Eiser heeft drie verzoeken ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van documenten over seksclubs en (illegale) prostitutie in Rotterdam. De burgemeester heeft een groot aantal documenten geheel of gedeeltelijk openbaar gemaakt, maar de burgerberichten (documenten 70 tot en met 80) integraal geweigerd op grond van het belang van het goed functioneren van de gemeente.
De burgemeester motiveerde dat burgers vrijelijk en vertrouwelijk meldingen moeten kunnen doen zonder risico op openbaarmaking, wat de meldingsbereidheid zou verminderen. Ook wees zij op mogelijke schade door het openbaren van niet geverifieerde meldingen. De rechtbank heeft de ongeschoonde documenten ingezien en concludeert dat de motivering onvoldoende concreet is en dat geanonimiseerde openbaarmaking niet leidt tot afname van meldingsbereidheid.
Daarnaast bevatten de documenten ook interne e-mailcorrespondentie, waarvan niet is aangetoond dat openbaarmaking het functioneren van de gemeente schaadt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de burgemeester op opnieuw te beslissen, rekening houdend met deze uitspraak.
De rechtbank wijst erop dat eiser is vrijgesteld van griffierecht en dat geen proceskosten worden toegewezen. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 1 juni 2026.