De zaak betreft een geschil tussen twee zussen over de nalatenschap van hun vader. Kort voor en na het overlijden van vader heeft een van de zussen geld overgeboekt van de bankrekening van vader naar haar eigen rekening. De eiseres stelt dat deze overboekingen onrechtmatig zijn en eist terugbetaling.
De kantonrechter beoordeelt het bewijs van de schenkingen en de afspraken over vergoeding voor mantelzorg. Voor een bedrag van €1.500,- is geen bewijs van afspraak geleverd, dit wordt als voorschot op de nalatenschap gezien. Voor twee schenkingen van €5.500,- en €8.000,- is wel voldoende bewijs geleverd, maar niet voor een derde schenking van €3.000,-.
De schenking van €3.000,- wordt als onverschuldigd betaald aangemerkt en moet worden terugbetaald met rente. De kantonrechter stelt de verdeling van de nalatenschap vast, waarbij rekening wordt gehouden met de legitieme portie van de eiseres. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.000,- plus rente en €665,76 wegens overbedeling. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.