Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:7023

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
10/178044-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 SrArt. 47 SrArt. 63 SrArt. 77a SrArt. 77g Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling jeugdige voor diefstal, opzetheling en voorbereiding diefstal met geweld

De rechtbank Rotterdam heeft op 26 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een zestienjarige verdachte die werd verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder diefstal met braak, opzetheling en voorbereiding van diefstal met geweld. De feiten betreffen inbraken bij de Ritelwinkel in Oud-Beijerland en een geplande diefstal met geweld bij een andere Ritelwinkel in Barendrecht.

De rechtbank sprak de verdachte vrij van het eerste feit wegens onvoldoende bewijs, maar achtte de feiten 2, 3, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen. De verdachte had zich schuldig gemaakt aan twee inbraken met braak, waarbij telefoons en een tablet werden gestolen, en had voorbereidingshandelingen verricht voor een diefstal met geweld. De opzetheling werd bewezen geacht, maar de verdachte werd daarvoor ontslagen van rechtsvervolging vanwege de steler-heler regel.

De rechtbank legde een deels voorwaardelijke jeugddetentie van 50 dagen op met een proeftijd van één jaar, onder voorwaarden van toezicht door de jeugdreclassering en schoolbezoek. Daarnaast werd een werkstraf van 60 uur opgelegd, met een vervangende jeugddetentie van 29 dagen bij niet-naleving. De straf is mede gebaseerd op de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 50 dagen deels voorwaardelijke jeugddetentie en een werkstraf van 60 uur voor diefstal met braak, opzetheling en voorbereiding van diefstal met geweld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummer: 10/178044-25
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres 1], [postcode] te [plaatsnaam],
raadsman: mr. M.A. Oosterveen, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 12 mei 2026.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
  • vrijspraak van feit 1;
  • bewezenverklaring van feiten 2, 3, 4 en 5;
  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 100 dagen, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden dat de verdachte meewerkt aan het toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering) en naar school gaat volgens het rooster;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering – feit 1
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat feit 1 niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
4.2.
Bewijswaardering – feiten 2 en 3
4.2.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft voor de feiten 2 en 3 vrijspraak bepleit en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Ten aanzien van de inbraak in de Ritelwinkel op 22 maart 2024 wordt door de politie gesproken van een mogelijke voorverkenning op 18 maart 2024. Dat de verdachte op 18 maart 2024 in de winkel is geweest betekent echter alleen dat hij daar heeft gewinkeld. De politie constateert dat de schoenen van één van de inbrekers lijken op de schoenen van de verdachte, maar dit zijn veelvoorkomende sportsneakers. Er is onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van de verdachte bij deze inbraak.
Ook voor de inbraak op 2 april 2024 is geen bewijs dat de verdachte dit zou hebben gepleegd. De verdachte heeft wel geprobeerd om de telefoons door te verkopen die zijn buitgemaakt bij deze inbraak. De informatie uit de telefoon van de verdachte en de zoektermen die hij heeft ingevoerd bevestigen dat hij op zoek is geweest naar informatie over deze telefoons.
4.2.2.
Beoordeling
Op 22 maart 2024 en 2 april 2024 is ingebroken bij de winkel van Ritel in Oud-Beijerland. Beide inbraken zijn gepleegd door twee personen. Bij de inbraken zijn telefoons en een tablet meegenomen. Er is sprake geweest van een herkenbare en op essentiële onderdelen overeenkomende werkwijze, de zogenoemde ‘modus operandi’. Vooropgesteld wordt daarbij dat beide inbraken binnen een kort tijdsbestek van ongeveer anderhalve week en bij dezelfde winkel hebben plaatsgehad. De twee inbrekers gaan in beide gevallen als volgt te werk: ze komen samen aangereden op een scooter, waarna met een voorhamer de voorruit van de winkel kapot wordt geslagen. Vervolgens wordt het rolluik omhoog getrokken om zo de winkel in te kruipen. De vitrines worden met een hamer kapotgeslagen en de telefoons worden meegenomen in een tas. Als de twee inbrekers de winkel weer verlaten, rijden ze samen weg op de scooter. De eigenaar van de winkel herkent de daders van beide inbraken aan hun postuur en schoenen als dezelfde daders.
De verdachte heeft bekend dat hij enkele dagen voor de eerste inbraak, op 18 maart 2024, in de Ritelwinkel is geweest. Op camerabeelden is te zien dat de verdachte bij dat bezoek aan de winkel samen met een ander alle vitrines in de winkel heeft bekeken.
De verdachte heeft op 2 april 2024, zeer kort voor de tweede inbraak, de route vanuit zijn woning (Charloisse Hoofd in Rotterdam) naar de Ruisscheweg in Nieuw Beijerland met zijn telefoon opgezocht en tevens de route vanaf de Ritel-winkel in Oud-Beijerland terug naar de Ruisscheweg in Nieuw Beijerland. De tekst die daarbij werd ingevoerd, was: ‘from Ritel Oud-Beijerland’. Vervolgens staan op de dag van de inbraak foto’s van de bij de inbraak gesloten telefoons en tablet op de telefoon van de verdachte.
Op de telefoon van de verdachte zijn verder twee notities aangetroffen. De eerste notitie is bewerkt op 22 maart 2024 (de dag van de eerste inbraak) en de tweede notitie is aangemaakt op 4 april 2024. In deze notities wordt onder andere gesproken over ‘
rond 2 uur in de nacht’, ‘
die klapper die gaat vallen of die ruit opgeeft of niet’, ‘
rollie gaat omhoog’, ‘
minuutje later op de motur racen’, ‘
die zaak word gepopt’en ‘
oevoe’. De rechtbank stelt vast de inhoud van deze berichten past bij de tenlastegelegde inbraken. Zo is in beide gevallen een rolluik omhoog getrokken (“rollie gaat omhoog”), zijn ruiten verbroken (“of die ruit opgeeft of niet”) en reden de inbrekers op een scooter (“op de motur racen”). En het woord ‘oevoe’ is straattaal voor ‘overval’. Ook de tijdstippen waarop de notities zijn gemaakt passen bij de momenten waarop de inbraken hebben plaatsgehad. De verdachte heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor deze notities op zijn telefoon. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het de verdachte is geweest die de notities heeft geschreven en dat deze gaan over de beide inbraken.
Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte schuldig is aan de diefstallen met braak op 22 maart 2024 en 2 april 2024.
4.2.3.
Conclusie
Feiten 2 en 3 zijn wettig en overtuigend bewezen.
4.3.
Bewijswaardering – feit 4
4.3.1.
Standpunt officier van justitie
De heling door de verdachte van telefoons die zijn buitgemaakt bij een overval op een Ritelwinkel in Barendrecht op 30 december 2023 is wettig en overtuigend bewezen. De verdachte heeft in februari 2024 een chatbericht gestuurd naar een koper in Den Haag waarin hij schrijft dat hij, verdachte, deze koper twee maanden geleden telefoons had verkocht. De koper had op 30 december 2023 een chatbericht met een lijst met aangeboden telefoons ontvangen van een chataccount met een anker. De verdachte heeft een anker bij zijn Snapchatprofiel.
4.3.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft voor dit feit vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte de goederen niet in zijn bezit heeft gehad of overgedragen. Hij heeft alleen bemiddeld als tussenpersoon om een koper te vinden, maar dat is niet gelukt. Ingeval de rechtbank tot een veroordeling komt voor de feiten 1, 2 en/of 3 geldt de zogenaamde “heler-steler” regel; in het geval van een bewezenverklaring voor diefstal kan niet tevens een veroordeling voor heling volgen.
4.3.3.
Beoordeling
De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte de telefoons van de overval op de Ritelwinkel in Barendrecht op 30 december 2023 heeft verkocht. De lijst met telefoons die kort na de overval aan de koper is gestuurd, is niet aan de verdachte te koppelen. De lijst is verstuurd als afbeelding van een zogenoemde ‘screenshot’ van een social media-account waarop naast een (lege) profielfoto een anker is te zien. Deze afbeelding is aan de mogelijke koper verstuurd met een ander telefoonnummer dan de verdachte heeft. Daarnaast is onduidelijk gebleven of deze screenshot een doorgestuurde afbeelding betreft of door de verzender zelf is gemaakt. De verdachte is evenwel niet aan dit telefoonnummer of de screenshot te koppelen. De omstandigheid dat de verdachte het symbool van een anker bij zijn Snapchatprofiel heeft, is hiervoor onvoldoende. Ook uit hetgeen de koper heeft verklaard over de feitelijke overdracht van de telefoons kan geen betrokkenheid van de verdachte worden afgeleid. Dat de verdachte deze koper eind februari 2024 heeft benaderd met de opmerking: “Joo met die gozer die je twee maanden geleden die telefoons had verkocht”, maakt dit niet anders.
De diefstal met braak op 2 april 2024 (feit 3) wettig en overtuigend bewezen. Daarmee is bewezen dat de verdachte de hierbij buitgemaakte goederen (de telefoons en de tablet) voorhanden heeft gehad. Hiermee is de onder 4 tenlastegelegde heling weliswaar bewezen, maar zal de verdachte, zoals hieronder nader wordt toegelicht, voor dit feit van alle rechtsvervolging worden ontslagen.
4.4.
Bewijswaardering – feit 5
4.4.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft voor dit feit vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat er geen sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen. Daar komt bij dat er behalve de informatie uit de telefoon van de verdachte, geen andere bewijsmiddelen zijn.
4.4.2.
Beoordeling
Na onderzoek aan de telefoon van de verdachte blijkt het volgende: De verdachte heeft via chatberichten mensen benaderd voor een scooter en om tijdens een overval op de uitkijk te staan. Bovendien heeft hij iemand benaderd voor de verkoop van de te stelen goederen. Steeds was de verdachte daarbij concreet door te zeggen dat het de volgende dag zou gebeuren. Daarnaast heeft hij de route naar de Ritelwinkel in Barendrecht opgezocht. Ook heeft hij met foto’s van de ramen en deuren op de bovenverdieping diezelfde winkel in kaart gebracht. De beoogde koper heeft aan de politie bevestigd dat hij via Whatsapp is benaderd. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat de verdachte voorbereidingshandelingen heeft verricht voor het plegen van een diefstal met geweld op de winkel van Ritel in Barendrecht.
4.4.3.
Conclusie
Feit 5 is wettig en overtuigend bewezen.
4.5.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feiten 2, 3, 4 en 5 heeft begaan op die wijze dat:
Feit 2
hij op
of omstreeks22 maart 2024 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard
tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen, meerdere
mobiele telefoons
van het merk Apple Iphone en/of Samusung, in elk geval enig
goed, dat/die geheel
of ten deleaan Ritel Oud-Beijerland
, in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met
het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en
/ofzijn
mededader
(s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft
en
/ofdie weg te nemen telefoons onder
zijn/hun bereik
heeft/hebben gebracht
door middel van braak
Feit 3
hij op
of omstreeks2 april 2024 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard
tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,
meerdere telefoons van het merk Apple Iphone en
/ofeen tablet van het merk
Samsung
, in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan Ritel Oud-Beijerland
,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte en
/ofzijn mededader
(s)zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft en
/ofdie weg te nemen telefoons
en
/oftablet onder
zijnhaar/hun bereik
heeft/hebben gebracht door middel van
braak
Feit 4
hij op of omstreeks
2 april 2024de periode van 30 december 2023 t/m 15 mei 2024te Rotterdam, althans in Nederland,
telefoons van het merk Apple Iphone en
/of Samsung en/of
een tablet van het merk Samsung,
althans een goed heeft verworven,voorhanden
heeft gehad,
en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van
de verwerving ofhet voorhanden krijgen van dit goed wist
dat het een door misdrijf verkregen goed betrof
Feit 5
hij
inop of omstreeksde periode van 1 april 2024 tot en met 15 mei 2024 te Rotterdam,
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een
gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in
vereniging (als omschreven in artikel 311 en Pro 312 van het Wetboek van Strafrecht)
opzettelijk
voorwerpen, stoffen,informatiedrager
s, ruimten en/of vervoermiddelen,
te weten;
-
meerdere, althanseen
,mobiele telefoon
(s)met daarop gesprekken waarin
personen werden benaderd voor dit strafbare feit en
/ofwaarmee werd
gecommuniceerd over dit te plegen strafbare feit en/
of over het doen van een
voorverkenning voor dit strafbare feit en/ofover een vervoermiddel voor dit
strafbare feit;
- meerdere foto’s (aangetroffen op een mobiele telefoon) van het pand waar dit
strafbare feit moest worden gepleegd;
- routebeschrijvingen (aangetroffen op een mobiele telefoon) naar het pand waar
dit strafbare feit moest worden gepleegd
heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of
voorhanden heeft gehad;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid

De bewezen feiten leveren op:
Feit 2
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
Feit 3
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
Feit 4
opzetheling;
Feit 5
voorbereiding van diefstal met geweld in vereniging.
5.1.
Strafbaarheid
De rechtbank acht ten aanzien van feit 4 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de goederen (de telefoons en de tablet) zelf heeft gestolen. Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat iemand die gezien wordt als de steler van een goed, niet ook kan worden aangemerkt als de heler. [1] De rechtbank zal de verdachte daarom ten aanzien van dit feit ontslaan van alle rechtsvervolging.
Voor de overige bewezenverklaarde feiten zijn er geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is voor die feiten wel strafbaar.

6.Motivering straf

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten.
Op 22 maart 2024 en 2 april 2024 heeft de verdachte zich met een ander schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak bij de belwinkel Ritel in Oud-Beijerland. Bij deze inbraken werden forse vernielingen aangericht omdat ramen en vitrines met een voorhamer werden ingeslagen. De verdachte heeft zich daarnaast ook nog schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een diefstal met geweld bij een andere winkel van Ritel in Barendrecht. De verdachte heeft door zijn handelen veel materiële schade en overlast veroorzaakt. Ook heeft hij laten zien geen enkel respect te hebben gehad voor de eigendommen van anderen.
Uit de justitiële documentatie van 9 april 2026 blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor diefstal.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 25 maart 2026. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in. De verdachte woont bij zijn ouders, waar zicht is op zijn handelen. Ten aanzien van de schoolgang van de verdachte bestaan zorgen. Zijn aanwezigheid laat ernstig te wensen over en de verwachting is dat de verdachte onder de huidige omstandigheden zal worden uitgeschreven van de opleiding. Uit onderzoek blijkt wel dat de verdachte zijn vrije tijd op een adequate wijze lijkt in te vullen. Hij sport en heeft een bijbaantje bij een snackbar.
De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte meewerkt aan het toezicht van de jeugdreclassering en de daaruit voortvloeiende afspraken.
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
De rechtbank heeft bij de strafmaat rekening gehouden met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Verder houdt de rechtbank rekening met een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een straf die tot gevolg heeft dat de verdachte alsnog naar de jeugdgevangenis moet, niet in het belang is van zijn verdere ontwikkeling en daarmee ook niet in het belang van de samenleving. De rechtbank legt daarom een geheel voorwaardelijke jeugddetentie op, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank acht het gelet op de ernst van de feiten niet passend dat de verdachte nu geen consequenties meer ervaart van zijn handelen, behalve de verplichting zich te houden aan de algemene en bijzondere voorwaarden. De rechtbank zal daarom, conform de eis van de officier van justitie, een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van na te noemen duur, opleggen aan de verdachte.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

7.Vorderingen benadeelde partijen

De officier van justitie heeft ter zitting gewezen op twee vorderingen van benadeelde partijen die in de zaak van een medeverdachte zijn ingediend. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat deze vorderingen niet aan de orde zijn omdat niet is gebleken dat de slachtoffers deze vorderingen in de zaak van de verdachte hebben ingediend.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 46, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311, 312, 416 van het Wetboek van Strafrecht.

9.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte feiten 2, 3, 4 en 5, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde feit 4 niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;
verklaart de verdachte voor het overig bewezen verklaarde strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie
voor de duur van 50 (vijftig) dagen;
bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op
1 (één) jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht.
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek
58 (achtenvijftig) urente verrichten werkstraf resteren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van
29 (negenentwintig) dagen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. de Veld, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. W.M. Stolk en J. Groot, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 mei 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij
op of omstreeks 30 december 2023
te Barendrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld (enig geldbedrag) en/of een of meer mobiele telefoon(s), in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan Ritel Barendrect (locatie [adres 2]), in elk geval
aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met bivakmutsen op de winkel binnen te lopen en
- een machete, althans een groot scherp en/of puntig voorwerp te tonen en
- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] van beide kanten te benaderen en dus in te
sluiten en
- bij die [slachtoffer 2] een hand op de schouder te plaatsen en haar te duwen en
- de woorden toe te voegen waar de dure telefoons lagen en/of waar het geld lag,
althans telkens woorden van gelijke aard en/of strekking en
- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] mee te nemen naar de bovenverdieping en/of die
[slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] mee te delen dat zij op de grond moesten gaan liggen en
- die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij de kassalade moest openen;
2
hij op of omstreeks 22 maart 2024 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere
mobiele telefoons van het merk Apple Iphone en/of Samsung, in elk geval enig
goed, dat/die geheel of ten dele aan Ritel Oud-Beijerland, in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met
het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn
mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft
en/of die weg te nemen telefoons onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht
door middel van braak
3
hij op of omstreeks 2 april 2024 te Oud-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meerdere telefoons van het merk Apple Iphone en/of een tablet van het merk
Samsung, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Ritel Oud-Beijerland,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de
plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen telefoons
en/of tablet onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van
braak
4
hij in of omstreeks de periode van 30 december 2023 t/m 15 mei 2024 te Rotterdam,
althans in Nederland, telefoons van het merk Apple Iphone en/of Samsung en/of
een tablet van het merk Samsung, althans een goed heeft verworven, voorhanden
heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist
dat het een door misdrijf verkregen goed betrof
5
hij op of omstreeks de periode van 1 april 2024 tot en met 15 mei 2024 te Rotterdam,
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een
gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweld in
vereniging (als omschreven in artikel 311 en Pro 312 van het Wetboek van Strafrecht)
opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen,
te weten;
- meerdere, althans een, mobiele telefoon(s) met daarop gesprekken waarin
personen werden benaderd voor dit strafbare feit en/of waarmee werd
gecommuniceerd over dit te plegen strafbare feit en/of over het doen van een
voorverkenning voor dit strafbare feit en/of over een vervoermiddel voor dit
strafbare feit;
- meerdere foto’s (aangetroffen op een mobiele telefoon) van het pand waar dit
strafbare feit moest worden gepleegd;
- routebeschrijvingen (aangetroffen op een mobiele telefoon) naar het pand waar
dit strafbare feit moest worden gepleegd
heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of
voorhanden heeft gehad;

Voetnoten

1.Uitspraak Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5149.