Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:5277

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
11928258 VZ VERZ 25-6525
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:400 BWArt. 7:610 BWArt. 7:620 BWArt. 7:690 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overeenkomsten zorgmaatjes kwalificeren als overeenkomst van opdracht, geen arbeidsovereenkomst

In deze zaak hebben partijen gezamenlijk verzocht om voor recht te verklaren dat de overeenkomsten tussen Zorgmaatje aan Huis en de zorgmaatjes kwalificeren als overeenkomsten van opdracht en niet als arbeidsovereenkomsten. Dit verzoek vloeit voort uit de onduidelijkheid in de rechtspraak en recente uitspraken van de Hoge Raad over de kwalificatie van dergelijke overeenkomsten.

De kantonrechter heeft eerst vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen. De zorgmaatjes zijn via raamovereenkomsten en individuele opdrachtovereenkomsten verbonden aan Zorgmaatje aan Huis, waarbij zij zelfstandig en zonder directe aansturing werkzaamheden verrichten voor cliënten. De zorgmaatjes bepalen zelf hun werktijden, kunnen opdrachten accepteren of weigeren, en mogen zich laten vervangen. De beloning is een vast uurtarief per daadwerkelijk gewerkt uur, zonder doorbetaling bij ziekte of vakantie.

Vervolgens heeft de kantonrechter de kenmerken van de overeenkomsten getoetst aan de criteria uit het Deliveroo-arrest, waaronder de aard en duur van de werkzaamheden, de mate van autonomie, de inbedding in de organisatie, en het commerciële risico. De zorgmaatjes werken op basis van losse, tijdelijke opdrachten, hebben veel vrijheid in de uitvoering, en lopen zelf financieel risico. Er is geen gezagsverhouding zoals bij een arbeidsovereenkomst.

De holistische weging van alle omstandigheden leidt tot de conclusie dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat tussen partijen, maar een overeenkomst van opdracht. Het voorwaardelijke verzoek om te kwalificeren als uitzendovereenkomst behoeft geen beoordeling. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking is gegeven door kantonrechter F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart dat de overeenkomsten tussen de zorgmaatjes en Zorgmaatje aan Huis overeenkomsten van opdracht zijn en geen arbeidsovereenkomsten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11928258 VZ VERZ 25-6525
datum uitspraak: 30 april 2026
Beschikking van de kantonrechter op grond van artikel 96 Rv Pro
in de zaak van

1.ZORGMAATJE AAN HUIS NEDERLAND B.V.,

vestigingsplaats: Waddinxveen,

2. ZORGMAATJE AAN HUIS REGIO NIEUWE WATERWEG NOORD B.V.,

vestigingsplaats: Vlaardingen,

3. ZORGMAATJE AAN HUIS REGIO ALBRANDSWAARD & HOEKSCHE WAARD,

vestigingsplaats: Rhoon,
verzoeksters,
gemachtigde: mr. D. Schuurman,
tegen

1.[naam 1] ,

woonplaats: [woonplaats ] ,

2. [naam 2] ,

woonplaats: [woonplaats ] ,

3. [naam 3] ,

woonplaats: [woonplaats ] ,
verweersters,
gemachtigden: mr. B. Filippo en mr. A. Zwanenburg.
Verzoeksters worden hierna samen ‘ [verzoeker] ’ genoemd. Verweersters worden hierna ‘ [naam 1] ’, ‘ [naam 2] ’ en ‘ [naam 3] ’ genoemd en worden gezamenlijk aangeduid als ‘de zorgmaatjes’.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoek van [verzoeker] , met bijlagen;
  • het verweer van de zorgmaatjes, met bijlagen;
  • de brief van 17 maart 2026 van de zorgmaatjes, met bijlagen;
  • de spreekaantekeningen van de gemachtigden van partijen.
1.2.
Op 19 maart 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • namens [verzoeker] : de heer [naam 4] ( [functie] en [functie] Zorgmaatje aan Huis Nederland), mevrouw [naam 5] ( [functie] en [functie] regio Albrandswaard & Hoeksche Waard) en mevrouw [naam 6] ( [functie] regio Nieuwe Waterweg Noord) met de gemachtigde van [verzoeker] ;
  • [naam 2] en [naam 3] met hun gemachtigden.
[naam 1] heeft de kantonrechter voorafgaand aan de zitting laten weten dat zij verhinderd is om op de zitting aanwezig te zijn.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[verzoeker] houdt zich bezig met het aanbieden van aanvullende mantelzorg in de vorm van persoonlijke begeleiding en hulp in de huishouding aan thuiswonende ouderen en andere hulpbehoevenden door freelance mantelzorgers die “zorgmaatjes” worden genoemd. [naam 3] verricht vanaf februari 2024 als zorgmaatje werkzaamheden voor [verzoeker] . [naam 1] doet dat sinds maart 2024 en [naam 2] vanaf april 2024.
2.2.
Partijen zijn het erover eens dat de overeenkomsten die tussen hen zijn gesloten kwalificeren als een overeenkomst van opdracht en niet als arbeidsovereenkomst. Vanwege het wisselende beeld in de (lagere) rechtspraak, recente uitspraken van de Hoge Raad en aangekondigde wetswijzigingen over deze kwestie, willen zij graag zekerheid over dit standpunt. [verzoeker] en de zorgmaatjes hebben zich daarom op grond van artikel 96 Rv Pro samen tot de kantonrechter gewend met het verzoek om voor recht te verklaren dat de overeenkomsten tussen partijen kwalificeren als een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 BW Pro) en niet als arbeidsovereenkomst (artikel 7:610 BW Pro). Als de kantonrechter toch oordeelt dat wél sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan verzoeken de zorgmaatjes de kantonrechter om voor recht te verklaren dat sprake is van een uitzendovereenkomst (artikel 7:690 BW Pro).
De uitkomst
2.3.
De kantonrechter is het met partijen eens dat de overeenkomsten tussen [verzoeker] en de zorgmaatjes kwalificeren als een overeenkomst van opdracht en niet als een arbeidsovereenkomst. De verzochte verklaringen voor recht worden daarom toegewezen. Aan een beoordeling van het voorwaardelijk tegenverzoek van de zorgmaatjes komt de kantonrechter niet toe. Dat wordt hierna uitgelegd.
Arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht?
2.4.
De vraag die in deze procedure voor ligt, is of de overeenkomsten tussen partijen kwalificeren als een overeenkomst van opdracht of als een arbeidsovereenkomst.
2.5.
Een arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. [1] Een overeenkomst van opdracht is een overeenkomst waarbij iemand zich verbindt werkzaamheden te verrichten voor een ander, maar niet op grond van een arbeidsovereenkomst. Het gaat daarbij om werkzaamheden die bestaan uit iets anders dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werk of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken. [2] Als er sprake is van een overeenkomst van opdracht, kan er dus geen sprake zijn van een arbeidsovereenkomst (en andersom).
2.6.
Bij het beantwoorden van de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht, moeten twee fasen worden doorlopen. [3] In de eerste fase moet worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen met elkaar hebben afgesproken. Dat moet worden gedaan volgens de Haviltexmaatstaf. Dat betekent dat niet alleen moet worden gekeken naar wat partijen letterlijk in hun overeenkomst hebben opgeschreven, maar ook naar wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In deze fase is er ruimte voor de bedoeling van de partijen en ook hun maatschappelijke positie kan een rol spelen.
2.7.
Daarna wordt in de tweede fase beoordeeld of die afspraken (rechten en verplichtingen) de kenmerken hebben van een arbeidsovereenkomst. Het maakt hierbij niet uit of partijen zelf de bedoeling hadden om onder de regels van een arbeidsovereenkomst te vallen. Als de afgesproken rechten en verplichtingen voldoen aan wat de wet zegt over een arbeidsovereenkomst, dan moet de overeenkomst ook als zodanig worden gezien. Of een overeenkomst echt als een arbeidsovereenkomst moet worden gezien, hangt af van alle omstandigheden samen. Daarbij kunnen onder meer de volgende negen gezichtspunten van belang zijn [4] :
de aard en duur van de werkzaamheden;
de manier waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is;
de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitbetaald;
de hoogte van deze beloningen;
de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.
Het gewicht dat toekomt aan een contractueel beding bij beantwoording van de vraag of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt ook af van de mate waarin dat beding daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht.
2.8.
Daarna moeten alle relevante feiten en omstandigheden samen worden bekeken en tegen elkaar worden afgewogen (holistische weging). Daarbij moeten ook aanwijzingen worden meegenomen die juist vóór of tegen een arbeidsovereenkomst pleiten
((contra-)indicatoren), die volgen uit de twee fasen. Als uit die brede afweging blijkt dat aan de vier vereisten is voldaan (arbeid, loon, gezagsverhouding, gedurende zekere tijd), dan wordt de overeenkomst gezien als een arbeidsovereenkomst.
2.9.
De kantonrechter zal hierna op basis van wat partijen in hun processtukken en tijdens de zitting hebben aangevoerd eerst vaststellen welke rechten en verplichtingen tussen partijen zijn afgesproken. Daarna zal worden beoordeeld of aan de voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst is voldaan of dat sprake is van een overeenkomst van opdracht.
Fase 1: vaststelling overeengekomen rechten en verplichtingen
2.10.
De zorgmaatjes zijn met [verzoeker] Regio Nieuwe Waterweg Noord ( [naam 1] ) of [verzoeker] Albrandswaard & Hoeksche waard ( [naam 2] en [naam 3] ) een zogenoemde raamovereenkomst aangegaan. De overeenkomsten zijn in eerste instantie aangegaan voor 12 maanden. Daarnaast is voor iedere specifieke mantelzorgopdracht telkens een “individuele opdrachtovereenkomst” met de zorgmaatjes gesloten. In zowel de raamovereenkomst als de individuele opdrachtovereenkomst wordt de betreffende [verzoeker] -ondernemer ‘opdrachtgever’ genoemd en de zorgmaatjes ‘opdrachtnemer’.
2.11.
In de raamovereenkomst staat dat [verzoeker] wel een opdracht mag aanbieden voor (aanvullende) mantelzorg, maar daartoe niet verplicht is. [verzoeker] doet zo’n aanbod alleen als zij vindt dat er een goede match is tussen het zorgmaatje en de cliënt die mantelzorg nodig heeft (artikelen 1.1 en 1.2). Het zorgmaatje is daarna vrij om zo’n aanbod te accepteren of te weigeren; aan een weigering zitten geen nadelige gevolgen vast. Als het zorgmaatje een concreet aanbod accepteert, ontstaat er een individuele opdrachtovereenkomst. In de individuele overeenkomst wordt vastgelegd voor welke cliënt de werkzaamheden worden verricht (artikel 1.1). Het zorgmaatje is dan volledig verantwoordelijk voor het goed uitvoeren van het werk (artikel 1.5 van de raamovereenkomst en 1.2 van de individuele overeenkomst). Het zorgmaatje voert het werk zelfstandig uit, op een manier die hij of zij zelf passend vindt, zonder toezicht of directe aansturing van [verzoeker] . [verzoeker] mag alleen aangeven wat het gewenste resultaat is, maar niet hoe het werk precies moet worden gedaan. Tussen opeenvolgende opdrachten door hoeven de zorgmaatjes zich ook niet beschikbaar te houden voor [verzoeker] . De zorgmaatjes mogen tijdens een opdracht gewoon voor een andere opdrachtgever werken (artikel 1.4 en overweging F van de raamovereenkomst).
2.12.
In de individuele opdrachtovereenkomst (artikel 2.2) staat hoeveel uur er gemiddeld wordt gewerkt, wat per cliënt kan verschillen (bijvoorbeeld 9 uur of 2 uur per week). Het zorgmaatje bepaalt de werktijden zelf, in overleg met de cliënt. Als het zorgmaatje het werk niet zelf kan uitvoeren, moet hij of zij zelf voor vervanging zorgen. Daarbij kán het zorgmaatje eventueel de hulp van [verzoeker] inschakelen.
2.13.
Voor het uitvoeren van de mantelzorgwerkzaamheden ontvangen de zorgmaatjes € 21,60 per gewerkt uur (exclusief btw). Daarnaast kan worden afgesproken dat een zorgmaatje recht heeft op toeslagen, bijvoorbeeld voor werk in de avonduren of op zon- en feestdagen (artikel 3 van Pro de individuele opdrachtovereenkomst). De facturering en uitbetaling van de gewerkte uren lopen via Verloning.nl. Hiervoor hebben de zorgmaatjes een aparte raamovereenkomst met deze partij gesloten. Het zorgmaatje moet zelf het aantal gewerkte uren in de app van [verzoeker] registreren. Die app geeft de uren dan automatisch door aan Verloning.nl. De zorgmaatjes krijgen alleen betaald voor uren die zij daadwerkelijk hebben gewerkt. Als er niet wordt gewerkt, is er geen recht op vergoeding. Ook worden door de zorgmaatjes gemaakte kosten in principe niet vergoed.
2.14.
Voor de beëindiging van de overeenkomst is vastgelegd in welke situaties deze eindigt, bijvoorbeeld bij het overlijden van de cliënt. Ook staat steeds een concrete einddatum in de individuele overeenkomst waarop de overeenkomst automatisch afloopt (artikel 2.1 van de individuele opdrachtovereenkomst).
2.15.
Verder hebben partijen afgesproken dat de zorgmaatjes niet verplicht zijn om deel te nemen aan personeelsbijeenkomsten, functioneringsgesprekken of interne trainingen. Ook hoeven zij zich niet te houden aan interne gedragsregels die voor werknemers gelden. De zorgmaatjes krijgen geen bedrijfsmiddelen van [verzoeker] , behalve een badge om zich bij de cliënt te kunnen identificeren. Daarnaast is afgesproken dat partijen elkaar in beginsel niet aansprakelijk houden als een bepaling uit de overeenkomst niet wordt nagekomen.
2.16.
Uit de raamovereenkomst blijkt duidelijk dat partijen hebben bedoeld om een overeenkomst van opdracht aan te gaan en uitdrukkelijk geen arbeidsovereenkomst. In de considerans staat bijvoorbeeld dat [verzoeker] opdrachten aan de zorgmaatjes verstrekt buiten dienstverband (onder C), dat de werkzaamheden uitsluitend plaatsvinden op basis van een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW Pro (onder G) en dat partijen geen arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:620 BW Pro willen sluiten (onder H). Dit laat zien dat partijen bewust hebben gekozen voor een opdrachtrelatie en niet voor een werkgever-werknemerrelatie.
2.17.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij in de praktijk ook uitvoering hebben gegeven aan wat in de raamovereenkomst en de individuele overeenkomsten is afgesproken.
Fase 2: Kwalificatie
2.18.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of aan de hand van de rechten en plichten van partijen de overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. Daarin zal de kantonrechter de hiervoor genoemde gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest betrekken en de omstandigheden in onderling verband afwegen.
a) de aard en duur van de werkzaamheden
Gaat het om structureel werk binnen een organisatie of om losse, tijdelijke opdrachten?
2.19.
De werkzaamheden van de zorgmaatjes bestaan uit het bieden van mantelzorg aan de cliënt. Dat gaat bijvoorbeeld om gezelschap houden, een gesprek voeren, boodschappen doen en/of samen een wandeling maken. Voor dit werk is geen specifieke vakgerichte opleiding nodig (artikel 1.1 van de raamovereenkomst). De behoefte aan de werkzaamheden van de zorgmaatjes bestaat voornamelijk uit het ontlasten van de mantelzorgers – vaak familie of anderen uit de directe omgeving van de cliënt – maar ook van zorgprofessionals, doordat zij deze taken in hun werk niet hoeven uit te voeren. De werkzaamheden worden per cliënt en per opdracht uitgevoerd. Elke opdracht wordt apart vastgelegd en is tijdelijk van aard. Hoewel de raamovereenkomst zelf voor 12 maanden geldt, ontstaat de echte ‘werkrelatie’ pas op het moment dat het zorgmaatje een concrete opdracht accepteert. Daardoor is er geen sprake van vaste of doorlopende inzet, maar steeds van losse opdrachten. Die losse opdrachten verschillen telkens van duur, afhankelijk van de zorgvraag van de cliënt. Dit past meer bij een overeenkomst van opdracht dan bij een arbeidsovereenkomst.
b) de manier waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald
Bepaalt de werkende zelf hoe en wanneer hij werkt, of geeft de opdrachtgever daar sturing aan?
2.20.
De zorgmaatjes bepalen zelf welke werkzaamheden zij voor de cliënt willen uitvoeren. Zorgaanvragers die via [verzoeker] een zorgmaatje willen inzetten, geven door waar de mantelzorgwensen en -behoeftes liggen. Aan de hand van die behoeftes en wensen stelt [verzoeker] een mogelijke match voor. Het is dan vervolgens aan het zorgmaatje om de opdracht al dan niet te aanvaarden. Zo heeft [naam 1] bijvoorbeeld aangegeven dat zij niet beschikbaar is voor opdrachten waarvoor zij huishoudelijke werkzaamheden moet doen. Als de opdracht is aanvaard, bespreekt het zorgmaatje zelf met de cliënt wat er concreet gedaan moet worden. Tijdens de opdracht kunnen de activiteiten ook veranderen, als dat tussen het zorgmaatje en de cliënt wordt besproken. Volgens de zorgmaatjes heeft [verzoeker] daar niets mee te maken. Zij zeggen dat ze in principe niets meer van [verzoeker] horen nadat de opdracht is aanvaard. [verzoeker] kan slechts aanwijzingen en instructies geven over het resultaat, niet over de uitvoering. De zorgmaatjes stellen ook zelf in overleg met de cliënt hun werktijden vast. Daarbij dienen zij zich slechts te houden aan het maximum aantal uur dat in de overeenkomst is opgenomen. Het zorgmaatje bepaalt dus zelf op welke dagen en tijdstippen de werkzaamheden worden verricht. Dit duidt op een grote mate van autonomie en het ontbreken van een gezagsverhouding, wat kenmerkend is voor een overeenkomst van opdracht.
c) de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht
Maakt de werkende echt deel uit van de organisatie (zoals werknemers), of staat hij daar los van?
2.21.
[verzoeker] zegt dat zij geen werknemers in dienst heeft die mantelzorg verlenen voor cliënten en dat alle zorgmaatjes als zelfstandigen werken. De zorgmaatjes maken maar beperkt deel uit van de organisatie van [verzoeker] . Zij hoeven niet mee te doen aan interne overleggen, trainingen of functioneringsgesprekken en zijn ook niet gebonden aan interne regels die voor werknemers wel gelden. Er worden wel trainingen aangeboden, maar die kunnen de zorgmaatjes geheel op eigen initiatief volgen. De zorgmaatjes krijgen geen bedrijfsmiddelen, behalve een identificatiebadge om zich bij cliënten te kunnen legitimeren. Dit wijst erop dat zij niet als werknemers in de organisatie zijn opgenomen, maar meer als zelfstandigen daarbuiten staan.
2.22.
Wel moeten de zorgmaatjes na afloop van het werk kort verslag doen of bijzonderheden noteren in een app waar ook [verzoeker] toegang tot heeft. Volgens partijen is die app niet bedoeld om toezicht of controle uit te oefenen, maar vooral om andere zorgmaatjes te informeren, bijvoorbeeld als zij een keer een zorgmaatje moeten vervangen. Ook familieleden van de cliënt kunnen de app inzien. Bovendien gelden volgens [verzoeker] nu eenmaal wettelijke en aanvullende rapportage- en registratieverplichtingen waar [verzoeker] als zorgaanbieder aan moet voldoen. Dit zegt daarom niet automatisch iets over een organisatorische inbedding in de zin van een gezagsverhouding. Het gaat eerder om praktische en wettelijk verplichte informatie rondom de zorg voor de cliënt. Ook deze verslaglegging duidt daarom niet op werknemerschap.
d) het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren
Moet de werkende het werk zelf doen of mag hij zich laten vervangen?
2.23.
De zorgmaatjes hoeven het werk niet altijd zelf te doen. Als een zorgmaatje niet zelf kan werken, moet hij of zij zelf voor vervanging zorgen. Vaak maken de zorgmaatjes onderdeel uit van een ‘poule’ met andere zorgmaatjes, waardoor zij bijvoorbeeld tijdens vakanties kunnen afstemmen wie een dienst kan overnemen. De zorgmaatjes stemmen dit af met (de familie van) de cliënt. Indien nodig, kan ook [verzoeker] ondersteuning bieden bij het zoeken van vervanging. De zorgmaatjes mogen zich ook door een derde (niet-zorgmaatje) laten vervangen, maar dit gebeurt vanwege het persoonlijke karakter in de praktijk eigenlijk nooit. Voor de uren die het zorgmaatje zich heeft laten vervangen, krijgt het zorgmaatje niet betaald. Het feit dat de zorgmaatjes zich mogen laten vervangen, past niet bij een arbeidsovereenkomst. Bij een arbeidsovereenkomst moet het werk namelijk persoonlijk worden gedaan en mag een werknemer zich niet ‘zomaar’ laten vervangen.
e) de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is
Zijn de afspraken individueel onderhandeld of vooral een standaardregeling die wordt aangeboden?
2.24.
De afspraken zijn eenzijdig vastgelegd in een raamovereenkomst waar niet over is onderhandeld, met daarnaast per opdracht een aparte overeenkomst. Voor de individuele overeenkomsten geldt wel dat het zorgmaatje de opdracht eerst kan beoordelen en zelf kan bepalen of hij of zij die wil accepteren. Hoewel dit ook bij een arbeidsovereenkomst kan voorkomen, past de manier van werken met losse opdrachten en het steeds kunnen accepteren of weigeren van werk beter bij een opdrachtrelatie.
f) de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitbetaald
Hoe wordt betaald (vast loon, per uur, per opdracht) en is er alleen betaling bij daadwerkelijk werk?
2.25.
Voor ieder zorgmaatje is exact hetzelfde uurtarief overeengekomen. Over de hoogte van de beloning hebben partijen dan ook niet onderhandeld. Voor wat betreft de manier waarop de beloning wordt uitgekeerd geldt dat de zorgmaatjes hun uren registreren in de app van [verzoeker] die vervolgens automatisch worden doorgegeven aan Verloning.nl, waarna op basis daarvan automatisch een factuur wordt gegenereerd. Verloning.nl betaalt dan na afdracht van loonbelasting en premies het gefactureerde nettobedrag aan de zorgmaatjes uit. Deze manier van betaling wijkt af van de gebruikelijke loonbetaling in een arbeidsrelatie, waarbij de werkgever op het loon premies en/of belastingen inhoudt en afdraagt aan de Belastingdienst en daarvan loonstroken verstrekt. De wijze waarop de beloning wordt uitgekeerd vertoont dus kenmerken van een overeenkomst van opdracht.
2.26.
De zorgmaatjes krijgen een vast uurtarief per daadwerkelijk gewerkt uur. Alleen gewerkte uren worden dus betaald. Als er niet wordt gewerkt, bijvoorbeeld tijdens ziekte of vakantie, is er geen betaling. Dat is anders dan bij een arbeidsovereenkomst, waar normaal gesproken ook recht op loon bestaat zonder dat er gewerkt wordt.
g) de hoogte van deze beloningen
Is de beloning vergelijkbaar met het loon van werknemers of eerder passend bij zelfstandige tarieven?
2.27.
De hoogte van het vaste uurtarief van (sinds juli 2025) € 21,60 (exclusief btw), soms aangevuld met toeslagen, is op zichzelf niet doorslaggevend en kan zowel bij werknemers als zelfstandigen voorkomen. Het bedrag dat 150% van het wettelijk minimumloon is, wordt mede bepaald door wettelijke kaders. Zelfstandigen krijgen meestal een hoger uurtarief, omdat er minder kosten en afdrachten zijn, zoals de opbouw van pensioen. In dit geval is wel van belang dat de zorgmaatjes dit werk vaak niet in de eerste plaats voor het geld doen. Velen van hen doen dit om maatschappelijk betrokken te blijven, om na hun pensioen actief te blijven of om iets voor een ander te betekenen. Zij zijn doorgaans niet financieel afhankelijk van deze inkomsten. Daarom heeft de hoogte van de beloning in deze relatie een minder centrale rol dan bij een gewone arbeidsovereenkomst, waar loon meestal een belangrijke drijfveer is. De hoogte van het uurtarief zegt dus nog niet zoveel voor de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht.
h) de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt
Draagt de werkende zelf risico (bijvoorbeeld geen werk = geen inkomen, kosten zelf dragen)?
2.28.
Nog los van het feit dat de zorgmaatjes over het algemeen niet financieel afhankelijk zijn van de beloning, dragen zij wel zelf het financiële risico. Ze worden alleen betaald voor gewerkte uren, krijgen meestal geen vergoeding voor kosten die zij zelf hebben gemaakt en moeten zelf voor vervanging zorgen. Als de zorgmaatjes toch het financiële risico willen ondervangen, kunnen zij er vrijwillig voor kiezen om tegen een vergoeding bij Verloning.nl een verzekering af te sluiten. [naam 2] heeft hiervoor gekozen. Dat wijst erop dat zij werken als zelfstandigen en niet als werknemers.
i) de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen
Gedraagt de werkende zich als ondernemer (meerdere opdrachtgevers, eigen reputatie, vrijheid op de markt)?
2.29.
De zorgmaatjes mogen ook voor andere opdrachtgevers werken en hoeven zich niet beschikbaar te houden voor [verzoeker] . Ze kunnen zich dus vrij op de markt bewegen als zelfstandige. Dat past minder bij een arbeidsovereenkomst. Dat ondersteunt het beeld dat zij als ondernemers werken en niet als werknemers in dienst zijn.
Holistische weging
2.30.
De kantonrechter heeft naar alle omstandigheden samen gekeken en komt tot de conclusie dat de overeenkomsten tussen deze partijen geen arbeidsovereenkomsten zijn.
2.31.
Kenmerkend voor de samenwerking tussen partijen is dat de zorgmaatjes mantelzorgwerk doen voor verschillende cliënten op basis van losse opdrachten. Zij werken dus niet vast of structureel voor [verzoeker] , maar kiezen per keer of zij een opdracht aannemen. Pas als zij een opdracht accepteren, ontstaat er een werkrelatie. Dat maakt de samenwerking flexibel en tijdelijk van aard. De zorgmaatjes hebben daarbij veel vrijheid. Zij bepalen samen met de cliënt hoe het werk wordt uitgevoerd en wanneer zij werken. [verzoeker] geeft daar geen directe instructies over en stuurt niet aan op de manier van werken. Dat wijst erop dat er geen gezagsverhouding is, zoals bij een werknemer wel het geval is.
2.32.
Daarnaast mogen de zorgmaatjes zich laten vervangen als zij niet kunnen werken. Zij zijn ook vrij om voor andere opdrachtgevers te werken. Ze zijn dus niet exclusief aan [verzoeker] verbonden en kunnen zelf hun werk inrichten. Zij worden ook alleen betaald voor de uren die zij daadwerkelijk werken. Als zij niet werken, bijvoorbeeld door ziekte of vakantie, krijgen zij geen betaling. Dat is anders dan bij een werknemer, die meestal wel doorbetaald krijgt. Zij lopen ook zelf het risico dat zij geen inkomen hebben als er geen opdrachten zijn.
2.33.
De kantonrechter heeft naar alle omstandigheden samen gekeken en komt tot de conclusie dat de overeenkomsten tussen deze partijen geen arbeidsovereenkomsten zijn. De manier waarop de afspraken zijn gemaakt en uitgevoerd, lijkt meer op een samenwerking tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer dan op die tussen een werkgever en een werknemer. De verklaringen voor recht dat de overeenkomsten tussen de (afzonderlijke) zorgmaatjes en [verzoeker] overeenkomsten van opdracht zijn en geen arbeidsovereenkomst worden daarom toegewezen.
Voorwaardelijk verzoek van de zorgmaatjes
2.34.
Omdat het (primaire) verzoek wordt toegewezen, hoeft het voorwaardelijke tegenverzoek niet meer beoordeeld te worden.
Proceskosten
2.35.
De kantonrechter bepaalt conform het verzoek van partijen dat partijen de eigen proceskosten dragen.
Hoger beroep en cassatie
2.36.
Partijen hebben niets gezegd over de vraag of zij zich de mogelijkheid om in hoger beroep of cassatie te gaan willen voorbehouden. Dat is ook niet nodig, omdat zij daar geen belang bij hebben: beide partijen krijgen namelijk gelijk.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat [naam 1] werkzaam is voor Zorgmaatje aan Huis
Regio Nieuwe Waterweg Noord B.V. op basis van een overeenkomst van opdracht en
tussen [naam 1] en Zorgmaatje aan Huis Regio Nieuwe Waterweg Noord B.V.
geen arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van Pro het Burgerlijk Wetboek
bestaat;
3.2.
verklaart voor recht dat [naam 2] werkzaam is voor Zorgmaatje aan
Huis Regio Albrandswaard & Hoeksche Waard op basis van een overeenkomst van
opdracht en dat tussen [naam 2] en Zorgmaatje aan Huis Regio Albrandswaard & Hoeksche Waard geen arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van Pro
het Burgerlijk Wetboek bestaat;
3.3.
verklaart voor recht dat [naam 3] werkzaam is voor Zorgmaatje aan Huis Regio Albrandswaard & Hoeksche Waard op basis van een overeenkomst van opdracht en dat tussen [naam 3] en Zorgmaatje aan Huis Regio Albrandswaard & Hoeksche Waard geen arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van Pro het Burgerlijk Wetboek bestaat;
3.4.
bepaalt dat partijen de eigen proceskosten dragen.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
37555

Voetnoten

1.artikel 7:610 BW Pro.
2.Artikel 7:400 BW Pro.
3.HR 6 november 2020: ECLI:NL:HR:2020:1746 (X/Gemeente Amsterdam) en later bevestigd in HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2020:443 (Deliveroo).
4.HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2020:443 (Deliveroo).