ECLI:NL:RBROT:2026:7881
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering voor aanvang opzegtermijn na beëindiging dienstverband bij overgang onderneming
Eiseres was sinds 1 juni 2017 in dienst bij haar werkgever en werd geïnformeerd over een fusie per 1 april 2025. Zij maakte kenbaar het dienstverband niet voort te zetten vanwege nadelige arbeidsvoorwaardelijke wijzigingen, waardoor het dienstverband op 1 april 2025 eindigde.
Eiseres vroeg een WW-uitkering aan met ingang van 1 april 2025, maar het UWV kende deze toe vanaf 1 juni 2025, rekening houdend met een opzegtermijn van twee maanden. Eiseres betwistte dit en stelde dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigde zonder opzegtermijn.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever is beëindigd vanwege een aanmerkelijke wijziging van arbeidsvoorwaarden. Hierdoor geldt een opzegtermijn van twee maanden, die startte op 1 april 2025. De WW-uitkering kan daarom pas per 1 juni 2025 ingaan.
Hoewel het UWV een motiveringsgebrek vertoonde, werd dit hersteld en gepasseerd omdat eiseres niet benadeeld werd. De rechtbank verwierp het beroep en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de WW-uitkering pas kan ingaan na het verstrijken van de opzegtermijn van twee maanden na beëindiging van het dienstverband bij overgang van onderneming.