Art. 79 lid 1 en 2 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArtikel 2 lid 2 Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verzoekster niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek wegens ontbreken advocaat
Verzoekster diende een schriftelijk wrakingsverzoek in tegen de rechter in een familierechtelijke procedure over een zorgregeling voor een minderjarige dochter. Volgens de rechtbank geldt in deze hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging voor verwerende partijen die proceshandelingen willen verrichten, waaronder het indienen van een wrakingsverzoek.
Verzoekster diende het wrakingsverzoek zelf in, zonder tussenkomst van een advocaat, wat in strijd is met artikel 79 lid 1 enPro 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank stelde verzoekster in de gelegenheid een advocaat te zoeken, maar er stelde zich geen advocaat namens haar in de wrakingsprocedure.
De wrakingskamer verwierp het standpunt van verzoekster dat wraking een hoogstpersoonlijk recht is dat zonder advocaat kan worden uitgeoefend. Gezien het ontbreken van verplichte procesvertegenwoordiging verklaarde de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk en zag af van inhoudelijke behandeling of mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek wegens het ontbreken van verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Wrakingskamer
Zaak- en rolnummer: C/10/718488 / HA RK 26-363
Beslissing van 11 mei 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster],
woonplaats: [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. S.L. Raphael,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1.De procedure
1.1.
Het verzoek van verzoekster strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met zaak- en rekestnummer C/10/650063 / FA RK 22-9241 (‘de hoofdzaak’). De hoofdzaak betreft een familierechtelijke procedure tussen [naam] als verzoekende partij en verzoekster als verwerende partij, waarin de rechter nog over de door [naam] verzochte zorgregeling betreffende de minderjarige dochter van partijen moet beslissen.
1.2.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de e-mail van 2 april 2026 van verzoekster aan de administratie van het Team familie;
de e-mail van 3 april 2026 van verzoekster aan de administratie van het Team familie, met een bijlage, waarin verzoekster mededeelt dat zij de rechter wraakt;
de e-mail van 8 april 2026 van de advocaat van verzoekster in de hoofdzaak, waarin die advocaat mededeelt dat zij verzoekster niet zal bijstaan in de wrakingsprocedure;
de e-mail van 8 april 2026 van verzoekster, waarin zij bevestigt dat haar advocaat in de hoofdzaak haar niet zal bijstaan in de wrakingsprocedure;
de e-mail van 14 april 2026 van de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan verzoekster, waarin hij verzoekster mededeelt dat uiterlijk op 28 april 2026 om 12:00 uur een advocaat zich namens haar moet stellen in de wrakingsprocedure;
de e-mail van 27 april 2026 van verzoekster, met een bijlage.
2.De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1.
In de wrakingsprocedure gelden dezelfde regels over (verplichte) procesvertegenwoordiging als in de (bodem)procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan. Verplichte procesvertegenwoordiging houdt onder andere in dat een partij zelf geen proceshandelingen kan verrichten, zoals het indienen van stukken of het doen van nieuwe, gewijzigde of aanvullende verzoeken, maar dat daarvoor de tussenkomst van een advocaat is vereist.
2.2.
In artikel 79 lid 1 enPro 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat een partij in alle zaken – behalve zaken bij de kantonrechter, maar daarvan is in het geval van de hoofdzaak geen sprake – moet worden bijgestaan door een advocaat. Dat heet verplichte procesvertegenwoordiging. In de hoofdzaak is sprake van verplichte procesvertegenwoordiging voor een verwerende partij (in dit geval: verzoekster) in het geval dat die partij proceshandelingen wil verrichten. Het indienen van een schriftelijk wrakingsverzoek is zo’n proceshandeling. Verzoekster kan dus niet zelf een schriftelijk wrakingsverzoek indienen; daarvoor heeft zij een advocaat nodig. De wet maakt geen uitzondering op die verplichte procesvertegenwoordiging voor het doen van een schriftelijk wrakingsverzoek in de hoofdzaak. [1]
2.3.
Het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekster is in strijd met het voorgaande niet ingediend door een advocaat. Verzoekster is daarom overeenkomstig artikel 2 lid 2 vanPro het Wrakingsprotocol van deze rechtbank in een e-mail van 14 april 2026 in de gelegenheid gesteld om een advocaat te zoeken die haar schriftelijke wrakingsverzoek ondersteunt c.q. verzoekster bijstaat in de wrakingsprocedure. Verzoekster heeft hiervoor een termijn gekregen tot 28 april 2026 om 12:00 uur.
2.4.
De wrakingskamer constateert dat zich tot op heden geen advocaat namens verzoekster heeft gesteld in deze wrakingsprocedure, terwijl de aan verzoekster verleende termijn om een advocaat te zoeken inmiddels is verstreken. In de bijlage bij de e-mail van 27 april 2026 van verzoekster schrijft verzoekster dat zij van mening is dat wraking een hoogstpersoonlijk recht is dat door de partij zelf kan worden uitgeoefend, los van de verplichte procesvertegenwoordiging in de hoofdzaak. Dit standpunt volgt de wrakingskamer niet, gelet op wat hiervoor in 2.1. en 2.2. is overwogen.
2.5.
Gelet op al het voorgaande is verzoekster niet-ontvankelijk in het door haar ingediende schriftelijke wrakingsverzoek. De wrakingskamer komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van dat wrakingsverzoek. Gelet daarop kan een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege blijven.
3.De beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, en mr. K.A. Baggerman en mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.