ECLI:NL:RBROT:2026:6412
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag ontheffing inburgeringsplicht op medische of psychische gronden
Eiseres heeft op 30 december 2023 een aanvraag ingediend voor ontheffing van haar inburgeringsplicht wegens psychische klachten. De staatssecretaris heeft deze aanvraag op 21 februari 2025 afgewezen en het bezwaar van eiseres op 18 juni 2025 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 behandeld.
Een verzekeringsarts van Argonaut heeft op 9 september 2024 vastgesteld dat eiseres beperkingen ondervindt door psychische klachten, maar dat verbetering binnen 12 tot 18 maanden verwacht wordt. De arts acht eiseres in staat om binnen vijf jaar het inburgeringsexamen te halen, mogelijk met een tijdelijke ontheffing tot 18 maanden.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht het advies van Argonaut heeft gevolgd en dat eiseres onvoldoende concrete aanknopingspunten heeft aangevoerd om dit advies te betwisten. De brief van de psycholoog ondersteunt niet dat eiseres blijvend niet kan voldoen aan de inburgeringsplicht.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard, blijft het bestreden besluit in stand en krijgt eiseres geen ontheffing, griffierechtteruggave of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor ontheffing van de inburgeringsplicht is ongegrond verklaard.