ECLI:NL:RBROT:2026:5623
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering overname private schulden op grond van Wet hersteloperatie toeslagen bevestigd
Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht de minister van Financiën om overname van 39 private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister nam veertien schulden over, betaalde twee gedeeltelijk af en wees de rest af. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat sommige schulden voortvloeien uit onrechtmatige daden die aan eiseres kunnen worden toegerekend, zoals overtreding van het samenscholingsverbod en overlast.
Eiseres voerde aan dat de minister onvoldoende rekening hield met haar benarde financiële en psychische situatie en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden. De rechtbank stelt dat de hardheidsclausule slechts in bijzondere schrijnende omstandigheden kan worden toegepast en dat eiseres onvoldoende concreet heeft onderbouwd waarom dit hier het geval is. Ook is onduidelijk hoe zij de reeds ontvangen compensatie heeft besteed.
Daarnaast zijn andere bezwaren van eiseres, zoals schending van motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel en onjuiste vaststelling van opeisbaarheid van schulden, onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het griffierecht af en geeft geen proceskostenvergoeding. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de minister om de private schulden volledig over te nemen.