Eiseres exploiteert een horecaslagerij en kreeg een boete van €5.000,- opgelegd wegens vermeende overtredingen van de Wet dieren, waaronder onvoldoende hygiëne en onvoldoende bescherming van levensmiddelen tegen verontreiniging. De boete werd opgelegd na een inspectie door toezichthouders van de NVWA op 26 januari 2024.
Eiseres betwist de bevindingen in het rapport van bevindingen, waaronder de aanwezigheid van vleesresten en het niet volledig afgedekt zijn van shoarmarollen. Tevens stelt eiseres dat het voor haar belangrijk was dat er iemand van het bedrijf bij de inspectie aanwezig was, wat niet het geval was. De toezichthouders hebben de inspectie van de kleine koelcel uitgevoerd zonder aanwezigheid van iemand van het bedrijf en hebben niets gezegd over geconstateerde overtredingen.
De rechtbank oordeelt dat het rapport van bevindingen onzorgvuldig tot stand is gekomen en niet als grondslag kan dienen voor de overtredingen. De toezichthouders hadden moeten wachten met de inspectie totdat iemand van het bedrijf aanwezig was om de bevindingen te bespreken. Hierdoor is niet vastgesteld dat eiseres de overtredingen heeft begaan en is de boete onrechtmatig opgelegd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.