ECLI:NL:RBROT:2026:7777

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2610476:R-RK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.P. van Eeden-van Harskamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum en toepassing hardheidsclausule

De heer [naam 1] heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank beoordeelt dat ondanks dat enkele schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan, de omstandigheden zijn verbeterd en de heer [naam 1] onder budgetbeheer staat sinds november 2025. Daarom wordt de toelating tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule toegestaan.

De rechtbank stelt de ingangsdatum van de regeling vast op 7 november 2025, de datum waarop de heer [naam 1] gebonden was aan de verplichtingen van het schuldhulpverleningstraject. Dit is mogelijk omdat ondanks beslag op inkomsten, de heer [naam 1] een deel van zijn inkomen heeft gespaard en voldoet aan de inspanningsverplichting door het ontvangen van een Ziektewet-uitkering.

Tijdens de Wsnp zal een bewindvoerder worden benoemd die toezicht houdt op de naleving van verplichtingen en het beheer van de boedel. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd voor toezicht op de bewindvoerder. De regeling duurt achttien maanden en eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de Wsnp toe met toepassing van de hardheidsclausule en stelt de ingangsdatum vast op 7 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie
rekestnummer: [nummer]
vonnis van: 12 juni 2026
op het verzoek van:
[naam 1],
wonende te [straatnaam] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam 1] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast verzoekt de heer [naam 1] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op
7 november 2025. Dit verzoek wordt ook toegewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [naam 1] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 5 juni 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [naam 1] ,
- de heer [naam 2] , schuldhulpverlener bij de gemeente Rotterdam.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
De heer [naam 1] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [naam 1] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat schulden aan de belastingdienst, CJIB en Parkmobile die binnen de driejaarstermijn vallen, niet te goeder trouw zijn ontstaan. De heer [naam 1] heeft een onderneming gevoerd zonder ervaring in boekhoudkundige en fiscale verplichtingen, waardoor de schulden aan de belastingdienst zijn ontstaan. Daarnaast betreft de schuld aan het CJIB een verkeersboete die tijdens zijn periode als ondernemer is ontstaan. De schulden aan Parkmobile hebben eveneens betrekking op zijn ondernemingsactiviteiten, waarbij de heer [naam 1] parkeerkosten niet heeft voldaan. Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om de heer [naam 1] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat de heer [naam 1] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan van deze schulden, onder controle heeft gekregen. De onderneming van de heer [naam 1] is inmiddels uitgeschreven waardoor hier geen schulden meer uit voortvloeien. Daarnaast staat de heer [naam 1] sinds 7 november 2025 onder budgetbeheer en is zijn financiële situatie gestabiliseerd. Sinds het budgetbeheer zijn ook geen nieuwe schulden meer ontstaan.
2.4.
Daarnaast is er bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat de heer [naam 1] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
2.5.
De heer [naam 1] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [naam 1] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: materiële looptijd) vast op achttien maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat gedurende het voorafgaande schuldhulpverleningstraject vanaf november 2025 niet volledig is gespaard voor de (gezamenlijke) schuldeisers, omdat door een schuldeiser beslag is gelegd op de inkomsten van de heer [naam 1] . Gedurende deze periode heeft de heer [naam 1] echter wel een deel van zijn inkomsten apart gezet of gespaard. Naar het oordeel van de rechtbank is het feit dat niet het volledige inkomen aan de gezamenlijke schuldeisers kon worden afgedragen in dit geval niet aan de heer [naam 1] toe te rekenen. Daarom telt deze periode wel mee bij het bepalen van een eerdere ingangsdatum.
2.11.
De rechtbank stelt bovendien vast dat in de periode van het schuldhulpverleningstraject ook aan de inspanningsverplichting is voldaan, nu de heer [naam 1] sinds 3 november 2025 een Ziektewet-uitkering ontvangt.
2.12.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. De rechtbank stelt de ingangsdatum vast op 7 november 2025, zijnde de datum waarop de beschikking van schuldhulpverlening is ondertekend en de heer [naam 1] daarmee gebonden was aan de verplichtingen van het schuldhulpverleningstraject.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan de heer [naam 1] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [naam 1] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De bewindvoerder bekijkt ook of de verplichtingen uit het minnelijk traject zijn nagekomen. Voor zover het gaat om de verplichting tot afdracht van inkomen boven het vtlb en de inspanningsverplichting, die bij de toelatingszitting al zijn beoordeeld, verzoekt de rechtbank de bewindvoerder om uiterlijk bij het eindverslag ook verslag uit te brengen over de vraag of van materiële onjuistheden is gebleken (vergelijk r.o. 3.6.4. van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Dit kan eventueel aanleiding geven tot verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling.
3.4.
De bewindvoerder zal bij het eindverslag ook een advies uitbrengen over de vraag in hoeverre aan de andere verplichtingen in het minnelijk traject is voldaan. Het gaat hier bijvoorbeeld om de informatieverplichting, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de verplichting geen nieuwe schulden te maken. De rechtbank kan nu niet beoordelen of binnen het minnelijk traject aan die verplichtingen is voldaan. Deze vraag zal later worden beoordeeld aan de hand van het verslag van de bewindvoerder (artikel 351a Fw) en hetgeen tijdens de eindzitting blijkt (artikel 352 Fw Pro). Op dat moment zal ook worden beoordeeld of na de toelating aan alle verplichtingen van de Wsnp is voldaan.
3.5.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [naam 1] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). De heer [naam 1] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.6.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.7.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [naam 1] .
3.8.
Als de heer [naam 1] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [naam 1] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam 1] ,geboren op [geboortedatum] te district [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [straatnaam] ,
[postcode] [woonplaats] ;
aldaar voorheen handelend onder de naam [naam 3] / [naam 4] ,
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema,
en tot bewindvoerder S.H.J. Nanuruw,
gevestigd te Postbus 68
2650 AB Berkel en Rodenrijs,
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 7 november 2025 en de duur op achttien maanden;
  • draagt de bewindvoerder op de post van de heer [naam 1] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026. [1]