ECLI:NL:RBROT:2026:704
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens geen rechtmatig verblijf
Verzoeker, die al 36 jaar in Nederland verblijft maar zonder geldige verblijfstitel, kreeg op 9 oktober 2025 een bijstandsuitkering toegekend. Het college trok deze uitkering per 13 november 2025 in nadat de IND had vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf meer had. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel sprake was van een spoedeisend belang omdat verzoeker zonder bijstand niet in zijn levensonderhoud kan voorzien en medische zorg nodig heeft. Echter behoort verzoeker niet tot de kring van rechthebbenden onder de Participatiewet omdat hij geen geldige verblijfstitel heeft en niet gelijkgesteld kan worden aan een Nederlander.
De rechtbank volgde het standpunt van het college dat de intrekking terecht was, mede omdat de bezwaarprocedure geen schorsende werking heeft en er een terugkeerbesluit en inreisverbod van kracht zijn. Ook het beroep op afstemming van bijstand wegens dringende medische redenen en opgewekt vertrouwen faalde. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen omdat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft.