Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
“Medische documentatie is door ondergetekende ingezien.”En:
“Ze heeft medische documentatie overgelegd. De medische klachten worden op basis van huidig onderzoek als plausibel beschouwd. Er zijn wegens de klachten beperkingen ten aanzien van het persoonlijk- en sociaal functioneren. Ze is momenteel nog onder behandeling.
Gezien de lopende diagnostiek en behandeling voor haar mentale klachten is het de verwachting dat de klachten binnen een termijn van 12-18 maanden kunnen verbeteren.”Naar het oordeel van de rechtbank is op grond hiervan aannemelijk dat de verzekeringsarts de informatie van de psycholoog heeft meegewogen bij het opstellen van het advies.
“Ten tijde van het primaire onderzoek oordeelde arts [naam 2] dat betrokkene op het moment van onderzoek nog forse psychische klachten had maar dat bij adequate behandeling (gezien aard en ernst van de ziektebeelden) verwacht kan worden dat zodanig herstel optreedt dat betrokkene in staat is om binnen 5 jaar het inburgeringsexamen te behalen. Ook op basis van de huidige informatie kan dit niet worden bestreden. Er is sprake van goed behandelbare psychiatrische aandoeningen die in casu gepaard gaan met cognitieve belemmeringen. Bij het afnemen van onderliggende psychiatrische problematiek door de adequate behandeling is te verwachten dat ook de cognitieve belemmeringen af zullen nemen tot een niveau waarbij betrokkene cognitief in staat geacht kan worden om taalonderwijs te volgen en een examen af te leggen. (…) Op basis van de in bezwaar gewogen informatie bestaat er geen medische reden tot volledige vrijstelling van het inburgeringsexamen. Op basis van de actueel ontvangen medische informatie en de bezwaargronden bestaat er geen medische reden om het primaire advies te herzien.”