De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege een problematische schuldensituatie. De schuldenaar had geen minnelijk aanbod kunnen doen omdat haar Participatiewet-uitkering was gekort door inschrijving van familieleden op haar adres, waardoor haar inkomen instabiel was.
De rechtbank oordeelde dat het niet mogelijk was binnen afzienbare termijn een buitengerechtelijke schuldregeling te treffen en verklaarde het verzoek ontvankelijk. De schuldenaar voldeed aan de eisen van de Wsnp, waaronder goed vertrouwen en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zou voldoen, mede doordat de familieleden inmiddels waren uitgeschreven en haar inkomenssituatie stabiel was.
De rechtbank stelde de duur van de Wsnp-regeling vast op 18 maanden en bepaalde een eerdere ingangsdatum van 13 februari 2026, omdat vanaf die datum aan de afdracht- en inspanningsverplichtingen was voldaan. Een bewindvoerder en rechter-commissaris werden benoemd om toezicht te houden en de boedel te beheren. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen wordt voldaan.