ECLI:NL:RBROT:2026:667

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
10-251870-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor de verlengde uitvoer van 4,71 kg MDMA met onrechtmatige doorzoeking

Op 20 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die 4,71 kilogram MDMA had uitgevoerd. De verdachte, geboren in 1986 en zonder vaste woon- of verblijfplaats, werd betrapt tijdens een controle op de A16. Hij had de MDMA in zijn auto vervoerd, naar eigen zeggen voor een vriend tegen betaling. De rechtbank oordeelde dat de doorzoeking van de auto onrechtmatig was, omdat niet duidelijk was of de verdachte voldoende was geïnformeerd over de implicaties van de toestemming die hij gaf. Dit vormverzuim leidde tot strafvermindering. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 20 maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die de kostwinner van een gezin is en een garagebedrijf heeft. De rechtbank verklaarde ook de in beslag genomen auto verbeurd, aangezien deze was gebruikt voor het strafbare feit.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-251870-25
Datum uitspraak: 20 januari 2026
Datum zitting: 6 januari 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
gedetineerd in de [detentieadres].
Advocaat van de verdachte: mr. A. Boumanjal
Officier van justitie: mr. C.T. den Uil
Kern van het vonnis
De verdachte had in Nederland een auto gekocht voor zijn garagebedrijf en hij reed met die auto terug naar Frankrijk. Omdat de verdachte in de auto 4,71 kilogram MDMA vervoerde (naar zijn zeggen voor een vriend tegen betaling), wordt hij veroordeeld voor de verlengde uitvoer van verdovende middelen.
Omdat de rechtbank niet kan vaststellen of het de verdachte duidelijk was wat de politie bedoelde toen zij hem via een telefonisch tolk Arabisch vroegen of zij de auto mochten doorzoeken en er dus geen
informed consentwas, is die doorzoeking onrechtmatig. Dat levert een vormverzuim op, wat wordt gecompenseerd door strafvermindering. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf van 20 maanden opgelegd.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij 4,71 kilogram MDMA heeft uitgevoerd.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
hij op of omstreeks 23 september 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht, althans in Nederland, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans heeft vervoerd, althans aanwezig heeft gehad ongeveer 4,71 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van het feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wel heeft de verdediging bewijsuitsluiting bepleit wegens een vormverzuim ten aanzien van de doorzoeking van de auto.
Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verlengde uitvoer van 4,71 kilogram MDMA. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.5.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] .
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Ik had de pillen die op 23 september 2025 in Hendrik-Ido-Ambacht in mijn auto zijn aangetroffen, in Nederland in ontvangst genomen. Ik was onderweg naar Frankrijk.
2.
Proces-verbaal van de politie [3] Op 23 september 2025 reden wij op de A16 en zag ik dat er een Renault Scenic voor ons reed.
Het voertuig werd tot stilstand gebracht in Hendrik-Ido-Ambacht.
Ik zag dat de bestuurder bleek te zijn: [verdachte].
Ik opende het dashboardkastje en zag dat er zich meerdere doorzichtige plastic zakken in bevonden welke gevuld waren met roze pillen.
De zakken zijn in beslag genomen onder de goednummers [nummer 1] en [nummer 2]. De derde zak is middels een inbeslagname zak met barcode: [barcode] in beslag genomen.
3.
Schriftelijk stuk [4]
Kennisgeving van inbeslagneming
Sealbagnummer: [barcode]
Goednummer: [nummer 3]
4.
Proces-verbaal van de politie [5] Bij het onderzoek aan vermoedelijke verdovende middelen werden de onderzoeksitems beschreven, de hoeveelheid bepaald en eventuele monsternames uitgevoerd
[nummer 1] - netto 225,6 gram;
[nummer 2] - netto 2244 gram;
[nummer 3] - netto 2244 gram.
5.
Deskundigenverslag [6]
Onderzoeksmateriaal met kenmerk [nummer 3] bevat MDMA.
6.
Deskundigenverslag [7] Onderzoeksmateriaal met kenmerk [nummer 1] bevat MDMA.
7.
Deskundigenverslag [8] Onderzoeksmateriaal met kenmerk [nummer 2] bevalt MDMA.
2.3.2.
Bewijsuitsluiting?
De raadsman heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat de doorzoeking van de auto van de verdachte onrechtmatig was. Uit het proces-verbaal waarin de gang van zaken na de staandehouding is vastgelegd, blijkt onvoldoende dat de verdachte op basis van
informed consenttoestemming heeft gegeven voor doorzoeking van de auto. De verbalisanten hebben aan de verdachte weliswaar met behulp van een tolk Arabisch gevraagd of zijn auto mocht worden doorzocht, maar niet is gebleken dat hem duidelijk is uitgelegd wat dat doorzoeken precies zou inhouden en wat de gevolgen daarvan voor hem zouden kunnen zijn. De raadsman heeft bepleit dat hiermee sprake is van een ernstig en onherstelbare vormverzuim in het vooronderzoek, zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Het hieruit voortvloeiende bewijs moet daarom van de bewijsvoering worden uitgesloten, waardoor onvoldoende resteert om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen. De verdachte moet daarom worden vrijgesproken. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.
Uit het dossier blijkt dat de verdachte in een auto met een exportkentekenplaat over de A16 reed. Uit de bevraging door de politie bleek dat de auto was aangemeld voor export naar Frankrijk en dat de APK van de auto was verlopen. De verdachte kreeg een stopteken waaraan hij uiteindelijk gehoor gaf. Eén van de agenten, die de Franse taal machtig is, is met de verdachte in gesprek gegaan. Toen de verdachte daarom vroeg is een telefonische tolk Arabisch Algerijns ingeschakeld. De politie heeft vervolgens gevraagd of hij verboden waren zoals drugs of wapens in zijn auto had liggen. De verdachte antwoordde dat dat niet het geval was. Vervolgens is aan de verdachte toestemming gevraagd om zijn auto te doorzoeken. Daarbij is uitgelegd dat die toestemming op vrijwillige basis was en dat hij daartoe niet verplicht was. De verdachte heeft vervolgens gezegd dat dat geen probleem was, waarna, zo wordt geverbaliseerd, de auto is doorzocht.
Op basis van het proces-verbaal kan naar het oordeel van de rechtbank niet ondubbelzinnig worden vastgesteld dat het de verdachte duidelijk was wat er zou gaan gebeuren nadat hij toestemming had gegeven om de auto te
doorzoeken.Daarbij is van belang dat er in juridische zin een verschil is tussen ‘zoekend rondkijken’ en ‘doorzoeken’ waarmee de gemiddelde burger niet bekend zal zijn en dat hier niet duidelijk is hoe de politie de term ‘doorzoeken’ aan de verdachte heeft verduidelijkt.
Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat geen sprake was van toestemming van de verdachte voor doorzoeking van de auto, terwijl niet gesteld of gebleken is dat er anderszins een bevoegdheid tot doorzoeking van de auto bestond. De onrechtmatige zoeking is daarmee een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of aan dit vormverzuim een rechtsgevolg dient te worden verbonden. Daarbij houdt zij rekening met de in het tweede lid van artikel 359a Sv geformuleerde factoren, te weten het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt.
Met betrekking tot het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim overweegt de rechtbank dat het geen betoog behoeft dat het onwenselijk is dat doorzoekingen plaatsvinden zonder toestemming of zonder wettelijke basis. Een doorzoeking maakt immers inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en dat mag alleen als die inbreuk gerechtvaardigd is.
De vraag is vervolgens welk nadeel het vormverzuim heeft veroorzaakt. Het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, kan volgens vaste rechtspraak niet worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang dat een nadeel zoals bedoeld in artikel 359a Sv oplevert. Het aantreffen van de verdovende middelen in het dashboardkastje van de auto kan daarom niet als zodanig worden aangemerkt.
Wel heeft de verdachte nadeel ondervonden van het feit dat de onrechtmatige doorzoeking van het bij hem in gebruik zijnde voertuig een inbreuk heeft gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer. Dit nadeel is echter beperkt gebleven nu de verdachte de doorzochte auto kort daarvoor bedrijfsmatig ten behoeve van zijn autohandel had aangeschaft en zich naar verwachting nog weinig persoonlijke spullen in die auto zullen hebben bevonden. De rechtbank zal daarom niet overgaan tot bewijsuitsluiting.
In het licht van het belang van het geschonden voorschrift en de ernst van het verzuim en omdat strafvermindering als rechtsgevolg geschikt is als compensatie voor het door de verdachte ondervonden nadeel, acht de rechtbank de hierna te noemen strafvermindering gerechtvaardigd.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 23 september 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht 4,71 kilogram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
Een straf gelijk aan voorarrest met een groot deel voorwaardelijk is een passende reactie. Zo niet, dan zou – gelet op de ondergeschikte rol van de verdachte – maximaal een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk moeten worden opgelegd.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de (verlengde) uitvoer van verdovende middelen. Hij was met 4,71 kilogram MDMA onderweg naar Frankrijk.
Het is algemeen bekend dat het gebruik van harddrugs verslavend is en dat het ernstig gevaar oplevert voor de volksgezondheid. De handel in verdovende middelen gaat gepaard met vele vormen van (georganiseerde) criminaliteit. De verdachte heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan het faciliteren en in stand houden van de internationale drugshandel. De verdachte heeft hiervoor geen oog gehad en was kennelijk slechts uit op eigen (financieel) voordeel.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het Franse strafblad (uittreksel Ecris) van 25 september 2025 en uit het Nederlandse strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 2 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft een garagebedrijf en komt moeilijk rond. Hij en zijn vrouw dragen de zorg voor drie kinderen. De verdachte is de kostwinner van het gezin.
4.3.3.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
In dit geval is de officier van justitie bij zijn eis in het voordeel van de verdachte afgeweken van de voor het Openbaar Ministerie geldende richtlijnen die bij de uitvoer van harddrugs een gevangenisstraf van ruim drie jaar voorschrijven. Uit de oriëntatiepunten volgt als vertrekpunt een gevangenisstraf tussen 36 en 38 maanden. De gang van zaken tijdens de doorzoeking van de auto op zich leidt daarom reeds tot een strafvermindering met negen maanden. In strafmatigende zin heeft de rechtbank vervolgens verder rekening gehouden met de proceshouding van de verdachte. Hij heeft uiteindelijk tijdens de mondelinge behandeling van de zaak openheid van zaken gegeven en bekend (overigens met de toevoeging dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij met ongevaarlijke pillen te maken had) dat hij de verdovende middelen in de auto heeft gestopt om ze mee te nemen naar Frankrijk, naar zijn zeggen op verzoek van een vriend tegen een vergoeding van € 1.500,-. De rechtbank komt dan tot een gevangenisstraf van twintig maanden.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen auto wordt verbeurd verklaard.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich niet uitgelaten over het beslag.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
5.3.1.
Verbeurdverklaring
Als bijkomende straf voor het feit wordt de in beslag genomen personenauto, een Renault Mégane Scénic (goednummer: [proces-verbaalnummer ]) verbeurd verklaard. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. De personenauto is ook vatbaar voor verbeurdverklaring.
Het strafbare feit is met behulp van de personenauto gepleegd. De personenauto behoort aan de verdachte toe.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 20 (twintig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor het feit: de personenauto van het merk Renault, type Mégane Scénic, met goednummer [proces-verbaalnummer ].

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.P. Hameete, voorzitter,
en mrs. I. Bouter en J.A. Terstegge, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. van Twist, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 20 januari 2026.
Mr. Hameete is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het (eind)proces-verbaal met nummer : [proces-verbaalnummer ].
2.Verklaard tijdens de zitting van 6 januari 2026.
3.pagina’s 36-43.
4.pagina 19.
5.pagina’s 52-53.
6.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer 2025.10.07.050 (aanvraag 001), pagina 56.
7.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer 2025.10.07.050 (aanvraag 002), pagina 57.
8.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer 2025.10.07.050 (aanvraag 003), pagina 58.