Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[gedaagde] HOLDING B.V.,
[gedaagde],
[gedaagde] V.O.F.,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 12 juni 2025, met producties 1 tot en met 27;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende (voorwaardelijke) reconventionele vordering, met producties 1 tot en met 12;
- de brief van 1 oktober 2025 van de rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling;
- het bericht van 14 januari 2026 van de rechtbank, met een zittingsagenda waarbij partijen nader zijn geïnformeerd over de mondelinge behandeling;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 28 tot en met 36;
- de brief van [gedaagde] c.s. van 12 februari 2026, met producties 13 tot en met 19;
- de mondelinge behandeling van 23 februari 2026 en de door partijen overgelegde spreekaantekeningen;
- de tijdens de mondelinge behandeling door [X B.V.] (op verzoek van de rechtbank) overgelegde aandeelhoudersovereenkomst.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
i) Meerdere procedures over dezelfde gedragingen
- de vordering op [gedaagde] Holding kwam excessief voor (te veel boetes);
- er was, ondanks daarop gerichte vragen, niet gemotiveerd waarom [gedaagde] boetes verschuldigd zou zijn (hij is niet degene die onder de managementovereenkomst boetes verbeurt);
- de vordering op [gedaagde] Advies (€ 60.000,00 aan schadevergoeding) is toen afgewezen omdat de schade op geen enkele wijze was onderbouwd.
6.De beslissing
1977/1918/3455/2254