De rechtbank Rotterdam behandelt een verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage van de man voor zijn vier minderjarige kinderen, waarbij sprake is van een samengesteld gezin met meerdere onderhoudsplichten. De man verzoekt de bijdrage te verlagen, terwijl de vrouw dit betwist. De rechtbank beoordeelt de gewijzigde omstandigheden, waaronder het aantal onderhoudsplichten en het inkomen van partijen.
De rechtbank past de 'verhoudingenmethode' toe om de draagkracht van de man per gezin te berekenen en verdeelt het beschikbare bedrag naar rato over de vier kinderen. De draagkracht van de man wordt vastgesteld op €628 per maand, terwijl de draagkracht van de vrouw €498 bedraagt. De gezamenlijke draagkracht is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien.
De rechtbank wijst het verzoek van de man toe voor een aangepaste bijdrage van €163,50 per kind per maand met ingang van 16 juli 2025, oplopend naar €172 per maand per kind vanaf 1 januari 2026, rekening houdend met wettelijke indexering. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.