Opposante diende op 31 augustus 2022 een melding in bij het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen over openbaar groen. Na ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen op het vermeende handhavingsverzoek, verklaarde het college het verzoek niet-ontvankelijk omdat het geen aanvraag zou betreffen. Opposante stelde beroep in, dat door de rechtbank op 28 november 2023 kennelijk ongegrond werd verklaard.
Tegen deze uitspraak werd verzet ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het verzet gegrond is omdat het beroep ten onrechte als kennelijk ongegrond is afgedaan. De melding van 31 augustus 2022 moet worden gezien als een handhavingsverzoek. Het college heeft met een schriftelijke weigering tijdig een besluit genomen, waardoor geen sprake is van niet-tijdig beslissen of dwangsom.
De rechtbank hervat het onderzoek en beoordeelt het beroep inhoudelijk. Gelet op eerdere besluitvorming op 21 maart 2023 is er geen belang meer bij het beroep, waardoor het niet-ontvankelijk wordt verklaard. De uitspraak van 28 november 2023 wordt vernietigd en het beroep afgewezen.