Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5390

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/10/699918 / FA RK 25-3889
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 RvArt. 1:20b BWArt. 1:25 lid 5 BWArt. 1:26 lid 1 BWArt. 10:104 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning en omzetting van Thaise zwakke adoptie in sterke adoptie naar Nederlands recht

Verzoekers, gehuwd en woonachtig in Nederland, hebben een minderjarige geadopteerd volgens Thais recht. De adoptie is door de bevoegde Thaise autoriteiten goedgekeurd en geregistreerd, en de minderjarige verblijft sinds 2024 bij verzoekers in Nederland met een verblijfsrecht.

De rechtbank beoordeelde de rechtsmacht en het toepasselijke recht, waarbij werd vastgesteld dat de Thaise adoptie rechtsgeldig is en conform het Haags Adoptieverdrag 1993 van rechtswege in Nederland wordt erkend. Omdat de Thaise adoptie een zwakke adoptie betreft, waarbij de biologische familie juridisch gezien niet volledig wordt losgelaten, werd de omzetting naar een sterke adoptie naar Nederlands recht verzocht.

De rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden voor omzetting is voldaan, mede op basis van een positief advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De omzetting wordt toegewezen, waardoor de familierechtelijke banden met de biologische ouders worden verbroken en het ouderlijk gezag aan verzoekers wordt toegekend.

Daarnaast werd gelast de inschrijving van de geboorteakte in de Nederlandse registers en de latere vermelding van de adoptie. De geslachtsnaam van de minderjarige wordt vastgesteld op Van Tilborg. De beschikking is in kracht van gewijsde bindend en kan worden aangevochten door hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank erkent de Thaise adoptie en zet deze om in een sterke adoptie naar Nederlands recht met inschrijving van de geboorteakte en vaststelling van de geslachtsnaam.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/699918 / FA RK 25-3889
Beschikking van 11 mei 2026 over de adoptie
in de zaak van:
[verzoeker 1]
en
[verzoeker 2],
wonende te [woonplaats] ,
hierna: verzoekers,
advocaat mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar,
in welke zaak belanghebbende is:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,
zetelende te Den Haag, vertegenwoordigd door de ambtenaar, hierna te noemen: ABS.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 15 mei 2025;
  • het rapport van de raad voor de kinderbescherming (hierna: de raad) van 29 september 2025;
  • het bericht van de ABS van 28 oktober 2025;
  • het bericht van de ABS van 7 november 2025.
1.2.
Verzoekers hebben de rechtbank bij bericht van 23 januari 2026 te kennen geen mondelinge behandeling te wensen. Omdat het verzoek een buitenlandse adoptie betreft en er geen belanghebbenden zijn anders dan de biologische moeder, blijft de mondelinge behandeling conform het Procesreglement Adoptie achterwege. De rechtbank ziet geen aanleiding om toch een mondelinge behandeling te gelasten.

2.De vaststaande feiten

2.1.
Verzoekers zijn op [datum] te [plaatsnaam] met elkaar gehuwd.
2.2.
De [minderjarige] is geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , [geboorteland] , als kind van [naam moeder] . De biologische vader is onbekend.
2.3.
In de “
Statement of approval” van de Centrale Autoriteit van Nederland van 21 november 2023 is verklaard dat er geen bezwaar is tegen de beslissing in Thailand dat de minderjarige wordt toevertrouwd aan verzoekers en dat de adoptieprocedure mag worden voortgezet. Als gevolg daarvan is de minderjarige toegelaten voor permanent verblijf in Nederland.
2.4.
Uit de verklaring van
Department of Children and Youthte Bankok, Thailand (hierna: DCY) van 13 december 2023 blijkt dat de minderjarige een verlaten kind is en beschikbaar is voor adoptie, nu DCY de bevoegde instantie is om namens de ouders van de minderjarige toestemming te geven voor adoptie. Deze verklaring vermeldt tevens dat
The Child Adoption Board of Thailandop 16 mei 2023 aan verzoekers toestemming (“
pre-approval”) heeft verleend voor plaatsing van de minderjarige bij hen in Nederland onder supervisie van Stichting Wereldkinderen voor tenminste zes maanden voorafgaand aan de adoptie, welke periode aanvangt op de datum dat verzoekers hebben kennisgemaakt met
The Child Adoption Board.
2.5.
Uit de verklaring van DCY van 10 april 2025 blijkt dat
The Child Adoption Boardde adoptie van de minderjarige door verzoekers heeft goedgekeurd en dat deze wettelijke status heeft door registratie bij de Thaise ambassade in Den Haag op 9 januari 2025. Bij de stukken bevindt zich ook de “
Registration of Adoption” van 9 januari 2025.
2.6.
In de overgelegde “
Certificate of Conformity of Intercountry Adoption” (de conformiteitsverklaring) van 21 april 2025 staat dat de adoptie op 9 januari 2025 definitief is geworden.
2.7.
De minderjarige verblijft bij verzoekers in Nederland. De minderjarige bezit de Thaise nationaliteit en heeft een verblijfsrecht regulier bepaalde tijd in Nederland. Hij staat sinds 7 februari 2024 in de basisregistratie personen (hierna: BRP) ingeschreven op het adres van verzoekers.
2.8.
De man en de vrouw hebben de Nederlandse nationaliteit en de minderjarige heeft de Thaise nationaliteit.

3.De beoordeling

3.1.
Verzoekers verzoeken:
Primair:
  • voor recht te verklaren dat de Registration of Adoption van 9 januari 2025 wordt erkend;
  • de Registration of Adoption om te zetten in een sterke adoptie.
Subsidiair:
- de adoptie van na te noemen minderjarige uit te spreken.
Primair en subsidiair:
- vaststelling van hun verklaring dat de minderjarige de geslachtsnaam Van Tilborg zal hebben.
3.2.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
3.2.1.
Op grond van artikel 3 Rv Pro komt aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, omdat verzoeker en de minderjarige beiden hun woonplaats in Nederland hebben.
3.2.2.
Op grond van artikel 1:26 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een ieder die daarbij gerechtvaardigd belang heeft de rechtbank verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland opgemaakte akte of gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand.
3.2.3.
De rechtbank moet eerst beoordelen of op grond van de hierboven weergegeven documenten de adoptie naar Thais recht heeft plaatsgevonden. Bij de beantwoording van deze vraag moet de rechtbank beoordelen of voormelde adoptie naar Thais recht is aan te merken als een beslissing van een bevoegde autoriteit waarbij familierechtelijke betrekkingen tussen een minderjarig kind en twee personen tezamen of een persoon alleen tot stand worden gebracht, een en ander zoals is genoemd in artikel 10:104 BW Pro. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
In de hierboven onder rechtsoverweging 2.4 vermelde verklaring van DCY van 13 december 2023 is vermeld dat
The Child Adoption Boardtoestemming heeft gegeven voor adoptie van de minderjarige, welke is voltooid door registratie bij de Thaise ambassade in Den Haag op 9 januari 2025. Uit rechtsoverweging 2.5 blijkt dat deze registratie volgens de "
Registration of Adoption" heeft plaatsgevonden, wat ook nog eens bevestigd is in de verklaring van DCY van 10 april 2025. De rechtbank is van oordeel dat uit de hierboven weergegeven documenten blijkt dat door de beslissing van een bevoegde autoriteit een naar Thais recht rechtsgeldige adoptie van de minderjarige door verzoekers heeft plaatsgevonden.
3.2.4.
Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of deze adoptie op grond van het Haags Verdrag inzake de bescherming van kinderen en samenwerking op het gebied van interlandelijke adoptie van 29 mei 1993 (hierna: het HAV 1993) van rechtswege in Nederland wordt erkend. De rechtbank stelt vast dat het HAV 1993 sinds 1 oktober 1998 in Nederland van toepassing is en sinds 1 augustus 2004 in Thailand. Dit betekent dat het HAV 1993 in de onderhavige zaak van toepassing is.
Een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 23 HAV Pro 1993 (de conformiteitsverklaring) wordt afgegeven wanneer de adoptie conform het HAV 1993 tot stand is gekomen. Zoals uit rechtsoverweging 2.6 blijkt, is deze verklaring op 21 april 2025 aan verzoekers afgegeven. Dit betekent dat de onderhavige Thaise adoptie, waarbij verzoekers naar Thais recht de minderjarige hebben geadopteerd, in overeenstemming met het HAV 1993 tot stand is gekomen. Dit heeft tot gevolg dat de adoptie in Nederland van rechtswege wordt erkend, zonder tussenkomst van de Nederlandse rechter.
3.2.5.
Op grond van artikel 26 lid 1 van Pro het Haags Adoptieverdrag houdt de erkenning van en adoptie tevens in de erkenning van de familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn adoptiefouders, het ouderlijk gezag van de adoptiefouders over het kind en de verbreking van de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en zijn ouders, indien de adoptie dit gevolg heeft in de verdragsluitende staat waar zij plaatsvond. Gelet op deze bepaling ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of een adoptie naar Thais recht een zogeheten “sterke” of “zwakke” adoptie betreft.
3.2.6.
De rechtbank Oost-Brabant heeft in een vergelijkbare zaak het Internationaal Juridisch Instituut (hierna: IJI) verzocht daarnaar onderzoek te doen. Uit de beschikking van die rechtbank van 2 november 2023 blijkt het volgende:
“Uit de rapportage van het IJI volgt dat op grond van het Thaise recht, en meer specifiek op grond van Section 1598/28 van de Civil Commercial Code (CCC), de biologische ouders het ouderlijk gezag over de geadopteerde verliezen nadat de adoptie definitief is geworden. Op grond van diezelfde bepaling blijven de rechten en plichten van de geadopteerde jegens zijn of haar biologische ouders onaangetast. Op grond van Section 1620 en Section 1629 CCC blijft de geadopteerde ook erfgenaam van zijn of haar biologische ouders. Verder blijft de geadopteerde op grond van Section 1563 CCC verplichtingen houden met betrekking tot het onderhoud van zijn of haar biologische familie. Om die reden is het naar Thais recht alleen mogelijk een zwakke adoptie te bewerkstelligen.”(ECLI:NL:RBOBR:2023:6113)
3.2.7.
Dit betekent dat in Nederland enkel de zwakke Thaise adoptie van rechtswege kan worden erkend. Daarom zal de rechtbank voor recht verklaren dat de Thaise adoptiebeslissing van rechtswege in Nederland wordt erkend.
3.3.
Omzetting
3.3.1.
Verzoekers verzoeken te bepalen dat de zwakke adoptie naar Thais recht wordt omgezet in een sterke adoptie naar Nederlands recht of dat de adoptie naar Nederlands recht tot gevolg heeft dat de oorspronkelijke familierechtelijke banden in het land van herkomst worden verbroken.
3.3.2.
Op grond van artikel 27 lid 1 van Pro het Haags Adoptieverdrag kan, indien een in de staat van herkomst toegestane adoptie niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, die adoptie in de staat van opvang die de adoptie ingevolge het HAV 1993 erkent, worden omgezet in een adoptie die dit gevolg heeft indien het recht van de staat van opvang dit toestaat en indien de in artikel 4, onder c en d, bedoelde toestemmingen zijn of worden gegeven met het oog op een zodanige adoptie.
3.3.3.
Dat Nederland deze omzetting toestaat, blijkt uit artikel 10:111 BW Pro. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek tot omzetting voldoet aan de wettelijke vereisten. De adoptie is in het kennelijk belang van de minderjarige zoals bedoeld in artikel 11 lid 2 Uitvoeringswet Pro inzake het Haags Adoptieverdrag. Daarnaast is voldaan aan de in dat artikel genoemde voorwaarden van artikel 1:228 lid 1 onder Pro a en d BW dat het kind op de dag van de indiening van dit verzoek minderjarig is en geen van de ouders het verzoek tegenspreekt. Op de toestemming of raadpleging van de ouders of andere personen of instellingen is op grond van artikel 10:105 lid 2 BW Pro het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit toepasselijk, en dat is het Thaise recht. Uit de verklaring van DCY zoals genoemd in rechtsoverweging 2.4 van 13 december 2023 blijkt dat de minderjarige een verlaten kind is en beschikbaar is voor adoptie, en dat DCY de bevoegde instantie is om namens de ouders van de minderjarige toestemming te geven voor adoptie.
3.3.4.
Dat de in artikel 4, onder c en d, van het HAV 1993 bedoelde toestemmingen zijn of worden gegeven met het oog op een zodanige adoptie, kan worden afgeleid uit de zin in de conformiteitsverklaring waar staat:

The adoption had the effect of terminating the pre-existing legal parent-child relationship.”
Volgens de eerdergenoemde rapportage van het IJI moet deze zin, in het licht van de conclusie dat Thais recht enkel zwakke adopties kent, worden uitgelegd als een vooruitlopende instemming van de DCY met de mogelijkheid dat de zwakke adoptie in de staat van ontvangst wordt omgezet naar een sterke adoptie.
3.3.5.
De raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, heeft in zijn rapport van 29 september 2025 positief geadviseerd over dit verzoek.
3.3.6.
Alles overziend zal de rechtbank het verzoek tot omzetting toewijzen.
3.4.
Adoptie
3.4.1.
Omdat de buitenlandse adoptie van de minderjarige door verzoekers wordt erkend en omgezet in een sterke adoptie, hebben verzoekers geen belang meer bij hun verzoeken over de adoptie naar Nederlands recht. Daarom zal de rechtbank deze verzoeken afwijzen.
3.5.
Inschrijving geboorteakte
3.5.1.
De rechtbank zal op grond van artikel 1:25 lid 5 BW Pro gelasten dat de overgelegde “Birth Certificate” (Identification no. [nummer] ) met betrekking tot de minderjarige wordt ingeschreven in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag. De rechtbank overweegt daarbij dat de toevoeging “Master” geen onderdeel uitmaakt van zijn voornaam, maar slechts een verwijzing is naar zijn geslacht. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat zowel de Thaise akte als de Engelse vertaling van de Thaise akte is voorzien van de benodigde legalisaties, waaruit kan worden geconcludeerd dat de geboorteakte is afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat de ABS heeft vastgesteld dat de akte zoals die nu voorligt in aanmerking komt voor inschrijving in de BRP.
3.6.
Latere vermelding adoptie
3.6.1.
De rechtbank zal op grond van artikel 1:20b BW een latere vermelding van de erkenning en omzetting van de adoptie van de minderjarige aan de daarvoor in aanmerking komende akte gelasten.
3.7.
Geslachtsnaam
3.7.1.
Op het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, levert dit voor de minderjarige een grondslag op voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. Dan is op grond van artikel 10:20 BW Pro in samenhang met artikel 10:22 lid 1 BW Pro Nederlands recht van toepassing op de vraag welke geslachtsnaam hij zal dragen. De minderjarige is het eerste kind tot wie verzoekers in familierechtelijke betrekking komen te staan. Verzoekers hebben verklaard dat de minderjarige de geslachtsnaam VAN TILBORG zal hebben.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verklaart voor recht dat wordt erkend de beslissing tot adoptie naar het recht van Thailand van de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ;
4.2.
verklaart voor recht dat de zwakke adoptie naar het recht van Thailand wordt omgezet in een sterke adoptie naar Nederlands recht;
4.3.
gelast de inschrijving van de geboorteakte ‘Birth Certificate’ (Identification no. [nummer] ) van de minderjarige in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;
4.4.
gelast de toevoeging van een latere vermelding van de erkenning en omzetting van de adoptie aan de geboorteakte van de minderjarige in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;
4.5.
stelt vast dat verzoekers hebben verklaard dat de minderjarige de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal hebben;
4.6.
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag zoals bepaald in artikel 1:20e lid 1 BW;
4.7.
bepaalt dat van deze beslissing, zodra deze in kracht van gewijsde is gegaan, aantekening wordt gemaakt in het in artikel 1:244 BW Pro genoemde openbare gezagsregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Siemons, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. N.A.J.M. Rasenberg, griffier, op 11 mei 2026.
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.