Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift tot vervangende toestemming verhuizing met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 21 augustus 2025;
- het verzoekschrift tot ontbinding geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 21 augustus 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 29 oktober 2025;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek tevens houdende aanvullende verzoeken met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 23 december 2025;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 3 april 2026;
- het bericht met bijlagen van de man van 4 april 2026;
- het aanvullend verweerschrift tevens houdende (aanvullend) zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 8 april 2026;
- een drietal berichten, één met een gewijzigd verzoek met bijlagen, van de vrouw van 9 april 2026;
- het bericht van de man van 13 april 2026;
- het bericht met bijlage van de vrouw van 15 april 2026.
- de vrouw, bijgestaan door mr. J. van Elk als waarnemer van haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger].
2.De vaststaande feiten
- de regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) als volgt zal zijn: de minderjarige verblijft bij de man van woensdagmiddag uit de opvang tot zaterdagochtend 10:00 uur en bij de vrouw van zondag 17:00 uur tot woensdagochtend naar de opvang, alsmede een wekend in de 14 dagen bij de man en een weekend in de 14 dagen bij de vrouw;
- de man aan de vrouw zal voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige (hierna: kinderbijdrage) een bedrag van € 250,- per maand;
- de man een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw (hierna: partnerbijdrage) zal verstrekken van € 361,- per maand.
3.De beoordeling
- de noodzaak om te verhuizen;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de mate waarin ouders nog in staat zijn tot overleg.
- om het weekend van vrijdag 17:00 uur tot maandag 8:00 uur;
- om de week van woensdag 17:00 uur tot vrijdag 8:00 uur.
4.De beslissing
- de ene week van woensdagmiddag uit de opvang tot maandagochtend 7:45 uur,
- de andere week van woensdagmiddag uit de opvang tot vrijdagochtend naar de opvang;
- in de zomer- en kerstvakantie verblijft de minderjarige in de oneven jaren de eerste helft van de vakantie bij de man en de tweede helft van deze vakantie bij de vrouw en in de even jaren de eerste helft van deze vakantie bij de vrouw en de tweede helft van deze vakantie bij de man;
- in de meivakantie verblijft de minderjarige de gehele vakantie bij de vrouw;
- in de voorjaars- en herfstvakantie verblijft de minderjarige de gehele vakantie bij de man;
- feestdagen worden door ouders in onderling overleg verdeeld;
- op Moederdag verblijft de minderjarige bij de vrouw en op Vaderdag bij de man;
- op zijn verjaardag verblijft de minderjarige bij de ouder bij wie hij volgens de zorgregeling of vakantieverdeling verblijft en zal er videocontact met de andere ouder zijn;
- op de verjaardag van een ouder verblijft de minderjarige bij die ouder, tenzij de verjaardag in een vakantie valt en de minderjarige volgens de vakantieverdeling bij de andere ouder verblijft, dan zal er die dag videocontact zijn met de ouder die jarig is;
- bepaalt dat aan de vrouw de activa van de pottenbakkerij worden toegedeeld tegen een waarde van € 5.000,-, onder vergoeding van de helft van de waarde aan de man;
- de vrouw zal het overbedelingsbedrag van € 2.500,- in termijnen aan de man terug betalen, door partijen in onderling overleg nader af te spreken;