Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7325

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
ROT 24/202
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 WaterwetArt. 5.4 WaterwetArt. 4.62 Invoeringswet OmgevingswetArt. 1.1 Crisis- en herstelwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen projectplan vervanging stuw in Rotterdam

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het projectplan van het college voor het vervangen van stuw KST-1269 in Rotterdam, omdat hij vreest dat het waterpeil in zijn woonomgeving niet goed beheerst kan worden en daardoor schade aan zijn woning kan ontstaan.

De rechtbank oordeelt dat het college het projectplan in redelijkheid heeft vastgesteld en dat het plan voldoet aan de doelstellingen van artikel 2.1, eerste lid, van de Waterwet. De noodzaak van een beweegbare stuw is voldoende gemotiveerd, mede vanwege technische veroudering van de huidige stuw en de mogelijkheid om beter te anticiperen op peilbeheer en extreme weersomstandigheden.

De rechtbank wijst de bezwaren van eiser af, waaronder zijn stelling dat de vaste stuw nog functioneert, dat de beweegbare stuw leidt tot onwenselijke waterafvoer en stroomsnelheden, en dat het projectplan onvoldoende tekeningen bevat. Ook is onvoldoende onderbouwd dat eiser schade heeft geleden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het projectplan blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het projectplan voor het vervangen van de stuw wordt ongegrond verklaard en het projectplan blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/202

uitspraak van de meervoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , uit [woonplaats] , eiser

en
het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, het college
(gemachtigde: mr. D.T.G.H. Wilbers).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het projectplan voor het vervangen van een stuw in Rotterdam. Eiser is het niet eens met dit projectplan. Hij vreest dat het peil van het water in de omgeving van zijn woning niet goed beheerst kan worden waardoor mogelijk schade aan zijn woning ontstaat.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 12 september 2023 (het bestreden besluit) heeft het college het projectplan Waterwet vervangen van stuw KST-1269 [straatnaam] in Rotterdam vastgesteld.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college vergezeld door [naam 2] (projectleider).

Beoordeling door de rechtbank

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd en ingetrokken. Uit het overgangsrecht, zoals dat is opgenomen in artikel 4.62, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, volgt dat op deze procedure nog de Waterwet van toepassing is, omdat het ontwerpprojectplan als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet ter inzage is gelegd vóór de inwerkingtreding van afdeling 5.1 van de Ow.
3.1.
De Crisis- en herstelwet (Chw) is van toepassing op besluiten die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling of verwezenlijking van bepaalde categorieën van ruimtelijke of infrastructurele projecten. Een besluit tot vaststelling van een projectplan dat nodig is voor de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet (zie artikel 1.1, eerste lid, onder a, in samenhang met bijlage 1 onder 7.3 van de Chw) valt daar onder. Een waterstaatswerk is volgens de Waterwet: een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk.
3.2.
Gelet op de in het projectplan beschreven inrichtingsmaatregel, te weten het vervangen van een stuw, is sprake van het aanleggen of wijzigen van een waterstaatswerk. Op de vaststelling van het projectplan is dan ook de Chw van toepassing. Uit artikel 4.62, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet volgt dat ook de Chw op dit beroep van toepassing blijft. [1]
Totstandkoming van het bestreden besluit
4. Het projectplan ziet op de vervanging van de huidige stuw KST-1296 die volgens het college aan vervanging toe is omdat na beoordeling van de kwaliteit van de huidige stuw is geconcludeerd dat deze niet meer voldoet aan de huidige eisen en normen die het hoogheemraadschap hanteert. Besloten is om de gehele constructie te vernieuwen en de stuw beweegbaar uit te voeren. De stuw regelt het water vanuit de Nessepolder [naam peilgebied 1] naar Ommoord ( [naam peilgebied 2] ) en Zevenkamp ( [naam peilgebied 3] ) . Het water wordt weer ingelaten in de Nessepolder via de inlaat bij de Rotte , ten noorden van de Nessepolder . Eiser woont ten noorden van de stuw in de Nessepolder ( [naam peilgebied 1] ) .
4.1.
Het ontwerpbesluit heeft ter inzage gelegen van 10 januari 2023 tot en met 20 februari 2023. Eiser heeft op 16 februari 2023 een zienswijze ingediend.
Toetsingskader
5. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Heeft het college in redelijkheid het projectplan kunnen vaststellen?
6. Eiser betoogt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de nadelige gevolgen van het project voor zijn woon- en leefklimaat. Hij betoogt dat er geen noodzaak is om de vaste stuw te vervangen door een beweegbare stuw. De vaste stuw functioneert nog volgens eiser. Er is namelijk onderhoud gepleegd aan de oude vaste stuw. Verder voert eiser aan dat door het beweegbaar maken van de stuw de hoeveelheid water en de stroomsnelheid van het water in het gebied waar hij woonachtig is kan wijzigen, met nadelige gevolgen voor de eigendommen van eiser. Het peil van de Nessepolder kan volgens eiser met een beweegbare stuw niet op -4,35 NAP en de marge van 5 centimeter blijven. Volgens eiser is het eigenlijke doel van de beweegbare stuw om de lager gelegen gebieden te voorzien van water. Dit volgt onder meer uit het Deelgemeentelijk Waterplan Prins Alexander (DGWPI). Als gevolg van de afvoer van water naar lager gelegen gebieden middels de beweegbare stuw wordt het water in de Nessepolder lager dan in het peilbesluit is aangegeven. De beweegbare stuw zal ook niet afgestemd zijn op de inlaat bij de Rotte . Eiser kan zich ook niet vinden in de motivering van het college dat een beweegbare stuw noodzakelijk is in verband met zakkingen en extreme weersomstandigheden. Eiser vindt dat zakking van de stuw uitgesloten moet zijn door deze op juiste wijze te funderen. In het projectplan staat onder 3 dat op de locatie een sondering wordt uitgevoerd om de standzekerheid van de nieuwe stuw te kunnen waarborgen. Gelet hierop begrijpt eiser niet waarom er een beweegbare stuw moet komen in verband met zakkingen. Verder meent eiser dat er bij extreme regenval zoals in 2023 slechts sprake was van een stijging van het peil van 3 cm. Volgens eiser komt dit door het veen en het Nessebos , waarbij de bomen en het veen als een spons werken.
6.1.
In artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet is bepaald dat de wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Het projectplan is vormvrij. Een projectplan als bedoeld in artikel 5.4 van de Waterwet kan alleen worden vastgesteld ten behoeve van een in artikel 2.1, eerste lid, van de Waterwet opgenomen doelstelling van het waterbeheer. Verder bevat het projectplan op grond van artikel 5.4, tweede lid, van de Waterwet ten minste een beschrijving van het betrokken werk en de wijze waarop dat zal worden uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. Afgezien van ambtshalve door de rechtbank te beoordelen aspecten, beoordeelt de rechtbank of in wat eiser heeft aangevoerd aanleiding bestaat voor het oordeel dat het college het projectplan in strijd met het algemeen belang had moeten achten en of aanleiding bestaat voor het oordeel dat het projectplan niet getuigt van een evenwichtige belangenafweging of anderszins in strijd is met het recht. De vraag in hoeverre het project noodzakelijk is speelt een rol in het kader van de belangenafweging. Het college heeft daarbij beleidsruimte. [2]
6.2.
De rechtbank stelt allereerst vast dat het college als beheerder met het projectplan voldoet aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 2.1, eerste lid, van de Waterwet (zie onder 2 van het projectplan). De rechtbank oordeelt dat het projectplan zelf voldoet aan de daaraan gestelde eisen, zoals deze hiervoor in onderdeel 6.1 zijn uiteengezet. Uit het projectplan volgt, zoals het college heeft betoogd, dat de huidige stuw technisch aan vervanging toe is, omdat deze niet meer voldoet aan de geldende normen (zie onder 1.2 van het projectplan). Uit de technische beoordeling volgt dat verdere reparaties geen structurele, duurzame oplossing bieden. Dat in het verleden is aangegeven dat de stuw naar behoren werkt, betekent niet dat op een later moment niet kan worden vastgesteld dat de stuw aan vervanging toe is.
De keuze voor een beweegbare stuw is volgens het projectplan gelegen in de omstandigheid dat daarmee beter geanticipeerd kan worden op het peilbeheer van de aangrenzende peilgebieden om wateroverlast en waterschaarste te voorkomen. De stuw verzorgt de afvoer van water uit peilgebied [naam peilgebied 1] , vast peil = -4,35m NAP ( Nessepolder ) en aanvoer naar de peilgebieden [naam peilgebied 2] en [naam peilgebied 3] . De nieuwe stuw is traploos regelbaar tussen -4,15 m NAP en -4,65 m NAP. Het college heeft toegelicht dat bij de genoemde maatvoering de hoogst mogelijke stand van de stuw 20 cm boven het vaste polderpeil is en de laagst mogelijke stand 30 cm onder het polderpeil. Daarbij is volgens het college 50 cm de standaard voor een schuifstuw. De stuw zal in de praktijk op of nabij het vastgestelde polderpeil worden ingesteld. Het verschil tussen de hoogst mogelijke stand van de stuw en het vaste peil is bedoeld om zakking van de constructie op te kunnen vangen en om binnen de beheersmarge tijdelijk een hoger of lager peil te kunnen handhaven in geval van extreme weersituaties. De rechtbank ziet in het betoog van eiser geen reden om te twijfelen aan de inhoud van het projectplan en aan wat het college (daarover) heeft aangevoerd in reactie op de beroepsgronden van eiser. Eiser heeft zijn betoog ook niet onderbouwd met een advies van een deskundige. In dit kader wordt nog overwogen dat het college heeft meegedeeld dat als een sondering wordt uitgevoerd om standzekerheid van de stuw te waarborgen dat niet betekent dat daarmee de stuw nooit zal verzakken. Het college heeft bovendien aangegeven dat zettingen inherent zijn aan de bodemopbouw in het gebied. Met een beweegbare stuw kan dit volgens het college worden ondervangen. Ook het betoog van eiser dat klimaatverandering geen reden is om voor een beweegbare stuw te kiezen, slaagt niet. Het is niet onredelijk dat het college hier in de uitoefening van zijn taken daar waar mogelijk rekening mee wil houden of daarop wil anticiperen.
6.3.
De vrees van eiser dat met een beweegbare stuw te veel of te weinig water wordt afgevoerd en dat de stroomsnelheid in de Nessepolder lager of hoger zal zijn is, wat daar verder van zij, onvoldoende om te oordelen dat het college niet in redelijkheid voor een beweegbare stuw heeft kunnen kiezen. Het college is daarbij gebonden aan het waterpeil zoals dat in het peilbesluit is vastgesteld. Met het peilbesluit wordt onder meer de wijze waarop de waterhuishouding is georganiseerd geregeld, en daarin kunnen de waterstanden of bandbreedten waarbinnen waterstanden kunnen variëren worden vastgesteld. [3] Het bestreden besluit is geen peilbesluit. Het bestreden besluit voorziet slechts in het vervangen van een technische voorziening, maar bepaalt niet hoe deze voorziening moet worden gebruikt. Daarover staat overigens in het projectplan als voorwaarde dat het college ervoor zorgt dat het waterkerend vermogen en de stabiliteit van de peilscheiding niet wordt verminderd en dat de bestaande waterpeilen moeten worden gehandhaafd.
6.4.
Voor wat betreft het betoog van eiser dat het projectplan geen tekeningen bevat van de stuw overweegt de rechtbank als volgt. Onder 1.3 van het projectplan staat een omschrijving van het werk en onder 3 en 5 van het projectplan staat de wijze waarop het werk zal worden uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de treffen voorzieningen. Het is niet onredelijk dat het college de stuw niet tot in detail heeft beschreven in het projectplan. [4] Daarbij is van belang dat het college wel een globale beschrijving heeft gegeven van de stuw en dat de nieuwe stuwconstructie dient te worden aangelegd volgens de huidige eisen van het hoogheemraadschap. Het werkplan dient door het hoogheemraadschap goedgekeurd te worden en er zijn voorwaarden verbonden aan de werkzaamheden. Het college mag de aannemer enige flexibiliteit bieden bij de uitvoering van een voorziening, bijvoorbeeld om gebruik te kunnen maken van de kennis die bij de aannemer aanwezig is. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het college de aannemer op dit punt te veel flexibiliteit heeft geboden.
6.5.
Het bovenstaande leidt ertoe dat het college in redelijkheid het projectplan heeft kunnen vaststellen. In wat eiser aanvoert ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel.
Schade
7. Voor zover eiser met zijn betoog stelt schade te hebben geleden als gevolg van het projectplan oordeelt de rechtbank dat eiser dit niet heeft onderbouwd. Nu het college gemotiveerd heeft gesteld dat het projectplan geen wijziging van de situatie met zich brengt, gaat de rechtbank aan dit betoog van eiser voorbij.
7.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het projectplan in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M.J. Smits, voorzitter, en
mr. C. Vogtschmidt en mr. J.J. Turenhout, leden, in aanwezigheid van
mr.A. Regenboog, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Waterwet

Artikel 2.1

1. De toepassing van deze wet is gericht op:
voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met
bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en
vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.
[…].

Artikel 5.4

De aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Met de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk wordt gelijkgesteld de uitvoering van een werk tot beïnvloeding van een grondwaterlichaam.
Het plan bevat ten minste een beschrijving van het betrokken werk en de wijze waarop dat zal worden uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. Voor in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen bevat het plan een inventarisatie van maatschappelijke functies en ambities en mogelijke innovaties waarmee de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk gecombineerd zou kunnen worden, inclusief de mogelijkheden om het desbetreffende werk middels een concessie voor werken of andere vorm van publiek-private samenwerking te realiseren.
[…].

Voetnoten

1.Steun voor deze opvatting kan worden gevonden in de memorie van toelichting bij de Invoeringswet Omgevingswet (zie Kamerstukken II 2017/18, 34986, nr. 3, blz. 449-450 en blz. 496-497).
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 6 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:349 en van 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3084.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1616.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2689.