noodzakelijke verdediging geen sprake zijn. Hetzelfde geldt voor het tweede incident, waarbij het gevecht weer begon nadat het slachtoffer werd aangevallen door meerdere verdachten.
Het verweer slaagt niet. De verdachte is strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om de door de officier van justitie gevorderde straf te matigen, gelet op de beperkte rol van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen het slachtoffer [slachtoffer] . Tijdens een avond uit ontstond een confrontatie tussen de verdachte en de medeverdachten enerzijds en het slachtoffer anderzijds. Naar aanleiding van deze confrontatie is het slachtoffer door de groep van verdachten meerdere keren aangevallen, vastgepakt, geslagen en geduwd. De verdachte heeft een slaande beweging richting het slachtoffer gemaakt. Door het handelen van de groep waar de verdachte onderdeel van was, hebben zij een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en gezondheid van het slachtoffer [slachtoffer] . Als gevolg van het geweld heeft [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een hersenschudding, een gebroken enkel en meerdere breuken in het gezicht. Uit de door het slachtoffer ingediende vordering tot schadevergoeding blijkt dat hij tot op heden, te weten drie en een half jaar na het strafbare feit, niet volledig is genezen en nog altijd de psychische en lichamelijke gevolgen van het gebeuren ondervindt.
Daarnaast heeft de verdachte met zijn handelen de openbare orde verstoord. Dergelijk (uitgaans)geweld zorgt, zeker in een druk en vol café waarbij meerdere bezoekers getuigen waren van het geweld, doorgaans voor maatschappelijke onrust en algemene gevoelens van onveiligheid.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 mei 2026 blijkt dat de niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf. Artikel 63 Sr Pro is van toepassing, hetgeen de rechtbank in strafmatigende zin meeweegt.
Rapport van de reclassering
Reclassering Nederland heeft op 17 juni 2024 over de verdachte gerapporteerd. In het rapport staat onder meer het volgende. Volgens de reclassering is er geen sprake van een delictpatroon. De verdachte is sinds deze strafzaak niet meer in aanraking gekomen met
politie en justitie. De leefgebieden van de verdachte zijn volgens de reclassering stabiel. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering vindt interventies of toezicht niet nodig.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte werkt nog steeds in een metaalrecyclingbedrijf.
4.3.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 28 maart 2023, omdat de verdachte toen voor het eerst als verdachte is verhoord en geconfronteerd met de verdenking die op hem rust. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Tot aan dit vonnis is een periode van drie jaar en drie maanden verstreken. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf.
4.3.4.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit, de beperkte rol die de verdachte daarin gespeeld heeft en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarnaast houdt de rechtbank - in strafmatigende zin - rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Daarom wordt een taakstraf van 40 uur opgelegd.

5.Vordering van de benadeelde partij

5.1.
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij € 3.477,13 als vergoeding voor materiële schade, € 25.000,- als vergoeding voor immateriële schade en € 3000,- toekomstige nog nader te onderbouwen schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
Voor wat betreft de immateriële schade refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank. De vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade kan geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
5.3.
Standpunt van de verdediging
De vordering van de benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk worden verklaard, gezien de bepleite vrijspraak. Subsidiair wordt naar voren gebracht dat de vordering te laat is ingediend.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
5.4.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen, omdat deze is in voldoende mate onderbouwd en door de verdediging met onvoldoende argumenten weersproken. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de gevorderde kosten redelijk. Dit betekent dat de verdachte € 3.477,13 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
5.4.2.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een hersenschudding, een gebroken enkel en meerdere breuken in het gezicht. Uit de vordering van de benadeelde partij blijkt dat hij tot op heden, te weten drie en een half jaar na het incident, niet volledig is genezen. Er is sprake van blijvende asymmetrie van het gezicht en een blijvend litteken in zijn gezicht en op zijn enkel. Ook heeft hij nog steeds last van blijvende gevoelsvermindering in zijn gezicht en drukpijn en lichtflitsen bij het openen van zijn ogen. Daarnaast ervaart de benadeelde partij nog steeds verminderde stabiliteit en belastbaarheid van de enkel en hij kan niet op zijn oude niveau sporten.
De rechtbank heeft acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de vaststelling en begroting van schade als hier aan de orde. Gelet op de bedragen aan immateriële schadevergoeding die volgens de Rotterdamse Schaal in vergelijkbare gevallen doorgaans worden toegekend, komt de gevorderde immateriële schadevergoeding de rechtbank niet overmatig voor en acht de rechtbank toewijzing van het gehele gevorderde bedrag van € 25.000,- billijk. Hierbij is tevens rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit) en de verwachting over het herstel. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 25.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
5.4.3.
Nader te onderbouwen schade
De benadeelde partij heeft een post nader te onderbouwen schade in zijn vordering opgenomen. Nu niet concreet is onderbouwd dat deze gevorderde schade in de toekomst ook daadwerkelijk zal worden geleden, wordt dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
5.4.4.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
5.4.5.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De wettelijke rente over de immateriële schade wordt toegewezen vanaf 23 december 2022, zijnde de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De wettelijke rente over de materiële schade wordt ten aanzien van het eigen risico, de huurkosten voor de krukken, de ziekenhuisdaggeldvergoeding, de kledingschade en de kosten zonder nut eveneens toegewezen vanaf 23 december 2022, zijnde de datum waarop de schade is ingetreden.
Wat de reiskosten en de kosten voor de fysiotherapie, huishoudelijke hulp en mantelzorg betreft, is aannemelijk geworden dat deze kosten zijn gemaakt gedurende een uiteenlopende periode, zodat de wettelijke rente vanaf het midden van deze periode zal worden toegewezen.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 153 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bovengenoemde beslissingen zijn opgenomen in onderstaande tabel.
Benadeelde partij
Toegewezen materieel
Toegewezen immaterieel
Totaal toegewezen en SVM
Wettelijke rente
vanaf
[benadeelde partij]
a. eigen risico
€ 47,31
b. huurkosten krukken € 20,-
c. ziekenhuisdaggeldvergoeding € 105,-
d. kledingschade
€ 250,-
e. kosten zonder nut
€ 1.496,61
f. reiskosten € 74,91
g. fysiotherapie
€ 426,80
h. huishoudelijke hulp
€ 682,50
i. mantelzorg € 374,-
totaal = € 3.477,13
j. € 25.000,-
€ 28.477,13
a, b, c, d, e en j:
23-12-2022
f: 20-02-2023
g: 24-04-2023
h en i:
06-02-2023

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 36f, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 40 (veertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
20 (twintig) dagen;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om aan de benadeelde partij [benadeelde partij] , te betalen het bedrag aan materiële en immateriële schade zoals genoemd in de onderstaande tabel, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in de onderstaande tabel genoemde data tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door andere mededaders (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat het bedrag te betalen zoals genoemd in de onderstaande tabel (kolom ‘SVM’), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in onderstaande tabel genoemde data tot de dag van volledige betaling;
bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
153 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat hebben vergoed.
Benadeelde partij
Toegewezen materieel
Toegewezen immaterieel
Totaal toegewezen en SVM
Wettelijke rente
vanaf
[benadeelde partij]
a. eigen risico
€ 47,31
b. huurkosten krukken € 20,-
c. ziekenhuisdaggeldvergoeding € 105,-
d. kledingschade
€ 250,-
e. kosten zonder nut
€ 1.496,61
f. reiskosten € 74,91
g. fysiotherapie
€ 426,80
h. huishoudelijke hulp
€ 682,50
i. mantelzorg € 374,-
totaal = € 3.477,13
j. € 25.000,-
€ 28.477,13
a, b, c, d, e en j:
23-12-2022
f: 20-02-2023
g: 24-04-2023
h en i:
06-02-2023

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.L.M. Boek, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en E. van Vliet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 juni 2026.
Mrs. Spoormakers en Van Vliet zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 1] .
2.Pagina 20 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] .
3.Pagina 171 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] .
4.Pagina 191 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4] .
5.Pagina 248 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5] .
6.Pagina 154 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6] .
7.Pagina 81 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7] .