Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
4.
[eiser 4],
5.
[eiser 5],
[eiser 6],wonende te Oegstgeest,
[eiser 7],wonende te Oegstgeest,
[eiser 8],
[eiser 9],
[eiser 10],
[eiser 11],
[eiser 12],
[eiser 13],
[eiser 14],
[eiser 15],
[eiser 16],
[eiser 17],
[eiser 18],
[eiser 19],
[eiser 20],
[eiser 21],
[eiser 22],
[eiser 23],
[eiser 24],
[eiser 25],
[eiser 26],
[eiser 27],
[eiser 28],
[eiser 29],
[eiser 30],
[eiser 31],
[eiser 32],
[eiser 33],
[eiser 34],
[eiser 35],
[eiser 36],
[eiser 37],
[eiser 38],
[eiser 39],
[eiser 40],
[eiser 41],
[eiser 42],
[eiser 43],
[eiser 44],
[eiser 45],
[eiser 46],
[eiser 47],
[eiser 48],
[eiser 49],
[eiser 50],
[eiser 51],
[eiser 52],
[eiser 53],
[eiser 54],
[eiser 55],
[eiser 56],
[eiser 57],
[eiser 58],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties 1-7;
- de brief van de rechtbank van 31 maart 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 23 september 2025;
- de akte van Dura Vermeer van 23 september 2025, met producties 8-13;
3.De feiten
15.In gebruikname woning
34.Stucadoorswerk
4.Het geschil
V Dura Vermeer te veroordelen tot betaling van een voorschot te begroten op
€ 45.000,- per woning, vermeerderd met de wettelijke rente van de datum dagvaarding tot en met de dag van algehele voldoening;
De beoordeling
Ten aanzien van de schade betwist zij dat er sprake is van schade door waardevermindering. Tevens betwist zij de begroting van de schadekosten. Volgens haar zijn de kosten voor herstel lager omdat er alleen sprake is van esthetische onvolkomenheden. Zij voert het verweer – en doet een beroep op eigen schuld van [eisers] – dat [eisers] de wanden te snel zouden hebben gestuct of behangen na de oplevering. Tenslotte stelt zij dat de begrote schade buitenproportioneel is en tot buitensporige hoge vergoedingen zou leiden en dat de vorderingen daardoor volgens haar in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn.
nietbereid was de gebreken te herstellen. Integendeel. Zij leek juist actief op zoek naar eventuele herstelmogelijkheden. De verjaringstermijn is daarom op zijn vroegst in juni 2023 gaan lopen omdat pas toen uit de correspondentie van Dura Vermeer viel af te leiden dat zij niet over zou gaan tot herstel. De dagvaarding van december 2024 is daarom tijdig uitgebracht, zodat de vorderingen niet zijn verjaard.
gegarandeerd wordt dat de … materialen … deugdelijk zijn”), naar onderdeel 34 “Stucadoorswerk” van de Technische Omschrijving (“wanden voldoende vlak”) en meer in het algemeen naar de eisen van goed en deugdelijk werk. [eisers] stellen dat het voor de wanden gebruikte materiaal gebrekkig is door vervuiling en dat de wanden door de pop-outs niet voldoen aan genoemde eisen. Zij concluderen dat Dura Vermeer niet heeft geleverd wat is afgesproken en dus in de nakoming van haar verbintenissen toerekenbaar is tekortgeschoten. Volgens [eisers] is de tekortkoming toerekenbaar omdat de betreffende garantie is geschonden en ook omdat de verkeersopvattingen dat met zich brengen. [eisers] stellen dat deze tekortkoming voor alle eisers met betrekking tot hun woning geldt. Hoewel het aantal aangetaste wanden en de mate waarin de pop-outs voorkomen per woning en wand verschillen, geldt dat de tekortkoming in alle woningen in zodanige mate aanwezig is dat sprake is van een tekortkoming.
dat de wanden voldoende vlak zijn, dat na het wegwerken van kleine oneffenheden een eenvoudig behang aangebracht kan worden”. De wanden in de woningen van [eisers] voldoen hier als gevolg van de pop-outs niet aan zodat sprake is van een tekortkoming. Daarnaast is sprake van een schending van de garantie in artikel 6.2 Garantieregeling SWK omdat de gebruikte materialen op dit punt niet deugdelijk zijn. Die conclusie wordt niet anders indien in aanmerking wordt genomen dat de (eerste) pop-outs pas na enige tijd na de bouw ontstonden.
Dit vindt steun in de correspondentie waarin door Dura Vermeer (zie bijvoorbeeld de email onder 3.12 waarin wordt bevestigd dat de pop-outs het gevolg zijn van vervuild vliegas) en dat er onderzoek gedaan gaat worden naar herstelmogelijkheden. Dura Vermeer heeft (ook) in deze procedure de gestelde ernst en omvang niet voldoende gemotiveerd weersproken. In elk geval is geen serieuze betwisting het reduceren van de pop-outs tot ‘slechts bubbeltjes’/ ‘een louter esthetisch fenomeen’. Daarmee bagatelliseert zij slechts de gevolgen van deze gebreken voor de bewoners. Ook het verwijzen naar een NEN-norm voor de incidentie van oneffenheden is geen afdoende betwisting, nu aangenomen moet worden dat deze slechts voor het moment van oplevering gelden en Dura Vermeer op de zitting niet, laat staan gemotiveerd, heeft aangevoerd dat die normering betekenis heeft voor het latere ontstaan van pop-outs.
Dura Vermeer voert verweer. Zij betwist de hoogte van de door [eisers] begrote schade en vindt deze buitenproportioneel.
Dura Vermeer voert verweer en betwist dat [eisers] kosten hebben gemaakt die voor vergoeding in aanmerking zouden komen.
6.De beslissing
3455/1694/2806