ECLI:NL:RBROT:2026:7928

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
10-099391-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 36f SrArt. 141 SrArt. 41 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijke geweldpleging met toewijzing schadevergoeding

Op 23 december 2022 heeft de verdachte samen met anderen in Rotterdam openlijk geweld gepleegd tegen een persoon, bestaande uit meerdere keren slaan, schoppen, vastpakken en duwen, zowel binnen een café als op straat.

De rechtbank baseert haar bewezenverklaring op camerabeelden, getuigenverklaringen en het dossier. De verdachte wordt als initiator van het eerste incident aangemerkt en strafrechtelijk aansprakelijk gehouden voor alle geweldshandelingen van de groep, ook al heeft hij niet aan alle incidenten fysiek deelgenomen.

De verdediging voerde noodweer en noodweerexces aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren omdat de verdachte de confrontatie opzocht en het geweld niet noodzakelijk was. De verdachte heeft geen strafblad en toont spijt.

De redelijke termijn is overschreden, waardoor de straf wordt gematigd tot een taakstraf van 120 uur met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen: €3.477,13 materiële schade en €25.000 immateriële schade, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel.

De verdachte wordt hoofdelijk veroordeeld samen met mededaders en de rechtbank legt een gijzeling van maximaal 153 dagen op als dwangmiddel bij niet-betaling.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur taakstraf en hoofdelijk aansprakelijk voor materiële en immateriële schadevergoeding aan slachtoffer.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-099391-23
Datum uitspraak: 24 juni 2026
Datum zitting: 10 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. J.W. Vedder
Officieren van justitie: mr. L.H. de Jong en J.B. Wooldrik
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Advocaten van de benadeelde partij: mrs. A.R. Hamers en R.V. Hamers, waarnemend voor mr. F.J.M. Hamers
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen een persoon, samen met anderen gepleegd. De redelijke termijn is overschreden. De rechtbank legt een taakstraf van 120 uur op, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich - samengevat - te Rotterdam samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een persoon op 23 december 2022.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
hij op of omstreeks 23 december 2022 te Rotterdam openlijk, te weten, in [café 1] en/of op/aan de Witte de Withstraat, in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats en/of op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] bestaande dat in vereniging gepleegde geweld uit:
- het meermalen slaan in/op/tegen het gezicht en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het meermalen schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het naar de grond toebrengen van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het meermalen schoppen en/of slaan op/tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] , terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag en/of
- het (bij de nek) vastpakken van voornoemde [slachtoffer] en/of (daarbij) het schoppen op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of (daarbij) het meermalen slaan op/tegen de rug en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- het trekken aan en/of duwen van voornoemde [slachtoffer] .

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor zover het feit ziet op de deelname van de verdachte aan het tweede en derde gewelddadige incident. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 23 december 2022 te Rotterdam openlijk, te weten, in [café 1] en op de Witte de Withstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] bestaande uit:
- het meermalen slaan in/op/tegen het gezicht en het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en
- het schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en
- het (bij de nek) vastpakken van voornoemde [slachtoffer] en (daarbij) het meermalen slaan op/tegen de rug en het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en
- het trekken aan en duwen van voornoemde [slachtoffer] .
2.3.2.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [aangever] [2]
Ik doe aangifte van openlijke geweldpleging. Ik bevond mij op 23 december 2022, omstreeks 01.30 uur in [café 1] . Dit café bevindt zich aan de Witte de Withstraat in Rotterdam. Voor ik het wist werd ik besprongen door de man die tegenover mij stond. Dit bestond uit meerdere stoten met een gebalde vuist. Ik weet niet meer met welke hand hij sloeg. Het gebeurde allemaal heel snel. Ik voelde hierop een heftige pijn in mijn gezicht. Het laatste wat ik mij kan herinneren is dat ik naar links viel op de grond. Toen had ik niet meer door wat er allemaal gebeurde.
Ik ben op een of andere manier buiten gekomen, ik weet niet meer hoe. Er staat mij
vaag iets bij dat iemand mij optilde. Toen ik buiten was ging het verder. Het enige
wat ik me kan herinneren is dat mijn handen onder het bloed zaten van mijn gezicht.
Toen zag ik één van die mannen op mij afkomen. Dit weet even niet meer welke man dit was. Hierop weet ik niet meer wat er gebeurde. Ik vermoed door de klappen
op mijn hoofd.
2.
Proces-verbaal van de politie [3] Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik zag op de beelden het volgende.
Foto 5: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer met zijn rug richting de muur stond en voor de rest omsingeld was door verdachte 1, 3, 4 en 5. Ik zag dat het slachtoffer een stap naar links zette in de richting van de uitgang. Ik zag dat verdachte 1 een stap naar rechts zette waardoor hij de weg voor het slachtoffer blokkeerde. Ik zag dat het slachtoffer op minuut 51 :13 een korte voorwaartse beweging met zijn hoofd maakte in de richting van de verdachte 1.
Ik zag dat de verdachte (blauw omcirkeld) direct hierna zijn rechterarm omhoog bracht, van zijn rechterhand een gebalde vuist maakte en hiermee een snelle beweging maakte richting het gezicht van het slachtoffer. Ik zag dat deze vuist tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam.(…) Ik zag dat man 4, die links naast verdachte 1 stond direct hierop een klap gaf aan het slachtoffer door met zijn rechter gebalde vuist een beweging richting het hoofd van het slachtoffer te maken. Ik zag dat deze beweging tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam.
Ik zag dat man 2 (geel omcirkeld) richting het gevecht liep en erbij ging staan naast man 5 (groen omcirkeld).
Foto 6: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld), die rechts naast de verdachte stond, direct na de klap van verdachte 4 (roze omcirkeld) met zijn rechter gebalde vuist richting de linkerkant van het gezicht van het slachtoffer bewoog. Ik zag dat deze vuist het gezicht raakte.
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) hierna zijn rechtervuist omhooghaalde en snel bewoog richting het slachtoffer.(…). Ik zag dat verdachte 5 meerdere malen vuist snel bewoog richting het gezicht van het slachtoffer.
Foto 7: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 2 (geel omcirkeld) zijn armen om de nek van het slachtoffer legde. Ik zag dat verdachte 2 een springende beweging maakte en zijn lichaam legde op de rug van het slachtoffer. Ik zag dat de verdachten en het slachtoffer hierdoor naar de grond bewogen.
Foto 9: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) weer omhoogkwam. Ik zag dat verdachte 2 (geel omcirkeld) het slachtoffer (rood omcirkeld) bij zijn nek vast pakte met zijn arm en richting de rechterzijde van het café trok. Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld), terwijl het slachtoffer omhoogkwam, een hoge trap gaf richting het lichaam van het slachtoffer.
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) nog vijf maal met beide gebalde vuisten klappen gaf tegen de rug van het slachtoffer. Ik zag dat deze klappen raak waren door dat het slachtoffer (rood omcirkeld) en verdachte 2 (geel omcirkeld) op deze momenten kort heen en weer bewogen.
Foto 11: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) aan de rechterzijde van het beeld stil stond. Ik zag dat het slachtoffer achter verdachte 7 (wit omcirkeld) en verdachte 5 (groen omcirkeld) stond. Ik zag dat verdachte 5, verdachte 7 opzij duwde en zijn rechterarm met een snelle beweging richting de borst van het slachtoffer bewoog.
Foto 12: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 7 (wit omcirkeld) direct hierna zijn rechterarm optilde en met een gebalde vuist richting het gezicht van het slachtoffer bewoog.
Foto 13: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 6 (donkerblauw omcirkeld) zich vanaf het midden van het café zich tussen de mensen door beweegt in één directe lijn richting het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 6 zijn rechtervuist balde en boven zich hield ter hoogte van het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 6 deze vuist vier maal met een snelle beweging richting het slachtoffer bewoog.
Ik zag dat verdachte 2 tussen de mensen doorliep richting het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 2 het slachtoffer naar de uitgang sleepte.
Foto 14: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) op minuut 52:44 door verdachte 2 (geel omcirkeld) uit [café 1] werd gesleept.
Foto 19: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) richting het slachtoffer (rood omcirkeld) liep terwijl man 1 (paars omcirkeld) hem wegduwde. Ik zag dat verdachte 5 op minuut 56:13 één trappende beweging maakte met zijn linkerbeen richting het slachtoffer
3.
Proces-verbaal van de politie [4] Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik
hebde beelden bekeken en zag het volgende.
Foto 1: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 1 op minuut 28:00 [café 1] binnen ging. Verdachte 1 is ter verduidelijking blauw omcirkeld.
Foto 4: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 1 op minuut 50:38 stil ging staan voor het gezicht van het slachtoffer, welke in het midden van het café stil stond. Ik zag dat verdachte 1 en het slachtoffer met de gezichten richting elkaar stonden.
Foto 5: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer een stap naar links zette in de richting van de uitgang. Ik zag dat verdachte 1 een stap naar rechts zette waardoor hij de weg voor het slachtoffer blokkeerde. Ik zag dat verdachte 1 direct zijn rechterarm omhooghaalde en zijn rechtervuist met een snelle beweging richting de linkerzijde van het gezicht van het slachtoffer bewoog. Ik zag dat het slachtoffer hierdoor met zijn hoofd snel naar achteren bewoog. Ik zag dat het slachtoffer meerdere keren werd geslagen door andere verdachten.
Ik zag dat verdachte 1 met zijn gezicht richting het slachtoffer gericht bleef staan. Ik zag dat verdachte 1, het slachtoffer en de overige verdachte veel heen en weer bewogen. Ik zag dat de verdachte 1 uit zicht verdween omdat op minuut 51:20 hij richting de grond bewoog. Ik zag dat het slachtoffer door een andere verdachte werd weggetrokken naar de rechterzijde van het café.
Foto 7: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 1 een kopstoot beweging maakte in de lucht. Ik zag dat de overige verdachten zich direct erna omdraaiden richting het slachtoffer. Ik zag dat de
overige verdachten het slachtoffer sloegen.
Foto 8: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 1 zich op minuut 52:34 richting het gevecht met het slachtoffer aan de rechterzijde van het café bewoog. Ik zag dat het slachtoffer ondertussen naar buiten is getrokken op minuut 52:34.
Foto 10: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 1 op minuut 53:30 het café uitliep.
Foto 11 : [bestandsnaam 3]
Ik zag dat verdachte 1 onder de parasol bleef staan van het terras. Ik zag dat terwijl het slachtoffer terugliep richting [café 1] , verdachte 1 op minuut 56:45 rechts onderin in beeld stond.
Foto 12: [bestandsnaam 4]
Ik zag dat verdachte 1 ongeveer één minuut later richting het gevecht op straat liep. Ik zag dat verdachte 1 hierdoor uit beeld liep. Ik zag dat verdachte 1 op minuut 57:36 in beeld liep.
4.
Proces-verbaal van politie [5]
Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] )meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik zag op de beelden het volgende.
Foto 9: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat het gevecht verplaatste richting de straat waardoor het grotendeels uit beeld verdween. Ik zag dat verdachte 7 meeliep richting waar het gevecht plaatsvond.
Foto 10: [bestandsnaam 4]
Ik zag dat het slachtoffer direct op minuut 57:25 op de grond viel en op de grond bleef liggen.
Foto 11: [bestandsnaam 4]
Enkele seconden later zag ik dat verdachte 7 rechts in beeld liep op de stoep richting de linkerzijde van het beeld voor [café 2] uit de richting komend van het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 7 heen en weer liep voor [café 2] . Ik zag dat verdachte 7 naar zijn linker knokkels keek ik zag dat er roodkleurige plekken op zijn linkerknokkels zaten. Ik zag dat er ook roodkleurige plekken op zijn rechter knokkels zaten.
5.
Proces-verbaal van de politie [6]
Ik deed onderzoek naar een openlijke geweldpleging die
plaatsvond op 23 december 2022 in uitgaansgelegenheid ' [café 1] ' aan de Witte de
Witstraat te Rotterdam.
In het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden onder [proces-verbaalnummer 1] zijn de
verdachten met nummer genoemd en weergegeven in een bepaalde kleur cirkel. Ik
vergeleek de verschillende verdachten met de foto's van de in dit proces-verbaal
genoemde verdachten en concludeerde daarbij het volgende:
In proces-verbaal van bevindingen: uitkijken camerabeelden, werd verdachte (1 )
weergegeven in een blauwe cirkel. Ik zag dat de persoon beschreven als verdachte
(1)bleek te zijn:
[verdachte] , geboren [geboortedatum] 1996.
6.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [7]
V: Wat is er gebeurd op vrijdag 23 december 2022?
A: We hadden de 23e een personeelsfeest gehad van de zaak. Wij zijn toen naar de Witte de With gegaan. Wij waren met een man of 15 denk ik totaal. Bij [café 1] was het dusdanig rustig dat wij binnen mochten komen en een biertje konden drinken.
V: Wie is de persoon in de lichtblauwe cirkel?
A: Dat ben ik.
V: Wat heb jij gedaan bij het slachtoffer?
A: Ik heb die jongen geslagen. Dat kan ik mij goed herinneren en toen kwamen er allemaal collega's overheen.
V: Hoe heb jij geslagen?
A: Met mijn vuist.
V : Hoe vaak?
A: Minimaal twee keer.
2.3.3.
Bewijsmotivering
De rechtbank leidt uit het dossier en het verhandelde op de zitting het volgende af. Op 23 december 2022 is de verdachte samen met zes medeverdachten op de Witte de Withstraat in Rotterdam. Op straat ontstaat ter hoogte van café De Witte Aap een woordenwisseling tussen de verdachten en, naar achteraf blijkt, het slachtoffer [slachtoffer] . Dit leidt tot een confrontatie tussen het slachtoffer en verdachte 1. Beide partijen vervolgen daarna hun eigen weg. Later op de avond besluiten de verdachten [café 1] te bezoeken. In dat café was ook het slachtoffer aanwezig. Uit het dossier kan worden afgeleid dat in [café 1] meerdere geweldshandelingen hebben plaatsgevonden tegen het slachtoffer, waarbij de verdachten betrokken zijn geweest. In totaal vinden er drie momenten van geweld plaats, vrij kort achter elkaar. De eerste twee incidenten vinden plaats in [café 1] en het derde incident buiten op straat voor [café 1] .
Het eerste incident ontstaat nadat verdachte 1 wederom oog in oog komt te staan met het slachtoffer. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 1 naar het slachtoffer toe loopt, waarna het slachtoffer een stap opzij probeert te zetten. Vervolgens is te zien dat de verdachte 1 de weg van het slachtoffer blokkeert door eveneens een stap opzij te zetten, waardoor het slachtoffer geen kant op kan. Het slachtoffer maakt vervolgens een voorwaartse kopstootbeweging in de richting van verdachte 1, waarna verdachte 1 het slachtoffer meerdere klappen geeft. Vervolgens ontstaat er een gevecht, waarbij meerdere personen, waaronder het slachtoffer, op de grond vallen en het slachtoffer geslagen wordt door verdachte 1 en verdachte 5. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 2 op het gevecht af loopt, zijn armen om de nek van het slachtoffer slaat en hem vervolgens meetrekt richting de uitgang van het café. Terwijl verdachte 2 het slachtoffer omhoog trekt, schopt en slaat verdachte 5 het slachtoffer. De verdachte verlaat daarna het café. Daarna is het korte tijd rustig in het café.
Het tweede incident ontstaat nadat verdachte 1 de kopstootbeweging nadoet voor een aantal van de andere verdachten, zoals blijkt uit de camerabeelden en uit zijn eigen verklaring. Dit leidt ertoe dat verdachte 5, verdachte 7 en verdachte 6 zich richting het slachtoffer bewegen, waarna zij hem alle drie slaan. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 2 het café weer binnen komt, zijn arm om de nek van het slachtoffer slaat en hem wederom richting de uitgang van het café trekt. Uiteindelijk trekt verdachte 2 het slachtoffer naar buiten en geeft hem nog een duw in zijn rug weg van het café.
Het derde incident ontstaat buiten nadat het slachtoffer even weg is geweest en weer terugloopt richting het café. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 5 naar het slachtoffer rent en een trappende beweging naar hem maakt. Als het slachtoffer dan wegloopt van het café, lopen alle verdachten, behalve verdachte 4, richting het slachtoffer. Uit de combinatie van de camerabeelden en de verklaring van de getuige [getuige] blijkt in elk geval dat leden van de onderhavige groep (de verdachten 1, 2, 5 en 7) erbij staan als tegen het slachtoffer geweld wordt gepleegd. Dit geweld stopt als het slachtoffer op de grond valt en blijft liggen. Nadat het slachtoffer op de grond is gevallen is te zien dat ook verdachte 6 erbij staat. Op basis van de camerabeelden buiten het café stelt de rechtbank vast dat verdachte 7 ook betrokken is geweest bij het derde incident. Op de camerabeelden is namelijk te zien dat verdachte 7, vrijwel direct nadat het slachtoffer op de grond is gevallen en het geweld richting hem is geëindigd, naar zijn linkerhand kijkt en roodkleurige plekken heeft op zijn linker- en rechterknokkels. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte 7 tijdens het derde incident het slachtoffer met kracht heeft geslagen.
Als gezegd is de verdachte verdachte 1.Hij heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij het eerste incident. Hij heeft verklaard bij het slachtoffer meerdere keren heeft geslagen. Volgens de verdediging kan voor het eerste incident bewezenverklaring volgen. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken voor het tweede en derde incident, omdat de verdachte daaraan geen voldoende significante bijdrage heeft geleverd.
De rechtbank oordeelt als volgt. Wie deel uit maakt van een groep en een significante of wezenlijke bijdrage levert aan openlijk geweld, is strafrechtelijk aansprakelijk in de zin van artikel 141, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor al het geweld dat door leden van die groep wordt uitgeoefend. Daarbij is niet vereist dat de verdachte opzet heeft op dan wel weet heeft van elke geweldshandeling die door elk van de leden van de groep wordt uitgeoefend (HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:132). De deelname aan de groep en daarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 141, eerste lid, Sr eindigt op het moment dat geen van de deelnemers meer geweld gebruikt. Gaan andere deelnemers dan de verdachte door met het gebruiken van geweld eindigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte pas als hij zich intellectueel en/of fysiek aan de groep onttrekt.
In deze zaak heeft de verdachte deel uitgemaakt van een groep en een significante bijdrage geleverd aan openlijk geweld door het slachtoffer meerdere keren (in zijn gezicht) te slaan tijdens het eerste incident. De verdachte kan als initiator van de geweldsplegingen bij het eerste incident worden aangemerkt. Hij heeft zich gedurende de incidenten waarop het opsporingsonderzoek en de tenlastelegging zien niet intellectueel en/of fysiek aan de groep onttrokken. Sterker nog, hij heeft voorafgaand aan het tweede incident aan de medeverdachten getoond hoe het slachtoffer hem een kopstoot zou hebben gegeven en bij het derde incident is te zien hoe hij daar naar toe loopt. Daardoor is hij strafrechtelijk aansprakelijk voor het openlijke geweld gedurende elk van de incidenten. Dat hij na het eerste incident zelf geen geweldshandelingen meer zou hebben gepleegd maakt dit niet anders. Aldus acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.
Voor zover de overige verweren van de verdediging niet zijn weerlegd in de hierboven opgenomen bewijsmotivering, volgt de weerlegging daarvan uit de gebezigde bewijsmiddelen.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
3.2.1.
Beroep op noodweer(exces)
De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte uit noodweer heeft gehandeld en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het eerste incident. Hij heeft zich verdedigd tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer heeft geslagen nadat hij van hem een kopstoot kreeg. De verdachte heeft geprobeerd zichzelf te verdedigen. De verdachte kon zich niet aan de aanranding onttrekken, omdat hij zich bevond in een druk en vol café. De reactie van de verdachte is proportioneel, omdat de keuze van de gedraging (een aantal keer slaan) niet in onredelijke verhouding staat tot de ernst van de aanranding. Subsidiair is door de verdediging een beroep op noodweerexces gedaan, omdat de reactie van de verdachte het gevolg is geweest van een hevige, door die aanranding veroorzaakte gemoedsbeweging. Daarbij is van belang dat de verdachte eerder op de avond bedreigend was toegesproken door de aangever. Met de kopstoot van de aangever werd die bedreiging daadwerkelijk verwezenlijkt.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Voor een geslaagd beroep op noodweer dient te worden vastgesteld dat het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding als bedoeld in artikel 41 Sr Pro. Of de verdediging tegen de (veronderstelde) aanranding noodzakelijk en geboden was, leent zich niet voor beantwoording in algemene zin. Bij de beoordeling daarvan komt mede betekenis toe aan de waardering van de feitelijke omstandigheden van het geval.
De rechtbank stelt vast dat het eerste incident, zoals hierboven omschreven, ontstaat nadat verdachte 1 oog in oog komt te staan met het slachtoffer, niet doorloopt naar de uitgang maar blijft staan en de confrontatie aangaat met het (latere) slachtoffer. Verdachte 1 brengt het slachtoffer in een situatie waardoor deze geen kant op kan, waarna eerst het slachtoffer een kopstootbeweging maakt en verdachte 1 het slachtoffer daarna meerdere malen slaat. Nu de verdachte 1 de confrontatie zo uitdrukkelijk opzoekt kan er van een noodzakelijke verdediging geen sprake zijn. Hetzelfde geldt voor het tweede incident, waarbij het gevecht weer begon nadat het slachtoffer werd aangevallen door meerdere verdachten. Nu geen sprake is geweest van een noodweersituatie, kan een beroep op noodweerexces reeds om die reden niet slagen. De verdachte is strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft (subsidiair) verzocht toepassing te geven aan artikel 9a Sr en aan de verdachte geen straf of maatregel op te leggen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen het slachtoffer [slachtoffer] . Tijdens een avond uit ontstond een confrontatie tussen de verdachte en de medeverdachten enerzijds en het slachtoffer anderzijds. Naar aanleiding van deze confrontatie is het slachtoffer door de groep van verdachten meerdere keren aangevallen, vastgepakt, geslagen, geschopt en geduwd. De verdachte kan als initiator van de eerste geweldsplegingen worden aangemerkt. Hij heeft het slachtoffer meerdere keren in zijn gezicht geslagen. Hiermee heeft de verdachte een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en gezondheid van het slachtoffer [slachtoffer] . Als gevolg van het geweld heeft [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een hersenschudding, een gebroken enkel en meerdere breuken in het gezicht. Uit de door het slachtoffer ingediende vordering tot schadevergoeding blijkt dat hij tot op heden, te weten drie en een half jaar na het strafbare feit, niet volledig is genezen en nog altijd de psychische en lichamelijke gevolgen van het gebeuren ondervindt.
Daarnaast heeft de verdachte met zijn handelen de openbare orde verstoord. Dergelijk (uitgaans)geweld zorgt, zeker in een druk en vol café waarbij meerdere bezoekers getuigen waren van het geweld, doorgaans voor maatschappelijke onrust en algemene gevoelens van onveiligheid.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
Fivoor heeft op 24 januari 2024 over de verdachte gerapporteerd. In het rapport staat onder meer het volgende. Volgens de reclassering is er geen sprake van een delictpatroon. Er zijn geen signalen voor problemen met psychosociaal functioneren, zoals agressieproblemen, groepsdruk of alcoholgebruik. De leefgebieden van de verdachte zijn volgens de reclassering stabiel. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden. De reclassering vindt interventies of toezicht niet nodig.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij spijt heeft van zijn handelen. Hij heeft
eerder excuses willen aanbieden aan het slachtoffer, maar heeft dit naar
eigen zeggen niet kunnen doen omdat het slachtoffer daar niet voor open stond. De verdachte is bereid om een schadevergoeding aan het slachtoffer te betalen.
De verdachte woont samen met zijn partner en twee kinderen. Hij werkt in een metaalrecyclingbedrijf en maakt samen met zijn vader en broer deel uit van de directie.
4.3.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 27 maart 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode ongeveer drie jaar en drie maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf.
4.3.4.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit, de rol die de verdachte daarin heeft gespeeld en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarnaast houdt de rechtbank - in strafmatigende zin - rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Daarom wordt een taakstraf van 120 uur opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
De rechtbank zal dus niet, zoals de verdediging heeft bepleit, toepassing geven aan artikel 9a Sr. Dat zou onvoldoende recht doen aan de ernst van het gepleegde feit en de rol van de verdachte.

5.Vordering van de benadeelde partij

5.1.
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij € 3.477,13 als vergoeding voor materiële schade, € 25.000,- als vergoeding voor immateriële schade en € 3000,- toekomstige nog nader te onderbouwen schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
Voor wat betreft de immateriële schade refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank. De vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade kan geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
5.3.
Standpunt van de verdediging
De vordering van de benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk worden verklaard, gezien de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de immateriële schade te matigen tot een bedrag van € 15.000,-. De verdediging heeft geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de materiële schade.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
5.4.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen, omdat deze is in voldoende mate onderbouwd en door de verdediging met onvoldoende argumenten weersproken. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de gevorderde kosten redelijk.
Dit betekent dat de verdachte € 3.477,13 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
5.4.2.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een hersenschudding, een gebroken enkel en meerdere breuken in het gezicht. Uit de vordering van de benadeelde partij blijkt dat hij tot op heden, te weten drie en een half jaar na het incident, niet volledig is genezen. Er is sprake van blijvende asymmetrie van het gezicht en een blijvend litteken in zijn gezicht en op zijn enkel. Ook heeft hij nog steeds last van blijvende gevoelsvermindering in zijn gezicht en drukpijn en lichtflitsen bij het openen van zijn ogen. Daarnaast ervaart de benadeelde partij nog steeds verminderde stabiliteit en belastbaarheid van de enkel en hij kan niet op zijn oude niveau sporten.
De rechtbank heeft acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de vaststelling en begroting van schade als hier aan de orde. Gelet op de bedragen aan immateriële schadevergoeding die volgens de Rotterdamse Schaal in vergelijkbare gevallen doorgaans worden toegekend, komt de gevorderde immateriële schadevergoeding de rechtbank niet overmatig voor en acht de rechtbank toewijzing van het gehele gevorderde bedrag van € 25.000,- billijk. Hierbij is tevens rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit) en de verwachting over het herstel. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 25.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
5.4.3.
Nader te onderbouwen schade
De benadeelde partij heeft een post nader te onderbouwen schade in zijn vordering opgenomen. Nu niet concreet is onderbouwd dat deze gevorderde schade in de toekomst ook daadwerkelijk zal worden geleden, wordt dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
5.4.4.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
5.4.5.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De wettelijke rente over de immateriële schade wordt toegewezen vanaf 23 december 2022, zijnde de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De wettelijke rente over de materiële schade wordt ten aanzien van het eigen risico, de huurkosten voor de krukken, de ziekenhuisdaggeldvergoeding, de kledingschade en de kosten zonder nut eveneens toegewezen vanaf 23 december 2022, zijnde de datum waarop de schade is ingetreden.
Wat de reiskosten en de kosten voor de fysiotherapie, huishoudelijke hulp en mantelzorg betreft, is aannemelijk geworden dat deze kosten zijn gemaakt gedurende een uiteenlopende periode, zodat de wettelijke rente vanaf het midden van deze periode zal worden toegewezen.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 153 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bovengenoemde beslissingen zijn opgenomen in onderstaande tabel.
Benadeelde partij
Toegewezen materieel
Toegewezen immaterieel
Totaal toegewezen en SVM
Wettelijke rente
vanaf
[benadeelde partij]
a. eigen risico
€ 47,31
b. huurkosten krukken € 20,-
c. ziekenhuisdaggeldvergoeding € 105,-
d. kledingschade
€ 250,-
e. kosten zonder nut
€ 1.496,61
f. reiskosten € 74,91
g. fysiotherapie
€ 426,80
h. huishoudelijke hulp
€ 682,50
i. mantelzorg € 374,-
totaal = € 3.477,13
j. € 25.000,-
€ 28.477,13
a, b, c, d, e en j:
23-12-2022
f: 20-02-2023
g: 24-04-2023
h en i:
06-02-2023

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur,waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat
116 (honderdzestien) uur taakstrafmoet worden verricht;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
58 (achtenvijftig) dagen;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om aan de benadeelde partij [benadeelde partij] , te betalen het bedrag aan materiële en immateriële schade zoals genoemd in de onderstaande tabel, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in de onderstaande tabel genoemde data tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door andere mededaders (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat het bedrag te betalen zoals genoemd in de onderstaande tabel (kolom ‘SVM’), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in onderstaande tabel genoemde data tot de dag van volledige betaling;
bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
153 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat hebben vergoed.
Benadeelde partij
Toegewezen materieel
Toegewezen immaterieel
Totaal toegewezen en SVM
Wettelijke rente
vanaf
[benadeelde partij]
a. eigen risico
€ 47,31
b. huurkosten krukken € 20,-
c. ziekenhuisdaggeldvergoeding € 105,-
d. kledingschade
€ 250,-
e. kosten zonder nut
€ 1.496,61
f. reiskosten € 74,91
g. fysiotherapie
€ 426,80
h. huishoudelijke hulp
€ 682,50
i. mantelzorg € 374,-
totaal = € 3.477,13
j. € 25.000,-
€ 28.477,13
a, b, c, d, e en j:
23-12-2022
f: 20-02-2023
g: 24-04-2023
h en i:
06-02-2023

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.L.M. Boek, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en E. van Vliet, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 juni 2026.
Mrs. Spoormaker en Van Vliet zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 2] .
2.Pagina 20 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] .
3.Pagina 171 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4] .
4.Pagina 191 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5] .
5.Pagina 248 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6] .
6.Pagina 147 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7] .
7.Pagina 64 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 8] .