Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
Samenvatting
Procesverloop
Datum en tijdstip van de bevinding(en): 14 juni 2024, omstreeks 6.30 uur.
.”
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een veehouder tegen een bestuurlijke boete van €1.500,- opgelegd door de minister van Landbouw wegens het vervoeren van een koe die niet geschikt was voor transport omdat zij niet op eigen kracht pijnloos kon bewegen.
De boete was gebaseerd op een rapport van toezichthouders van de NVWA die constateerden dat de koe een dikke, ontstoken voorpoot had met pus en koorts, en daardoor kreupel liep. De veehouder betwistte de bevindingen en stelde dat de koe voldoende hersteld was en geschikt voor vervoer, onderbouwd met verklaringen van een dierenarts en video-opnamen.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van de toezichthouders voldoende concreet en onderbouwd was, inclusief foto’s en filmpjes, en dat de betwisting onvoldoende was om twijfel te zaaien over de overtreding. De rechtbank concludeerde dat de koe al voorafgaand aan het transport niet pijnloos kon lopen en dat het vervoer onnodig lijden veroorzaakte.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Fransen op 17 juni 2026.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €1.500,- voor het vervoeren van een koe die niet pijnloos kon bewegen.