Uitspraak
autoriteiten van de interceptie op de servers op 24 en 26 juni 2019
overeenkomst nageleefd bij de interceptie van 24 en 26 juni 2019?
toezicht
het gebruik van de SkyECC-data
Doorzoeking woonhuis en kantoor en netwerkzoeking
van het OM
het verschoningsrecht
1.Tenlastelegging
2.De voorvragen van artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
technischemogelijkheden voor het tappen en de ontsleuteling. De
inhoudvan de eventueel op de servers aan te treffen berichten mocht niet zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de RC worden gebruikt in een strafrechtelijk onderzoek.
De JIT-partners hebben besloten om de groepsberichten tot nader order niet te ontsleutelen, omdat de daarmee mogelijk te verkrijgen dataset beperkt en zeer incompleet zou zijn en daardoor onvoldoende mogelijkheden zou bieden om onderzoek te verrichten.
Met uitzondering van enige testberichten zijn overeenkomstig het besluit van het JIT tot aan de aanloop naar de live fase (de fase waarin door de politie berichten direct konden worden meegelezen) geen groepsberichten ontsleuteld.
private keyszouden kunnen worden onderschept, die voor het ontsleutelen van het berichtenverkeer noodzakelijk zouden zijn (MITM-techniek), is in het JIT met de JIT-partners doorontwikkeld. In november 2020 zijn de Nederlandse rechercheurs en technici er in geslaagd om die MITM-techniek zover te ontwikkelen dat deze geschikt was om ook daadwerkelijk ingezet te worden. Deze techniek is toen gedeeld met het Franse opsporingsteam.
Zij hebben in een proces-verbaal van bevindingen vermeld dat de vorderingen en de machtigingen op basis van artikel 126t lid 1 Sv zagen op de nog te onderscheppen data vanaf 15 december 2020. De gegevens die vóór die datum waren verkregen in het kader van het JIT waren op dat moment nog niet leesbaar, maar de verwachting was dat die gegevens binnen korte termijn ontsleuteld zouden kunnen gaan worden.
- informatie over SkyECC-gebruikers (en hun tegencontacten en eventueel daar weer de tegencontacten van) uit lopend onderzoek naar criminele samenwerkingsverbanden;
- zoektermen (steekwoorden) en/of afbeeldingen die naar hun aard wijzen op ernstige criminele activiteiten in georganiseerd verband;
- dat er een gerechtvaardigde verdenking is dat de betreffende hoofdsubjecten deel uitmaken van een crimineel samenwerkingsverband (CSV),
- dat in dat verband gebruik gemaakt wordt van genoemde Sky-ID's en/of -toestellen,
- van welke Sky-ID's het aannemelijk is dat de Sky-communicatie plaatsvindt in het kader van de criminele activiteiten van dat CSV.
Alleen in de gevallen waarin dat voldoende onderbouwd werd geoordeeld, is door de RC’s aanvullende toestemming verleend voor het gebruik binnen het kader zoals in de beslissing omschreven.
In enkele gevallen is gebleken, na een eerste toestemming, dat het CSV groter was dan in eerste instantie verondersteld. In dat geval kon uitbreiding van de groep hoofdsubjecten of een verdergaand kader (bijvoorbeeld A-B-C in plaats van A-B) op zijn plaats zijn.
De RC’s hebben bepaald dat de zaaksofficieren van justitie in de zaak 26Argus dan alsnog om uitbreiding van de toestemming kunnen vragen. De toets van dit verzoek is dezelfde als bij het eerste verzoek.
Tijdens een geheimhoudersscan zijn indicaties naar voren gekomen dat de accounts van [zus betrokkene 1] en [zoon betrokkene 1] in contact stonden met een SkyECC-account dat gebruikt werd door een geheimhouder. Uit onderzoek aan de metadata blijkt dat dit het SkyECC-account [SkyECC-account 3] betrof.
[SkyECC-account 4] ( [zoon betrokkene 1] ) te onderzoeken in kader A;
[SkyECC-account 1] ( [zoon betrokkene 1] ) te onderzoeken in kader A;
[SkyECC-account 6] ( [zoon betrokkene 1] ) te onderzoeken in kader A;
[SkyECC-account 5] ( [zus betrokkene 1] ) te onderzoeken in kader A.
De toestemming is verleend voor het genoemde kader A/B en met de hiervoor omschreven beperking.
Het verweer
Het oordeel van de rechtbank
Moet het interstatelijk vertrouwensbeginsel opzij worden gezet?
.Tussenconclusie
. Het verweer
. Is sprake geweest van bulkinterceptie?
. Het verweer
De Nederlandse RC heeft ten onrechte geen controle vooraf kunnen uitoefenen over die interceptie op toestellen van burgers op Nederlands grondgebied en dus ook de in dat kader noodzakelijke waarborgen voor grondrechten van de betrokken burgers niet kunnen toepassen. Het verstrekken en nadien gebruiken van de SkyECC-data betekent een ernstige en onherstelbare inbreuk op de privacy van de individuele gebruiker van een SkyECC-toestel in Nederland en schending van het Unierecht.
. Zijn de artikelen 31 Richtlijn 2014/41/EU en 20 EU-Rechtshulpovereenkomst nageleefd bij de interceptie van 24 en 26 juni 2019?
. Het wettelijk kader
. De feitelijke gang van zaken
. De beoordeling van het verweer
inhoudvan mogelijk te onderscheppen berichten werd beperkt. In die machtiging is immers bepaald dat van de inhoud van de op de servers aan te treffen berichten niet zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de RC gebruik mocht worden gemaakt in een strafrechtelijk onderzoek en dat voor het kennisnemen van de inhoud dáárvan eerst een machtiging van de RC moest worden gevraagd. De rechtbank concludeert dat toen al de contouren zijn gegeven voor een rechtmatig gebruik van de nog te onderscheppen SkyECC-data.
- a) het voor het niveau van wetenschap bij de Nederlandse autoriteiten over een interceptie op de SkyECC-servers weinig tot geen verschil zou hebben gemaakt, wanneer de Franse autoriteiten tijdig en per formulier overeenkomstig artikel 31 van Pro de Richtlijn 2014/41/EU de Nederlandse autoriteiten over die interceptie zouden hebben genotificeerd en
- b) te verwachten zou zijn geweest dat, waren autoriteiten wel tijdig in kennis gesteld van de interceptie op de SkyECC-servers, de Nederlandse autoriteiten tegen deze interceptie geen bezwaar zouden hebben gemaakt en aan het gebruik van die data (hooguit) de voorwaarden als vermeld in de machtiging van 30 november 2018 zouden zijn verbonden.
Deze verwachting is ook in overeenstemming geweest met hetgeen daadwerkelijk bij die interceptie is aangetroffen, te weten de SkyECC-ID’s en nicknames van de gebruikers en berichten waarmee andere gebruikers als contactpersoon uitgenodigd werden. Anders dan de verdediging merkt de rechtbank deze ‘persoonsdata’ in de gegeven omstandigheden niet aan als gevoelige persoonsgegevens.
De te verwachten privacyschending door het kopiëren van die data op de servers zou namelijk naar zijn aard beperkt gebleven zijn, omdat niet te verwachten was dat de data op de server direct te herleiden zouden zijn naar concrete personen. SkyECC heeft immers een versleutelde berichtendienst aangeboden, waarbij de gebruikers van die dienst niet hun identiteit of verdere persoonsgegevens kenbaar hoefden te maken. Communicatie was alleen mogelijk tussen de gebruikers van de betreffende dienst, zodat deze beperkte inbreuk voor alle gebruikers heeft gegolden.
inhoudelijkzouden zijn onderzocht. Op de servers bevonden zich immers geen encryptiesleutels waarmee die berichten konden worden ontsleuteld en de inhoud van de berichten bleef daardoor onleesbaar tot het moment dat toepassing kon worden gegeven aan een toen nog te ontwikkelen MITM-techniek, waarbij die sleutels onderschept zouden kunnen gaan worden.
3. Er wordt bij het onderzoek recht gedaan aan het verschoningsrecht van geheimhouders waaronder advocaten. Voor zoveel mogelijk wordt geheimhouderscommunicatie actief uitgefilterd;’
Hiermee is voldoende gebleken dat de door de RC gestelde voorwaarde is nageleefd.
.
. Het verweer
. De beoordeling door de rechtbankDe rechtbank stelt vast dat, wanneer een officier van justitie verkeers- en locatiegegevens wil verkrijgen die meer omvatten dan uitsluitend identificerende gegevens, hij gehouden is een schriftelijke machtiging van de RC te vorderen voor het vorderen van die gegevens bij de provider. Daar waar de officier van justitie in onderzoek 26Palma toepassing heeft gegeven aan de bevoegdheden van artikel 126n Sv (voor het verkrijgen van verkeersgegevens) heeft hij dit gedaan nadat hij daartoe door de RC’s in onderzoek 26Palma op 18 april 2023 was gemachtigd.
[deskundige 1] van 25 februari 2026. In zijn rapport wijst hij erop dat de conclusie van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) dat de toolboxgegevens, en daarmee impliciet de toolboxmethode, een correcte weergave van de chatberichten en hun metadata zijn, niet is gebaseerd op wetenschappelijke normen.
DoorzoekingenOp 21 april 2023 zijn onder leiding van de RC’s in aanwezigheid van anderen, onder wie de deken van de Orde van Advocaten in Rotterdam de woning van de verdachte en haar advocatenkantoor doorzocht. Daarbij zijn enkele gegevensdragers, andere voorwerpen en documenten in beslag genomen en zijn digitale gegevens van het kantoornetwerk verkregen en vastgelegd. Op uiteenlopende gronden hebben de RC’s, en in sommige gevallen de beklagraadkamer, beslist dat alles wat bij die doorzoekingen is meegenomen of vastgelegd moet worden teruggegeven aan de verdachte. De beklagraadkamer was samengesteld uit andere rechters dan de rechters die deze zaak behandelen. Resultaten van die doorzoekingen zijn niet aan dit strafdossier toegevoegd
.
Verweren gegroepeerd
Beoordelingskader
.
8.3.11.
De gevolgde proceduresDe RC’s hebben op 24 juni 2025 een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt om de rechtbank een overzicht te verschaffen van de gevolgde procedure op de voet van artikel 98 Sv Pro. Het geeft een chronologische beschrijving van de procedure, onder verwijzing naar enkele bijlagen. Daaraan ontleent de rechtbank het volgende.
8.3.12. Op 7 april 2023 heeft de officier van justitie in het onderzoek tegen de verdachte gevorderd dat de RC’s op de voet van de artikelen 125i, 125j en 110 Sv een doorzoeking zullen doen in de woning van de verdachte en in haar advocatenkantoor.
.
Het resultaat van die herbeoordeling heeft één van de RC’s verwoord in een proces-verbaal van bevindingen van 25 mei 2023. Daarin is vermeld dat een deel van de stukken (categorie A) als verschoningsgerechtigd materiaal wordt teruggeven en dat de overige stukken (categorieën B en C) zich lenen voor inbeslagname, omdat het verschoningsrecht zich daarover om uiteenlopende redenen niet uitstrekt. Die stukken zijn in dat proces-verbaal met steekwoorden omschreven.
In het procesdossier is een ‘gezwarte’ kopie van dat proces-verbaal van 25 mei 2023 opgenomen. In dat proces-verbaal zijn namelijk passages die, naar de rechtbank begrijpt, als verschoningsgerechtigde informatie over de inbeslaggenomen kluis en de stukken aan te merken zouden kunnen zijn, onleesbaar gemaakt. De verdediging heeft kopieën ontvangen van deze documenten om de bevindingen van de RC’s te kunnen toetsen. Naar aanleiding van de schriftelijke zienswijze van de verdediging op deze selectie hebben de RC’s besloten alsnog het grootste deel van het papieren beslag als verschoningsgerechtigd aan te merken en terug te geven aan de beslagene. Het beslag is gehandhaafd op de categorie C- documenten. De RC’s hebben een volledig leesbare versie van het proces-verbaal van 25 mei 2023 (ongezwart) verstrekt aan de verdediging en aan de geheimhoudersofficier van justitie.
Op 26 juni 2023 deelde de geheimhoudersofficier van justitie in een onderhoud met één van de RC’s mee, dat zij het proces-verbaal van 25 mei 2023 toch aan de zaaksofficier van justitie in de zaak 26Palma had gestuurd. De RC’s hebben daarop onmiddellijk de inzet van de geheimhoudersofficier van justitie beëindigd en hebben het OM opgedragen proces-verbaal op te maken waarin wordt beschreven wie op welk moment de beschikking had gekregen over informatie afkomstig uit deze stukken. Tevens is opdracht gegeven om alle kopieën van en informatie over deze stukken te vernietigen c.q. te verwijderen van gegevensdragers. Een en ander is ook gemeld aan de verdediging.
De RC’s hebben bepaald dat alle in beslag genomen gegevensdragers, met uitzondering van de NAS, op 3 juli 2025 op de rechtbank door een gecertificeerd bedrijf met een shredder zullen worden vernietigd. De verdediging is uitgenodigd zich daarover uit te laten.
Van de vernietiging zal per item een certificaat worden uitgegeven.
De RC’s hebben voorts bepaald dat de NAS zal worden bewaard ten behoeve van mogelijk nader onderzoek door de rechtbank volgend op de beklagprocedures. De verdediging is gevraagd om door te geven of zij nog over de NAS wil kunnen beschikken. In dat geval zal deze nog niet worden vernietigd. Een reactie daarop van de verdediging bevindt zich niet in het procesdossier.
Ten aanzien van de onder a. genoemde verwerenDe onder a. genoemde verweren (onvoldoende waarborgen met betrekking tot kennisname) missen feitelijke grond. De rechtbank verwijst daartoe naar de hiervoor weergegeven feiten, in het bijzonder naar 2.8.3.17. tot en met 2.8.3.20.
Grondige lezing van het relaas van de RC’s en de bijbehorende bijlagen wijst immers uit dat, behalve de kluis van de verdachte, het volledige beslag zich vanaf de doorzoekingen in een kluis van opvolgende geheimhoudersverbalisanten bevond en vervolgens is overgebracht naar het kabinet RC. Daar is dit beslag opnieuw in een kluis opgeslagen. Gekeken naar de inhoud van de bij dat relaas gevoegde processen-verbaal heeft de rechtbank geen reden om aan te nemen dat anderen dan de RC’s, de deken en de toenmalige raadsvrouw van de verdachte in die fase kennis hebben genomen, of kennis hebben kunnen nemen, van de inhoud van het beslag.
De kluis van de verdachte heeft steeds afgesloten in het Beslaghuis gestaan totdat de RC’s die kluis in aanwezigheid van de deken daar hebben laten openen. De kluis is toen onderzocht en gesloten, waarna tot teruggave is beslist.
De verdediging veronderstelt dat leden van het OM of geheimhoudersfunctionarissen betrokken zouden zijn geweest bij de inhoudelijke beoordeling/filtering van beslag. Dit heeft zij, zeker in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen over de feitelijke gang van zaken, niet concreet onderbouwd. Voor zover verweren daar, in algemene bewoordingen gesteld, wel vanuit gaan, worden die verworpen.
De RC’s hebben over het digitale beslag besloten dat dat zich niet leende voor inbeslagneming. Slechts ten aanzien van enkele ‘fysieke’ documenten hebben de RC’s het voornemen geuit het beslag daarop te handhaven. Op dat moment is ook de verdediging in de gelegenheid gesteld de zienswijze van de verdachte door te geven aan de hand van kopieën van die specifieke documenten.
De deken is ook overigens door de RC’s steeds ten aanzien van alle onderdelen van het beslag geraadpleegd over de vraag of het naar zijn oordeel mogelijk over verschoningsgerechtigd materiaal zou gaan. Dat de RC’s de zienswijze van de deken niet altijd hebben gevolgd doet daaraan niet af. Ook hier hebben de vereiste waarborgen niet ontbroken. Dat de deken heeft geconcludeerd, en de beklagraadkamer nadien ook heeft geoordeeld dat deze stukken onmiskenbaar onder het verschoningsrecht vielen, doet er niet aan af dat de mogelijkheid aan de verdediging is geboden om te reageren. Dit bevestigt juist het bestaan en de naleving van die wettelijke waarborgen.
Ten aanzien van de onder b. genoemde inzet van DigiJuris
De bezwaren die zien op de inschakeling van DigiJuris bij het proces van filtering ‘terwijl de 98-status nog niet onherroepelijk was’, kan de rechtbank niet goed plaatsen. DigiJuris is ingezet ten behoeve van het filteringsproces van het digitale beslag. Zo’n proces vindt per definitie plaats ín de lopende 98 Sv-procedure en aan DigiJuris is in dit verband uiteraard geheimhouding opgelegd. Daarnaast is DigiJuris juist op uitdrukkelijk verzoek van de verdediging ingeschakeld, zodat geen geheimhoudersverbalisanten ingezet hoefden te worden. De inzet van DigiJuris vond bovendien plaats in aanwezigheid van de verdediging op het kabinet RC. Aan dit verweer gaat de rechtbank dan ook voorbij
.
.
Ten aanzien van het onder c. delen van geheimhoudersinformatie met het OM
Dit levert wegens schending van artikel 98 lid 3 Sv Pro een onherstelbaar vormverzuim op waarmee inbreuk is gemaakt op het zwaarwegende belang dat met het verschoningsrecht is gediend. Het verzuim is onherstelbaar, ook al heeft de officier van justitie op ambtsbelofte verklaard dat hij en de mensen die het stuk via hem hebben ontvangen dit hebben vernietigd, dat de informatie niet verder is verspreid en dat daarvan verder geen gebruik is gemaakt. Kennisneming kan immers niet meer ongedaan gemaakt worden. Daar komt nog bij dat de inlichtingen/geheimhouders officier van justitie heeft geweigerd gevolg te geven aan de opdracht van de RC’s het bewuste proces-verbaal te verwijderen/vernietigen om zich zo nodig hiervoor te kunnen verantwoorden. Hiermee negeert zij een rechterlijk oordeel en handelt zij in strijd met de op dit moment geldende regelgeving.
Het betreft een verzuim dat de verdachte als voormalige strafadvocaat buiten het rechtstreekse verband van deze strafzaak wel nadeel toebrengt in haar hoedanigheid van hoedster van verschoningsgerechtigd materiaal van haar voormalige cliënten. Tegen die achtergrond ziet de rechtbank aanleiding de hoogte van de straf in verhouding tot de ernst van het verzuim te matigen. Het door het verzuim veroorzaakte nadeel, voor zover de omvang daarvan zich in deze zaak al laat vaststellen, kan langs deze weg in enige mate worden gecompenseerd.
Ten aanzien van d. controle vernietiging geheimhoudersmateriaalAls laatste heeft de verdediging betoogd, dat vernietiging van geheimhoudersmateriaal niet controleerbaar heeft plaatsgevonden en dat er is geweigerd duidelijkheid te geven over wie er wanneer toegang heeft gehad tot geheimhoudersmateriaal, ook nadat de RC’s en de beklagraadkamer hadden besloten tot teruggave van het beslag.
Dit verweer vindt voor een deel, waar het ziet – kort gezegd – op de routing van het beslag, zijn weerlegging in de feiten zoals deze zijn weergegeven in de overwegingen 2.8.3.16. tot en met 2.8.3.23. De (wijze van) vernietiging van het geheimhoudersmateriaal uit het beslag en/of kopieën daarvan is in de brief van de RC’s aan de verdediging van 24 juni 2025 in detail beschreven. Uit die brief blijkt dat de verdediging zelf in belangrijke mate invloed heeft mogen en kunnen uitoefenen op de wijze van vernietiging van dat materiaal. Daarin valt naar het oordeel van de rechtbank geen vormfout te ontwaren. Ook dat verweer wordt daarom verworpen.
Het bevel van de beklagraadkamer strekte zich tot slot niet uit tot processen-verbaal van de RC’s waarin het proces van filtering en nader onderzoek aan één of meer USB sticks door DigiJuris zijn beschreven. Dat de RC’s om legitieme redenen hebben besloten deze processen-verbaal in de kluis van het kabinet RC te bewaren maakt dit niet anders.
Conclusie
.
Voorwaardelijk verzoek
InleidingDe verdachte is op 21 april 2023 aangehouden op verdenking van deelname aan een criminele organisatie en schending van de geheimhoudingsplicht. Op 21 april 2023 is de verdachte op last van de hulpofficier van justitie in verzekering gesteld, nadat zij daarover in aanwezigheid van (een van) haar toenmalig raadslieden was gehoord. Van 21 tot en met
23 april 2023 heeft zij verbleven in het arrestantencomplex van de politie Utrecht in Houten. Nadat de RC op die dag de verdachte in aanwezigheid van haar advocaat heeft gehoord, is tegen haar een bevel tot bewaring gegeven en is zij van 24 april 2023 tot en met
2 mei 2023 voorlopig gehecht geweest op een geheime detentielocatie en op 2 mei 2023 is zij overgeplaatst naar de Penitentiaire Inrichting Nieuwersluis.
Op 4 mei 2023 is de gevangenhouding bevolen voor de duur van 30 dagen, nadat de verdachte en haar toenmalige raadslieden daarover waren gehoord, waarna deze op
1 juni 2023 door de rechtbank is opgeheven. Opnieuw zijn toen ook de verdachte en haar toenmalige raadslieden gehoord.
feitelijkzijn geweest van belang.
De betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van [de getuige]De getuige heeft op voorhand schriftelijk vragen van de rechtbank beantwoord. Die antwoorden zijn met de officieren van justitie en de verdediging gedeeld en later ook ter zitting bevestigd. Zouden zich daarin feitelijke onjuistheden hebben bevonden dan heeft de verdediging zich daarop in de ondervraging van de getuige kunnen voorbereiden.
De geheime detentielocatieEr is veel discussie geweest omtrent de precieze (juridische) status van de detentielocatie. Vaststaat dat het om een locatie ging die door het OM is betiteld als
safe houseen
geheime locatie. Kennelijk was het de bedoeling om de kring van personen die kennis konden nemen van de detentielocatie zo beperkt mogelijk te houden in verband met voorstelbare dreiging op de persoon van de verdachte. De keuze om de verdachte te plaatsen op de geheime locatie was volgens het OM dan ook ingegeven door zorgen omtrent de veiligheid, maar daarnaast ook vanwege het geestelijke en fysieke welzijn van de verdachte. Die zorgen zijn door het OM overgebracht aan de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) die verantwoordelijk is voor de plaatsing. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de beslissing van de directeur Gevangeniswezen om de verdachte op die locatie te plaatsen. De rechtbank is er van overtuigd dat die beslissing – anders dan door de verdachte (soms ook publiekelijk) gesuggereerd – is ingegeven door oprechte zorgen over haar veiligheidssituatie en om, gegeven die voorstelbare dreiging, zo goed mogelijk te voldoen aan de op de Staat rustende zorgplicht.
De huisregels binnen de inrichting zijn weliswaar aan de verdachte mondeling doorgegeven maar niet op schrift gesteld. Vaststaat ook dat er dat er geen formeel toezicht op de locatie (mogelijk) was door de Inspectie Justitie en Veiligheid omdat het verblijf van de verdachte op die locatie niet aan de Inspectie was gemeld. Dit is door de Inspectie bij brief van
31 maart 2025 aan de directeur-generaal van de DJI bevestigd. [de getuige] heeft desgevraagd verklaard dat de verdachte omwille van de veiligheid niet als gedetineerde geregistreerd stond op de bedoelde locatie, maar in een penitentiaire inrichting elders in Nederland. De getuige heeft verder verklaard dat de advocaten van de verdachte ondanks het geheime karakter van de locatie wel toegang tot haar hebben gehad.
2.9.3.7. Dat de verdachte toegang tot de Commissie van Toezicht bewust is onthouden, doordat haar schriftelijke klacht over haar detentieomstandigheden doelbewust niet ter kennis is gebracht van de bevoegde autoriteit, vormt een inbreuk op de rechten van de verdachte, aan wie op dat moment door de Staat in voorlopige hechtenis in deze strafzaak haar vrijheid was ontnomen. Dit moet, gelet op de waarborgen waarmee toepassing van een ingrijpend middel van vrijheidsbeneming moet zijn omgeven, worden aangemerkt als een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.
In het geval van de verdachte was er aanvankelijk aanleiding om rekening te houden met een voorstelbare dreiging voor haar veiligheid, iets wat de rechtbank – gelet op haar betrokkenheid als advocaat bij het zeer belaste Marengo-proces – niet onbegrijpelijk voorkomt. Op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar was, is besloten om de verdachte ook niet in een reguliere penitentiaire inrichting te plaatsen tussen andere gedetineerden maar op een afgeschermde plek. Van absolute geheimhouding van de locatie is echter geen sprake geweest. De advocaten van de verdachte hadden immers steeds toegang tot de detentielocatie en hebben haar in de korte tijd ook meermalen bezocht. Aangenomen mag worden dat zij ook de naaste familie van de verdachte daarover op de hoogte hielden. Van een ‘gedwongen verdwijning’ waarmee de verdachte ‘buiten de wet is geplaatst’ is dan ook geen sprake geweest.
Dat de verwijten die de verdediging in dit verband maakt ook mee kleuren met het doel waarvoor ze worden ingezet moge blijken uit het feit dat de toenmalige advocaat van de verdachte zich op verzoek van de verdachte aanvankelijk met klem tegen die overplaatsing heeft verzet en om schorsing van dat besluit heeft gevraagd bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. In dat verzoek is vermeld dat: “na de aanvankelijke problemen omtrent de zorg voor haar psychische en lichamelijke welzijn, dit inmiddels soepel verloopt en er geen aanleiding bestaat voor overplaatsing”.
Incidenten op de geheime detentielocatieDoor de verdediging is uitvoerig ingegaan op de fysieke inrichting van de geheime detentielocatie. [de getuige] heeft daarover in de schriftelijke beantwoording het volgende opgemerkt:
Noch in de fysieke inrichting van de detentielocatie, noch in de beschreven incidenten kan een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv gevonden worden.
Medische zorg op de detentielocatie in HoutenDe verdediging heeft uitvoerig betoogd dat de medische zorg tijdens de detentie ernstig is tekortgeschoten en dat de gezondheid van de verdachte als gevolg daarvan ernstig in gevaar is gebracht. Aangevoerd is dat tijdens de detentie in het arrestantencomplex in Houten het licht in de cel permanent heeft gebrand, dat de voeding niet onmiddellijk was afgestemd op het dieet van de verdachte, maaltijden werden overgeslagen, te laat zou zijn verzocht om bezoek van een arts, medicatie niet tijdig is verstrekt, en noodmedicatie niet onmiddellijk onder handbereik is geweest. Ook zou de privacy van de verdachte zijn geschonden omdat zij niet de gelegenheid kreeg om haar medicatie te gebruiken buiten het bijzijn van personeel van de inrichting en zou medische informatie zijn gedeeld met derden, waaronder het OM hetgeen eveneens schending van de privacy impliceert. Tot slot is gesteld dat er sprake is geweest van suïcidedreiging zonder dat dit heeft geleid tot observatie of verscherpt toezicht.
Medische zorg op de geheime detentielocatieOok de medische zorg op de geheime detentielocatie zou volgens de verdediging ernstig tekort hebben geschoten. Gesteld is dat de verdachte als gevolg van het verblijf op deze locatie ‘potentieel onherstelbare schade’ heeft geleden. Er was volgens de verdediging sprake van voorzienbare en concrete risico’s voor het leven en de gezondheid van de verdachte. Ter onderbouwing van die stellingen heeft de verdediging een rapport overgelegd van de emeritus hoogleraar rechtspsychologie [deskundige 2] , een rapport van de [de psychiater] , alsmede een verklaring van de huisarts van de verdachte. Gewezen is voorts op wetenschappelijke publicaties waarin in algemene zin is onderbouwd dat extreme stress en onveiligheid in detentie aantoonbare fysiologische effecten hebben.
De medische intake is op de dag van binnenkomst verricht door de justitieel verpleegkundige en de huisarts en zij hebben vervolgens het medisch beleid bepaald. Daarbij was er aandacht voor zowel het somatisch als psychisch toestandsbeeld, inclusief de inschatting van mogelijke suïcidaliteit. Bij de intake wordt standaard de detentiegeschiktheid beoordeeld. Gedurende de negen dagen durende detentie op de geheime locatie is de verdachte dagelijks bezocht door de justitieel verpleegkundige. Op
24 april 2023 en 1 mei 2023 is de verdachte door de huisarts bezocht en op 29 april 2023 heeft de psycholoog met de verdachte gesproken. Uit de dagrapportages is niet gebleken dat door de verdachte toen nog suïcidale uitlatingen zijn gedaan.
26 april 2023 was de celdeur blijvend geopend vanwege een probleem met de intercom (zie hiervoor) en vanaf dat moment had zij geheel zelfstandig toegang tot haar medicatie. Zij was daarnaast in de gelegenheid om gebruik te maken van de haar ter beschikking gestelde bel met afstandsbediening. De toegang tot de medicatie was op deze wijze afdoende gewaarborgd. De verdachte is al jaren bekend met diabetes met sterk wisselende suikerwaardes, zo blijkt uit de verklaring van de huisarts. [de getuige] heeft verklaard dat de insulinewaardes één maal gedurende de detentie op de geheime locatie veel te hoog zijn geweest. Hierop is toen onmiddellijk actie ondernomen, waarop de medicatie is aangepast met als gevolg dat deze waardes nog diezelfde avond weer tot een aanvaardbaar niveau zijn terug gebracht. Van een comateuze toestand, zoals door de verdediging gesuggereerd, is nimmer sprake geweest, laat staan van meerdere incidenten op dat vlak. [de getuige] heeft tot slot nog opgemerkt dat de verdachte de justitieel verpleegkundige bij haar vertrek heeft bedankt voor de goede zorgen. Ook dit laat zich niet rijmen met de verwijten die de verdachte nu naar voren brengt.
feitelijke omstandighedenwaaronder de detentie heeft plaatsgevonden dus oorzaak moeten zijn geweest van een verslechtering van haar gezondheidssituatie is niet aangetoond. Ook de verklaring van haar huisarts kan niet tot die conclusie leiden.
Bemoeienis van en/of inmenging door het OM en het CJIBDe verdediging heeft gesteld dat het OM en het CJIB zich – zonder wettelijke grondslag – feitelijk hebben gemengd in en zich sturend hebben opgesteld ten aanzien van het detentieregime en de medische maatregelen tijdens de plaatsing op de geheime locatie.
Het OM heeft benadrukt dat er tijdens en na haar aanhouding grote zorgen hebben bestaan over de veiligheid en het fysieke en geestelijke welzijn van de verdachte. Die zorgen zijn ook overgebracht aan de DJI, zodat zij zorg konden dragen voor een veilige wijze van detineren. Ook is door het OM gewezen op speciale aandacht voor de medische zorg van de verdachte, hetgeen er in heeft geresulteerd dat een arts, een justitieel verpleegkundige en een psycholoog zijn aangewezen om die zorg aan de verdachte te verlenen. De aandacht van het OM voor de detentiesituatie van de verdachte is ingegeven geweest door de zorg om verdachte’s veiligheid en gezondheid. Niet valt in te zien op welke wijze de verdachte als gevolg daarvan in haar belangen is geschaad. Er zijn gedurende de detentieperiode contacten geweest tussen DJI en het OM. Zo is bijvoorbeeld van de zijde van DJI aan het OM gevraagd of het was toegestaan om de celdeur blijvend geopend te laten in verband met problemen met de intercom (zie hiervoor) omdat de verdachte zich toen nog in alle beperkingen bevond. Van een ontoelaatbare bemoeienis of inmenging door het OM is de rechtbank dan ook niet gebleken. De gestelde bemoeienis van het CJIB – wat daar verder ook van zij – kan niet aan het OM worden toegerekend.
2.9.3.19.
Voor hetgeen overigens is aangevoerdVoor zover op door de verdediging aangevoerde argumenten of stellingen in het voorgaande niet of slechts summier is ingegaan, zoals de strijd om de formulering van de welzijnspassage in de brief van de Inspectie, heeft de rechtbank daarover vastgesteld dat deze niet kunnen bijdragen aan de conclusie van de verdediging dat er in deze zaak sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.
2.9.3.20
. ConclusieHet klachtrecht van de gedetineerde verdachte is doelbewust gefrustreerd. Dat levert een inbreuk op een fundamenteel recht van de verdachte op, ook al is dat gebeurd tegen de achtergrond van de intentie om de veiligheid van de verdachte te borgen. Dat wordt aangemerkt als een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. Hierna zal onder 2.12. uiteen worden gezet welke consequenties de rechtbank aan die inbreuk verbindt. Hetgeen verder ten aanzien van de detentie door de verdediging naar voren is gebracht levert geen vormverzuim als hier bedoeld op. Voor het overige worden de verweren van de verdediging verworpen.
Berichtgeving in de mediaDuidelijk is dat deze zaak in de media veel aandacht heeft getrokken. Dat is ook begrijpelijk, want de verdachte is een publiek persoon met een lange staat van dienst als strafrechtadvocaat, die voor een ernstig strafbaar feit wordt vervolgd. In kranten, nieuwsrubrieken en actualiteitenprogramma’s is veel geschreven en gezegd over de zaak, zowel voorafgaand aan, als tijdens en na de behandeling ter terechtzitting. Ook hebben functionarissen van het OM buiten de zitting uitspraken gedaan die bij het publiek het beeld zou kunnen oproepen dat de schuld van de verdachte al min of meer vaststond. Zo heeft het OM gesproken over ‘keihard’ en ‘kogelrond’ bewijs en heeft de voorzitter van het College van Procureurs-Generaal in het televisieprogramma ‘WNL Op Zondag’ op 28 april 2024, over de lezing van de verdachte over haar detentieomstandigheden opgemerkt dat deze hem ‘quatsch’ en ‘echt totale onzin’ lijkt. Ook deze uitlatingen zijn door de media veelvuldig herhaald.
De SkyECC-data mogen gebruikt worden voor het bewijs. In hoofdstuk 3 zullen de verweren ten aanzien van het gebruik van specifieke bewijsmiddelen in het dossier worden besproken en beoordeeld.
3.Bewijs
Dat de woorden “uw vader” in de notities alleen door de verdachte zouden zijn gebruikt en dus door [zoon betrokkene 1] uit berichten van de verdachte zijn overgenomen berust op een te fragiele basis. In die berekening is namelijk van het totaal aantal ontsleutelde berichten uitgegaan, maar dat betreft hooguit 37% van alle gewisselde berichten en daarvan bevindt zich slechts een fractie in de Excelbestanden. Dat de informatie uit de notities, waarin de woorden ‘uw vader’ zijn opgenomen afkomstig zou zijn van de verdachte kan dan ook niet worden vastgesteld.
waarom [achternaam verdachte] niet zelf” en “
morgen inshallah nieuwe Sky meenemen voor haar”. Op 20 december 2019 stuurt [neef betrokkene 1] een bericht aan [zus betrokkene 1] “
heb tele voor advo” die een persoon die ‘
lsm’genoemd wordt langs komt brengen. [zus betrokkene 1] moet deze telefoon aanpakken en ‘
putin’ erin zetten “
voor haar”. Uit chatberichten tussen [zus betrokkene 1] en de persoon die de telefoon komt brengen blijkt dat zij beiden, evenals het toestel met het UPI-account, die dag rond de klok van 10:00 uur in de directe omgeving zijn van het kantoor van de verdachte. [6] Vervolgens blijkt uit de locatiegegevens van de telefoon later dat deze, na een paar dagen stilte, op 24 december 2019 weer zendmasten aanstraalt in de directe omgeving van het kantoor van de verdachte maar het toestel van 25 december 2019 tot en met 17 juni 2020 uitsluitend nog gebruik maakt van de zendmasten in de directe omgeving van de woning van de verdachte. Door middel van een netwerkmeting bij de woning van de verdachte is bevestigd dat deze zendmasten dekking geven aan de locatie van de woning. [7]
hemgaat en dat
haar zusin de middag gaat. Uit de bezoekerslijst blijkt dat [betrokkene 1] op dinsdag 2 juni 2020 twee keer bezoek heeft gehad. Dit betreft in de ochtend van 9:00 uur tot 11:30 uur de verdachte en van 14:00 uur tot 16:30 uur haar zus, advocaat [naam advocaat] . In datzelfde gesprek op 30 mei geeft UPI aan [zoon betrokkene 1] door dat een persoon genaamd
[naam 2]haar kan bellen op haar 06-nummer en dat [zus betrokkene 1] dat nummer heeft. In een opvolgend gesprek tussen [zoon betrokkene 1] en [zus betrokkene 1] vraagt [zoon betrokkene 1] om het nummer:
In de chats wordt ook een tweede vorm van communicatie met [betrokkene 1] beschreven, te weten berichten/documenten die op USB-sticks geplaatst zijn en langs die weg aan [betrokkene 1] zijn doorgegeven. De rechtbank zal hierna de verschillende vormen van communicatie afzonderlijk bespreken.
of u Manke en [naam 3] nog spreekt”, wat past bij iemand die op dat moment een vraag doorgeeft. En ook “en of goed met al die mensen” verwijst naar informatie die de vraagsteller wil weten.
dat bij SV 21 of 22 zou moeten zijn”.
sv’ zal praten.
broeken’. De verdachte vraagt aan [zoon betrokkene 1] of ‘
[naam 3]’ en ‘
Esco’ weten hoe het met broers staat waarop [zoon betrokkene 1] opmerkt dat hij nog niets heeft gehoord en het weer gaat vragen. Ook stuurt de verdachte een Engels bericht door dat kennelijk bedoeld is voor [betrokkene 2] . Uit dit bericht kan worden opgemaakt dat het afkomstig is van [betrokkene 1] die van [betrokkene 2] wil weten wat de juiste cijfers zijn. Dit sluit aan bij het eerdere bericht dat zag op ‘
sv’waarin werd gesproken over 21 of 22. [zoon betrokkene 1] antwoordt op het doorgestuurde bericht dat hij [betrokkene 2] weer gaat mailen. Vervolgens vraagt de verdachte of [zoon betrokkene 1] nog iets van zijn kant heeft, waarbij de verdachte dus ook actief bij [zoon betrokkene 1] zaken navraagt en informatie ophaalt.
why he said stay safe” en gaat hij in op de 21/22 vraag uit het bericht. Zelf spreekt hij hierbij over “
21/22 ml”. [22] Gelet op het feit dat hij eerst ingaat op welke betalingen er zijn gedaan concludeert de rechtbank dat het hier gaat over geldbedragen en dat er van moet worden uitgegaan dat hiermee 21/22 miljoen wordt bedoeld.
[naam 3]’. Door [zoon betrokkene 1] wordt in dit gesprek ook aan de verdachte doorgegeven dat iedereen waarmee gewerkt wordt een update heeft gegeven en wordt er door hem teruggekoppeld hoe het staat met de schulden en betalingen van diverse personen.
the [naam 4] job” en “
we have the 250” en “
investment Panama”. [24]
bits’, ‘
the [naam 4] job’, en ‘
boat’.
Ja echt moeilijk nu geen een manier van communicatie veilig meer is. Had ze verder 3amto meer gezegd over de USB of iets over papa, sinds ze geen tele meer gebruikt geeft ze nauwelijks dingen door pff”. [25]
was woensdag bij haar, ze zei je moet USB met ww maken en dan de stand van zaken doorgeven alles wat hij moet weten” en “
ik weet ook welke ww je moet doen maar we wachten nu even tot maandag weer”. [zoon betrokkene 1] vraagt vervolgens aan [zus betrokkene 1] of ze vandaag op bezoek was gegaan, waarop [zus betrokkene 1] bevestigt dat ze vandaag zou gaan. Uit de bezoekersgegevens van de EBI blijkt dat de verdachte nog diezelfde dag (24 juli 2020) bij [betrokkene 1] op bezoek is geweest. [26] Uit dit gesprek leidt de rechtbank af dat de verdachte instructies geeft aan [zus betrokkene 1] om een USB-stick met wachtwoorden te maken waar de stand van zaken op kan worden doorgegeven met “
alles wat hij moet weten”.
encrypted usb” en vraagt waar het opgehaald moet worden. De dag erna meldt hij dat hij een “
encrypted usb” klaar gaat laten maken. Op 30 juli 2020 laat [neef betrokkene 1] weten dat hij zaterdag de
“encrypted usb”heeft en dat '
ze'maandag vertrekken. Ook zegt hij dat hij een tweede gaat laten maken en maandag aan '
kl’ laat vragen of
'zijn usbs'goed zijn om te gebruiken. Op 31 juli 2020 krijgt hij het bericht dat ‘
nor’ net bij de ‘
advo’ is geweest terwijl [neef betrokkene 1] dacht dat dit pas maandag zou zijn en geeft hij aan dat hij wou vragen of ‘
die usb via kl klas goed was’. Ook wilde hij vragen of ‘
hij dingen kort en krachtig moet houden of alles in details’. Zijn reactie daarna is ‘
oke oke dus puur admin cous.’ [27]
de ad’ gaat zien bij de gevangenis en zij vraagt aan [zoon betrokkene 1] wat ze allemaal door moet geven. Dit sluit aan bij het bericht dat [neef betrokkene 1] op 31 juli ontving dat ‘
nor’ net bij de ‘
advo’ was geweest. [zoon betrokkene 1] geeft vervolgens aan dat iemand maandag gaat komen en dat hij 2 USB’s krijgt; op één komen alle privé dingen en op één administratie. [zus betrokkene 1] reageert hier op met de woorden ‘
Oke twww 1 met werk en 1 privé.” [28] Uit de bezoekersgegevens van [betrokkene 1] in de EBI blijkt dat de verdachte op 31 juli 2020 van 13:30 uur tot 16:30 uur bij [betrokkene 1] op bezoek is geweest. [29] Op 31 juli 2020 om 16:42 uur stuurt [zus betrokkene 1] vervolgens naar [zoon betrokkene 1] “
dat 2 us goed is mailt ze nu” waarop [zoon betrokkene 1] vraagt “
daarmee bedoelde je 2 usb toch?” waarna [zus betrokkene 1] antwoordt “
Haha ja”. [30] Hieruit leidt de rechtbank af dat de verdachte heeft aangegeven akkoord te zijn met twee USB-sticks: eén met privézaken en de andere met administratie.
Helle’ morgen vertrekt en ‘
2 usbs’ bij zich heeft. Even later stuurt hij aan [zoon betrokkene 1] “
en denk beste voor admin dat we fotos excel sturen gewoon toch snelste manier ook”. [31] In de SkyECC-berichten hierna is te zien dat [neef betrokkene 1] bezig is om financiële overzichten te krijgen. Hij spreekt over de ‘
admin’ en stuurt daarbij Exceloverzichten van rekeningen rond in een groepsgesprek met andere SkyECC-deelnemers. Verder wordt er gesproken over ‘
pap’ wat nog gecontroleerd moet worden. [32]
wanneer zij de advo weer ziet want misschien kan zij dan aan haar vragen of die dingetjes mee naar binnen mogen.” [34]
kl’ heeft gezegd alles te melden en zegt daar bij: “
desnoods doen we de rek op de 2e usb met een andere code”. [35]
Manke zegt al maanden elke dag dat we de 20br.gaan laden maar komt er niet van het is vandaag 11-08 en ik heb hem al een maand niet gesproken, ik heb begrepen dat Putin hem in de week van u arrestatie heeft gezien in dub met de Bosniër uit Breda. ook heeft hij niets van ze schuld betaald en20br in zijn beheer”. [36] Dit sluit aan bij het bericht dat op 30 mei 2020 door de verdachte aan [zoon betrokkene 1] is verstuurd: “
En of bol naar Hermano om manke opzoeken. Nota bene schijnt die nog schuld en broeken” [37] en de berichten over Manke in de notitie ‘2 kroontjes “
dat hij 20 broeken moet geven”. [38] Hieruit leidt de rechtbank af dat uitvoering wordt gegeven aan het bericht van 30 mei 2020 dat door de verdachte is doorgegeven.
de openstaande bedragen op het begin zijn allemaal gecollecteerd broth”, er worden updates gegeven, vragen gesteld en voorstellen gedaan: “
we kunnen een test beginnen en tot 100-125 broeken sturen”. Dat de notitie bestemd is voor [betrokkene 1] blijkt uit het feit dat [neef betrokkene 1] aan [zoon betrokkene 1] vraagt of hij zeker weet dat ‘
kl’ heeft gezegd alles te melden, waarbij is vastgesteld dat ‘
kl’ een bijnaam voor [betrokkene 1] is. Daar komt nog bij dat in de notitie wordt gesproken over “
de week van u arrestatie”. Op grond van deze feiten concludeert de rechtbank dat de notitie afkomstig van [neef betrokkene 1] bestemd was voor [betrokkene 1] .
en wanneer gaat advo langs?
Ben echt benieuwd hoe kl zal reageren” en “
heb veel gestuurd haha”. [39]
ze’ de usb moet ontgrendelen en zegt daarbij “
ik denk is makkelijkste als ze alles uitprint”. [40] Op 14 augustus 2020 geeft [zus betrokkene 1] aan dat ze de twee koffers met de beide USB-sticks heeft ontvangen. Hierna geeft [zoon betrokkene 1] aan [zus betrokkene 1] de instructies door voor het gebruik van de USB-sticks. [41]
ze’ in deze berichten de verdachte wordt bedoeld en dat de instructies voor het gebruik van de USB-sticks aan haar door moeten worden gegeven. Dit wordt ondersteund door een bericht van [zoon betrokkene 1] aan [zus betrokkene 1] op 16 augustus 2020 waarin [zoon betrokkene 1] zegt dat het is gelukt “
yes pff uiteindelijk in het begin kon ze de document niet vinden… dacht pfff… maar uiteindelijk wel hamdullahen “
kon wel de privé vinden maar niet de andere”. [43] Vervolgens blijkt uit de berichten dat een reactie van de verdachte uitblijft. Op 26 augustus 2020 vraagt [zoon betrokkene 1] aan [zus betrokkene 1] “
weet jij wanneer de ad weer op bezoek gaat”en hij zegt daarbij
“want wat zij doet is gewoon absurd en … moet weten dat zei zo doet zijn al 2 weken verder en wie weet wat zij met al die info doet”. [44]
nou die dingen zijn volgende week klaar hoopt ze” en “
dus morgen gaat ze een ochtend en volgende week hele dag dan is klaar”. [zoon betrokkene 1] vraagt vervolgens “
en weer dezelfde manier of anders” waarop [zus betrokkene 1] reageert “
zelfde manier dus je krijgt de us terug”. [45] Hieruit leidt de rechtbank af dat het de bedoeling is dat de informatie die door [betrokkene 1] wordt verstrekt weer via de USB-sticks en via de verdachte naar [zoon betrokkene 1] verstuurd zal worden.
i just received a today messages from f” en “
he also has a message for you i’ll send it, the message is from like 4-5 weeks ago a bit old”. Vervolgens wordt er een Engelstalig bericht aan [betrokkene 2] doorgegeven waarin wordt gesproken over betalingen en nummers die niet kloppen. [betrokkene 2] reageert met “
really i’m very very very sorry because I respect your father and I respect your family” en “
I’m very very sorry that your father is disappointed but is not exact what he see from inside”. Hij zegt daarna: “
i will write you message for father ok”. [46] De rechtbank concludeert hier uit dat het bericht inderdaad afkomstig is van [betrokkene 1] die (opnieuw) zijn ongenoegen uit aan [betrokkene 2] over betalingen en nummers die niet kloppen.
milj van larache. 67 milj,oud en had hem nog meer gegeven. En dus 20 broeken heeft hij in bergen. Moet manke geven.
alle pap heeft dan mag alleen u.
uw vader”. Om vast te kunnen stellen van wie deze berichten afkomstig zijn, is – zoals hiervoor al aangestipt – onderzoek gedaan naar het gebruik van deze woorden binnen de SkyECC-accounts die in gebruik zijn bij [zoon betrokkene 1] . In de ruim 30.000 berichten die van hem zijn uitgelezen komt de combinatie “
uw vader” tweemaal voor. Eén keer in een berichtenwisseling op 8 januari 2020 tussen [zus betrokkene 1] en [zoon betrokkene 1] . [48]
haar’ morgen ernaar te vragen omdat hij het eerste bericht waarin wordt gesproken over ‘
uw vader’ niet begreep. Uit de bezoekersgegevens van de EBI blijkt dat de verdachte op 8 januari 2020 tussen 9:30 uur en 16:30 uur bij [betrokkene 1] op bezoek is geweest. [49] Uit de mastgegevens van het SkyECC-account [SkyECC-account 5] van [zus betrokkene 1] blijkt dat zij zich op 9 januari 2020 in de directe omgeving bevond van het advocatenkantoor van de verdachte. [50] Dit komt overeen met de vraag van [zoon betrokkene 1] “
kunt u haar morgen erover vragen om duidelijkheid”. De rechtbank leidt hieruit af dat met ‘
haar’ in dit bericht de verdachte wordt bedoeld, die op dat moment de enige was die in contact stond met [betrokkene 1] , omdat hij zich toen nog in beperkingen bevond.
uw vader’ naar voren in een gesprek op 2 februari 2020 tussen [zus betrokkene 1] en [zoon betrokkene 1] . [51]
uw vader’ verwijst naar [betrokkene 1] . De tekst uit dit bericht komt één op één overeen met delen van de notitie ‘2 kroontjes’. Het kan niet anders dan dat de schrijver van deze berichten in direct contact staat met [betrokkene 1] . Zo wordt er aangegeven dat ‘
hij’ blij was met de foto’s en “
weer meer groente en fruit at”. Daarnaast wordt gezegd: “
Hele dag laatste verhoor. Dus alleen aanhoren en dan geen verhoren meer. Wij hebben gezegd dat geen zin.”Uit de bezoekersgegevens van de EBI blijkt dat [betrokkene 1] op 2 februari 2020 bezoek heeft gehad van “politie + [verdachte] ”. [52]
alle pap’ bij ‘
sv’, het wegwerken van ‘
broeken’ en de schulden / verdelingen van grote hoeveelheden geld. Daarnaast geeft de verdachte aan “
Hoop dat het in de toekomst allemaal anders kan. Dus niet ik met voetbaluitslagen als het ware”.
Dokter moet 1.512.500 aan [naam 8] en bolle geven en dat moet aan [naam 9] geven en zoon moet dat noteren en dan samen met bolle en [naam 8] doornemen.Dit bericht heeft [zus betrokkene 1] op 7 januari 2020 om 14:22:16 uur aan [zoon betrokkene 1] verstuurd. Uit de historische verkeersgegevens van het SkyECC-account [SkyECC-account 5] blijkt dat dit account op 7 januari 2020 tussen 13:17 uur en 16:15 uur gebruikt is via de telefoonmast gelegen aan de [adres] , in de directe omgeving van het kantoor van de verdachte. [55] Uit de bezoekersgegevens van de EBI blijkt verder dat de verdachte de dag ervoor bij [betrokkene 1] op bezoek is geweest die op dat moment in volledige beperkingen zat en met niemand anders mocht communiceren. [56]
heb gevraagd of ze kan vragen om andere bijnamen”. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte tijdens haar bezoek op 6 januari 2020 informatie heeft gekregen van [betrokkene 1] , die zij vervolgens op 7 januari 2020 met [zus betrokkene 1] deelt, die het op haar beurt via SkyECC aan [zoon betrokkene 1] doorgeeft. De verdachte was op dat moment de enige die met [betrokkene 1] kon communiceren omdat hij in beperkingen zat. Ook in deze berichten gaat het over grote geldbedragen die betaald moeten worden. Kennelijk is voor [zus betrokkene 1] niet duidelijk wie met [naam 9] bedoeld wordt, waarna ze aan haar heeft gevraagd dat nog even na te vragen.
advo’ ‘
paranoid’ was en dat zij wilde dat hij een telefoon met alleen haar zou hebben. [61] Op 24 december 2019 is die telefoon nog even in de omgeving van het kantoor van de verdachte gebruikt. Vanaf 25 december 2019 is de telefoon met het UPI account echter uitsluitend gebruikt in de directe omgeving van de woning van de verdachte. [62] Dit zijn allemaal handelingen die op geen enkele wijze passen binnen de normale taakuitvoering van een advocaat en illustreren dat die telefoon buiten de reguliere werkzaamheden op kantoor gehouden moest worden. Uit het feit dat de verdachte persé een één-op-één-telefoon wilde met [zoon betrokkene 1] en deze thuis heeft bewaard, in combinatie met de inhoud van de met die telefoon gevoerde gesprekken leidt de rechtbank af dat de verdachte dit ook wist.
‘broeken’en
‘pap’.Dat de verdachte paranoïde was over het gebruik van een PGP-telefoon in dit verband wijst er ook op dat zij zich ervan bewust was dat de inhoud van deze berichten het daglicht niet kon verdragen en dat die inhoud zag op de internationale handel in verdovende middelen. Door op deze wijze berichten door te geven heeft zij de organisatie in staat gesteld om de handel in verdovende middelen voort te zetten. Het opzet van de verdachte op het deelnemen aan de criminele organisatie is daarmee bewezen.
4.Voorwaardelijke verzoeken
2 september 2025 en 23 februari 2026) zijn onderzoekswensen van de verdediging besproken, waarop nadien gemotiveerd is beslist op respectievelijk 7 april en 22 mei 2025, 3 oktober 2025 en 10 maart 2026. Wanneer de rechtbank voor de beoordeling van de voorwaardelijke verzoeken naar die uitspraken verwijst, dient de daar opgenomen motivering ten behoeve van dat verzoek als hier ingelast te worden gelezen.
5.Kwalificatie en strafbaarheid
6.Straf
Daaruit volgt dat bestaande somatische klachten, waaronder hartfalen en diabetes, zijn verergerd en bij de verdachte na de detentie PTSS is geconstateerd, terwijl zij voorafgaand aan haar detentie geen specifieke psychische klachten had.
De klachten van de verdachte zijn na haar vrijlating niet verminderd, eerder is sprake van het tegendeel. De drastische effecten van de detentie zelf, maar ook van de periode erna ontnemen aan bestraffing haar doel. Het eventueel beoogde leed heeft zij reeds inmiddels ruimschoots ondergaan. Daar komt bij dat de medische zorg in de penitentiaire instellingen volgens de verdediging zozeer te kort schiet, dat de verdachte gezien haar medische en psychische toestand feitelijk detentieongeschikt is en het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf voor haar onevenredig en onverantwoord zou zijn. Zou de rechtbank daar anders over denken dan is nader onderzoek naar de detentiegeschiktheid van de verdachte aangewezen.
7.Wettelijke voorschriften
8.Beslissingen
gevangenisstraf van 42 dagen;