Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5844

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
12092901 VV EXPL 26-78
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:613 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eis tot wedertewerkstelling in eigen functie na ziekte bij Gemeente Rotterdam

De werknemer is sinds december 2021 in dienst bij Gemeente Rotterdam als Teamcoach bij afdeling [afdeling 1]. Na langdurige ziekte viel zij uit op 10 maart 2025. Tijdens haar re-integratie werd zij onder protest elders tewerkgesteld. Op 10 november 2025 meldde zij zich hersteld, maar de werkgever accepteerde dit aanvankelijk niet en stelde dat zij nog moest re-integreren in een ander taakcontingent. De bedrijfsarts bevestigde op 2 februari 2026 dat zij volledig was hersteld en de verzuimbegeleiding kon worden afgesloten.

De werknemer eiste in kort geding wedertewerkstelling in haar oorspronkelijke functie voor 36 uur per week. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer recht heeft op hervatting van haar bedongen arbeid, tenzij vaststaat dat dit niet mogelijk is. De werkgever mocht haar niet zonder instemming elders inzetten, omdat dit neerkomt op een eenzijdige functiewijziging zonder de vereiste voorwaarden.

Hoewel de werknemer sinds indiensttreding driemaal langdurig uitviel, was er geen sprake van disfunctioneren of een verbetertraject. De werkgever wilde een functioneringstraject en opleiding bij een andere afdeling, maar de werknemer betwistte de noodzaak daarvan en stelde dat het werk op die afdeling zwaarder en anders van aard is. De kantonrechter vond dat de werknemer niet zonder instemming kon worden overgeplaatst.

De eis tot wedertewerkstelling werd daarom toegewezen, met een spoedeisend belang. Er werd geen dwangsom opgelegd omdat de werkgever toezegde de uitspraak na te komen. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van €1.257,67. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De werknemer wordt toegewezen in haar eis tot wedertewerkstelling in haar oorspronkelijke functie als Teamcoach bij afdeling [afdeling 1].

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12092901 VV EXPL 26-78
datum uitspraak: 1 april 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.R. Toet,
tegen
Gemeente Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.H.E. van Veeren.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘Gemeente Rotterdam’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 10 maart 2026, met bijlagen 1 tot en met 16;
  • de e-mail van [eiseres] , met bijlagen 17 tot en met 19;
  • het antwoord, met bijlagen 1 tot en met 18;
  • de spreekaantekeningen van de gemachtigden van partijen.
1.2.
Op 18 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiseres] en
[naam 1] (Teammanager) en [naam 2] (Adviseur HRO) voor Gemeente Rotterdam, en de gemachtigden.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiseres] is sinds 1 december 2021 in dienst bij Gemeente Rotterdam en werkzaam bij Rotterdam Inclusief dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleidt naar passend werk. [eiseres] is tot aan haar uitval door ziekte op 10 maart 2025 werkzaam geweest in de functie van Teamcoach op de afdeling [afdeling 1] . In het kader van haar re-integratie is [eiseres] (onder protest) tewerkgesteld bij de afdeling [afdeling 2] waar zij haar uren heeft opgebouwd. Op 10 november 2025 heeft [eiseres] zich hersteld gemeld, maar Gemeente Rotterdam heeft dat aanvankelijk niet geaccepteerd. Zij vond dat [eiseres] ook nog “taakcontingent” moest re-integreren. De bedrijfsarts heeft echter naar aanleiding van het spreekuur van 2 februari 2026 aan Gemeente Rotterdam bericht dat het werk volledig is hervat en dat de verzuimbegeleiding wordt afgesloten. Gemeente Rotterdam zet [eiseres] vanaf 16 februari 2026 in bij de afdeling [afdeling 3] . [eiseres] heeft dat onder protest aanvaard.
2.2.
[eiseres] eist nu - verkort weergegeven - wedertewerkstelling in haar functie bij [afdeling 1] voor 36 uur per week, met een dwangsom van € 500,- per dag. Gemeente Rotterdam is het daarmee niet eens.
Wat vindt de kantonrechter hiervan?
Toewijzing eis
2.3.
De eis van [eiseres] wordt toegewezen, omdat dit waarschijnlijk ook de uitkomst zal zijn in een gewone procedure. De uitkomst van die procedure hoeft [eiseres] niet af te wachten, omdat zij spoedeisend belang heeft bij haar eis. Daaraan draagt bij dat het belang van [eiseres] bij wedertewerkstelling op haar oude werkplek zwaarder weegt dan het belang van Gemeente Rotterdam om dat niet te doen. De gevolgen van deze wedertewerkstelling zijn ook niet zo ingrijpend voor Gemeente Rotterdam dat dit reden geeft om hiervan af te zien voor het geval dat deze uitspraak later wordt teruggedraaid. Dit wordt hierna toegelicht.
2.4.
Uitgangspunt is dat een werknemer de overeengekomen werkzaamheden verricht. Dat geldt ook voor een werknemer die ziek is geweest en weer aan het werk gaat na te zijn hersteld. Die moet daartoe in de gelegenheid worden gesteld. Re-integratie tijdens ziekte dient in beginsel ook gericht te zijn op hervatting van de bedongen arbeid. Pas als vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht, kan de werkgever zijn inspanningen ter bevordering van de inschakeling in de arbeid richten op passend werk in het eigen bedrijf of, als dat er niet is, elders. Zolang de werknemer dat werk niet aanvaardt, behoudt hij aanspraak op tewerkstelling in de oorspronkelijke functie. In het geval van [eiseres] gaat het om de functie van Teamcoach bij [afdeling 1] .
2.5.
Dat tijdens de afwezigheid van [eiseres] haar caseload, dat zijn de sociale werkplaats (SW) medewerkers die zij begeleidde, verdeeld is onder collega’s, is begrijpelijk maar geen omstandigheid die met zich brengt dat zij, nu zij hersteld is, niet het recht heeft om haar werk bij [afdeling 1] te hervatten. Dat [eiseres] in de aanloop naar haar volledige herstel tewerkgesteld is bij [afdeling 2] , brengt dat evenmin met zich mee, om de hierboven genoemde reden dat re-integratie gericht is op werkhervatting in de eigen functie.
2.6.
Anders dan Gemeente Rotterdam betoogt, staat het haar niet vrij om [eiseres] , zonder haar instemming, in te zetten binnen andere afdelingen en teams van Rotterdam Inclusief.
Wat Gemeente Rotterdam wil komt neer op een eenzijdige wijziging van de functie van [eiseres] zonder dat voldaan lijkt te zijn aan de eisen die hieraan worden gesteld in de wet [1] en de rechtspraak [2] .
2.7.
De omstandigheid dat sprake is van verminderde instroom kan niet zonder meer ertoe leiden dat [eiseres] haar aanspraak op de functie bij [afdeling 1] verliest.
2.8.
Onderkend wordt dat [eiseres] sinds haar indiensttreding in 2021 driemaal langdurig uitgevallen is, maar uit niets blijkt dat de uitval zijn oorzaak vindt in het werk, bijvoorbeeld doordat het werk te belastend zou zijn voor [eiseres] . Het kan zo zijn dat door de uitval de aanvankelijke groei in de functie niet is voortgezet en dat er punten zijn waarop [eiseres] zich dient te ontwikkelen, maar zoals Gemeente Rotterdam ter zitting te kennen heeft gegeven is van disfunctioneren en een verbetertraject geen sprake. Volgens Gemeente Rotterdam dient [eiseres] een functioneringstraject te doorlopen, een leerlijn voor de ontwikkeling in de functie van Teamcoach, om geconstateerde knelpunten weg te nemen, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar administratie, verslaglegging, kennis van systemen en deadlines. [eiseres] moet ook nog de ELAN-opleiding afronden. Volgens Gemeente Rotterdam kan dat beter gerealiseerd worden als [eiseres] werkzaam is bij de afdeling [afdeling 3] .
Dat staat echter niet vast, want [eiseres] heeft de noodzaak van het functioneringstraject en van het (in het kader daarvan) overplaatsen van haar naar afdeling [afdeling 3] gemotiveerd betwist, waarover hieronder meer.
2.9.
[eiseres] stelt dat het voor haar juist lastiger zal zijn om het functioneringstraject succesvol te doorlopen bij de afdeling [afdeling 3] , omdat de SW-medewerkers waarmee zij moet werken op die afdeling meer beperkingen hebben dan de SW-medewerkers die vallen onder de afdeling [afdeling 1] . De SW-medewerkers bij [afdeling 3] werken om die reden op één vaste fabriekslocatie en vergen een heel andere aanpak. Zo is [eiseres] naar eigen zeggen op de afdeling [afdeling 3] al geconfronteerd met vechtpartijen en seksuele intimidatie. Het werk is daar niet rustiger maar intenser en rumoeriger. Dat is anders bij het werk bij [afdeling 1] want de SW-medewerkers die onder die afdeling vallen zijn vanwege hun niveau beter te coachen en begeleiden. Die medewerkers werken voor diverse werkgevers op verschillende locaties. In haar functie moet [eiseres] bij die werkgevers op bezoek. Bij de functie op de afdeling [afdeling 1] is dus een andere dynamiek van werken en coachen en moet zij vaak op pad, wat destijds voor haar reden is geweest om op de functie te solliciteren, aldus [eiseres] . Dat het werk op de afdelingen [afdeling 2] en [afdeling 3] enerzijds en het werk op de afdeling [afdeling 1] op die manier van elkaar verschilt is niet weersproken door Gemeente Rotterdam. Dat maakt dat sprake lijkt te zijn van verschillende functies op verschillende afdelingen die niet zomaar inwisselbaar zijn. Om die reden kan van [eiseres] niet gevergd worden dat zij zonder haar instemming deelneemt aan genoemd functioneringstraject bij afdeling [afdeling 3] .
2.10.
Gelet op het vorenstaande heeft [eiseres] er recht op om weer te werk te worden gesteld in de functie van Teamcoach bij de afdeling [afdeling 1] . Zij heeft daar ook (spoedeisend) belang bij. Dat volgt reeds uit de aard van de eis en de toelichting waarom [eiseres] weer bij de afdeling [afdeling 1] aan het werk wil. Daarnaast roept haar aanwezigheid op een andere werkplek vragen op bij collega’s en heeft [eiseres] gegronde vrees voor verlies van haar functie als deze situatie langer gaat duren mede ook door de verminderde instroom bij de afdeling [afdeling 1] . Daarbij komt dat ook haar huidige werkplek op de locatie [locatie] onzeker is, want die geldt voor de duur van 6 maanden en eindigt op 16 augustus, blijkens een e-mail van een Teammanager van Rotterdam Inclusief afdeling [afdeling 3] van
24 februari 2026.
2.11.
Daarom wordt de eis toegewezen. Geen dwangsom wordt opgelegd omdat Gemeente Rotterdam toegezegd heeft de uitspraak te zullen nakomen.
Proceskosten
2.12.
De proceskosten komen voor rekening van Gemeente Rotterdam, omdat zij ongelijk krijgt [3] . De kantonrechter begroot de kosten die Gemeente Rotterdam aan [eiseres] moet betalen op € 155,67 dagvaardingskosten, € 93,- aan griffierecht, € 865,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.257,67. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.13.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard [4] , omdat [eiseres] dat eist en Gemeente Rotterdam daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Gemeente Rotterdam tot (weder)tewerkstelling van [eiseres] in haar functie van Teamcoach op haar eigen werkplek, te weten afdeling [afdeling 1] , voor 36 uur per week;
3.2.
veroordeelt Gemeente Rotterdam in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.257,67;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
465

Voetnoten

1.Artikel 7:613 BW Pro
2.Hoge Raad 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847 (Stoof/Mammoet)
3.Artikel 237 Rv Pro
4.Artikel 233 Rv Pro