Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 april 2026 in de zaak tussen
[naam verzoekster] , verzoekster,
[minderjarige] ( [voornaam minderjarige] )
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, afkomstig uit Colombia, heeft zich gemeld voor maatschappelijke opvang in Rotterdam, nadat zij met haar minderjarige zoon naar Nederland was gekomen. Het college wees haar aanvraag af omdat zij zelfredzaam werd geacht en niet acuut dakloos was. Verzoekster stelde dat zij en haar zoon per direct opvang nodig hadden vanwege onveilige thuissituaties en andere omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster voldoende zelfredzaam is, gezien haar zelfstandige organisatie van verblijf, zorg voor haar zoon, en het feit dat zij hulp van diverse instanties kan inschakelen. Ook haar academische achtergrond en het feit dat zij een PhD cum laude behaalde, ondersteunen dit oordeel. Het college mocht bovendien aanvoeren dat verzoekster haar komst naar Nederland niet goed had voorbereid.
Hoewel verzoekster en haar zoon in moeilijke omstandigheden verkeren, is er geen sprake van een situatie die rechtvaardigt dat het college hen tot maatschappelijke opvang moet toelaten. De belangen van het kind zijn meegewogen, maar er waren geen directe veiligheidsrisico's vastgesteld. De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen en dat het college niet hoeft over te gaan tot opvang.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster zelfredzaam is en het college niet hoeft over te gaan tot maatschappelijke opvang.