Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:6176

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
ROT 25/8750
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Pw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen ontheffing arbeidsverplichtingen wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid

In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam terecht ontheffing van arbeidsverplichtingen had verleend aan eiseres tot en met 28 februari 2026. Eiseres stelde dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en dat zij hiervoor een begin van bewijs had geleverd.

De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had overgelegd ter onderbouwing van haar stelling. Zij had geen medische stukken of verklaringen van behandelaars overgelegd waaruit bleek dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Ook verwees de rechtbank naar een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep die eiseres en haar gemachtigde op de hoogte had kunnen brengen van de vereisten voor bewijs.

Het beleid van het college om bij niet-duurzame arbeidsongeschiktheid ontheffing voor maximaal twee jaar te verlenen werd als niet onredelijk beoordeeld, omdat dit het college in staat stelt de situatie te monitoren. Eiseres had geen concrete feiten aangevoerd die het college zouden verplichten van dit beleid af te wijken.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het griffierecht en proceskostenvergoeding af en wees partijen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de ontheffing van arbeidsverplichtingen is ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/8750

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

21 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. O.C. Bozbiyik),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. Z. Abachi).

Zitting

De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.

Motivering

1. In deze zaak gaat het om de vraag of het college terecht aan eiseres ontheffing van arbeidsverplichtingen heeft verleend tot en met 28 februari 2026.
2. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is van de verplichtingen van artikel 9 van Pro de Pw en dat zij hiervoor een begin van bewijs heeft geleverd. Eiseres heeft inmiddels al een aantal ontheffingen gekregen vanwege haar (aanhoudende) gezondheidsklachten. Zij wil in aanmerking komen voor een permanente of een langere vrijstelling.
3. Met een enkele verwijzing naar haar klachten en eerder afgegeven ontheffingen heeft eiseres geen begin van bewijs geleverd dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Zij heeft in bezwaar en beroep geen medische stukken overgelegd die haar standpunt dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is ondersteunen en die een aanknopingspunt zouden kunnen geven voor eventueel verder onderzoek door het college. Eiseres heeft geen verklaring van een oud-behandelaar overgelegd waarin staat dat zij is uitbehandeld en er geen verbetering meer is te verwachten. Van eiseres mocht die onderbouwing met medische stukken wel worden verwacht en de gemachtigde van eiseres, die haar in bezwaar en beroep heeft bijgestaan, kon dat op grond van onder meer de recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 31 maart 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:405, op een door haar ingesteld hoger beroep ook weten. Onder deze omstandigheden heeft het college geen aanleiding hoeven zien om eiseres duurzaam te ontheffen.
4. Het beleid om bij niet duurzame arbeidsongeschiktheid een ontheffing voor maximaal twee jaar te verlenen is in het algemeen niet onredelijk omdat dit het college de mogelijkheid biedt om de vinger aan de pols te houden. Eiseres heeft geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd die leiden tot de conclusie dat het college in haar geval niet aan dat beleid heeft kunnen vasthouden.
5. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Dit proces-verbaal is vastgesteld door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van
R.P. Evegaars, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met de uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.