ECLI:NL:RBROT:2026:7657

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
12111418 CV EXPL 26-5335
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 sub a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter bij gecedeerde restant schadevordering na verstekvonnis

Eiser en zijn partner zijn eigenaren van een woning met een woonverzekering bij gedaagde. In januari 2022 ontstond vochtschade van €43.551,55. De partner van eiser vorderde in een eerdere procedure een schadevergoeding beperkt tot €25.000,-, waarvoor gedaagde bij verstek werd veroordeeld en het bedrag betaalde.

Het restant van €18.551,55 werd door de partner gecedeerd aan eiser, die dit bedrag met rente vordert. Gedaagde voert geen inhoudelijk verweer, maar betwist de bevoegdheid van de kantonrechter omdat de eerdere vordering bewust beperkt was tot €25.000,-.

De kantonrechter oordeelt dat door de cessie de vordering is gesplitst en het overgedragen deel onder de €25.000,- blijft, waardoor hij bevoegd is. Gedaagde krijgt alsnog gelegenheid tot verweer tegen de eis van eiser, maar alleen tegen het gecedeerde deel. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na de rolzitting.

Uitkomst: Kantonrechter oordeelt bevoegd te zijn en wijst gedaagde gelegenheid tot verweer, verdere beslissing aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12111418 CV EXPL 26-5335
datum uitspraak: 26 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser,
gemachtigde: mr. E.M. Horssius (Stichting Ombudsman Schadeverzekeringen Nederland)
tegen
[gedaagde],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
vertegenwoordigd door mr. T.L. Urban.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 30 januari 2026, met bijlagen;
  • het antwoord.
1.2.
De kantonrechter heeft [eiser] in de gelegenheid gesteld om te reageren op het antwoord, maar dat heeft hij niet gedaan.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser] en [partner eiser] zijn eigenaren van een woning in Maassluis, waarvoor bij [gedaagde] een woonverzekering is afgesloten. In januari 2022 is er vochtschade opgetreden in de badkamer en aangrenzende slaapkamer van de woning. Volgens [partner eiser] is de schade in totaal € 43.551,55 en moet [gedaagde] die schade op grond van de woonverzekering aan haar vergoeden. [partner eiser] heeft het deel van de schadevordering, dat boven € 25.000,- uitkomt, in juli 2025 overgedragen (gecedeerd) aan [eiser] .
2.2.
[partner eiser] heeft [gedaagde] op 28 juli 2025 gedagvaard en geëist dat [gedaagde] de schade vergoedt, waarbij zij haar vordering heeft beperkt tot € 25.000,-. In die procedure, die bij deze rechtbank bekend is onder zaaknummer 11830692 CV EXPL 17134, is [gedaagde] op 10 oktober 2025 bij verstek veroordeeld tot betaling van het geëiste bedrag van € 25.000,-. [gedaagde] heeft dat bedrag ook aan [partner eiser] betaald. In de onderhavige procedure eist [eiser] dat [gedaagde] veroordeeld wordt het restantbedrag van de schadevordering, oftewel € 18.551,55, met rente, aan hem te betalen.
2.3.
[gedaagde] voert nog geen inhoudelijk verweer, maar voert aan dat [partner eiser] in de eerdere procedure de vordering bewust en nadrukkelijk heeft beperkt tot
€ 25.000,- en daarmee de omvang van de maximale vordering heeft beperkt. Volgens [gedaagde] was daardoor duidelijk dat er geen omvangrijkere vordering was of nog zou volgen. Als geoordeeld wordt dat er nog wél een vordering boven het bedrag van € 25.000,- bestaat, stelt [gedaagde] dat de kantonrechter niet bevoegd is kennis te nemen van deze vordering en daarop te beslissen. In dat geval wil [gedaagde] alsnog verweer voeren tegen de gehele vordering.
De kantonrechter is bevoegd de vordering van [eiser] te behandelen
2.4.
De kantonrechter is bevoegd vorderingen te behandelen met een beloop van ten hoogste € 25.000,-, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist (artikel 93 sub a Rv Pro). Als een vordering voor een deel wordt gecedeerd, wordt de vordering gesplitst in twee afzonderlijke vorderingen. Voor de bevoegdheid is de hoogte van de na de splitsing ontstane vordering bepalend. [1] Omdat het overgedragen deel van de schadevordering niet meer dan € 25.000,- bedraagt, heeft [eiser] zijn vordering terecht aan de kantonrechter voorgelegd. De kantonrechter is dan ook bevoegd zijn vordering te behandelen.
2.5.
Dat [partner eiser] het meerdere boven € 25.000,- had gecedeerd heeft zij uitdrukkelijk in haar dagvaarding vermeld. [gedaagde] wist daardoor dat [partner eiser] geen zeggenschap meer had over het overgedragen deel van de schadevordering.
Het vervolg van deze procedure
2.6.
[gedaagde] heeft nog niet inhoudelijk op de eis van [eiser] gereageerd. Zij krijgt die gelegenheid alsnog. De kantonrechter verwijst de zaak daarom naar de hieronder genoemde rolzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord door [gedaagde] .
2.7.
[gedaagde] mag daarbij alléén verweer voeren tegen de eis van [eiser] . Los van het feit dat [eiser] onbetwist heeft gesteld dat het vonnis van 10 oktober 2025 inmiddels onherroepelijk is geworden, is het alleen al vanwege de hierboven genoemde cessie niet mogelijk in deze procedure verweer te voeren tegen het deel van de schadevordering dat niet aan [eiser] is overgedragen.
2.8.
De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 28 juli 2026 om 11.30 uurvoor het nemen van een (aanvullende) conclusie van antwoord door [gedaagde] ;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
44487

Voetnoten

1.Hoge Raad 19 februari 1960, ECLI:NL:HR:1960:148 en Hoge Raad 19 december 1969, NJ 1970, ECLI:NL:PHR:1969:AC4977.