ECLI:NL:RBROT:2026:7124
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering na herhaald verzoek zonder nieuwe feiten
Verzoekster heeft op 24 juni 2025 een WIA-uitkering aangevraagd, welke door het UWV op 8 december 2025 is afgewezen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Na een eerste afgewezen voorlopige voorziening op 16 maart 2026, verzocht zij opnieuw om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van nieuwe feiten of ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak die toewijzing rechtvaardigen. Hoewel verzoekster een verslechterde financiële situatie aanvoert, is dit onvoldoende om het verzoek toe te wijzen. Ook inhoudelijke bezwaren tegen het UWV-besluit, waaronder discrepanties met medische verklaringen, zijn reeds eerder beoordeeld en vormen geen grond voor herziening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en benadrukt dat verzoekster een nieuwe WIA-aanvraag kan indienen indien haar belastbaarheid sinds de datum in geding is afgenomen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een WIA-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of ernstige onvolkomenheden.