Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[gedaagde 1] HOLDING B.V.,
2.
[gedaagde 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 4 april 2025;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 12;
- de brief van de rechtbank van 2 september 2025, waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling in de zaak is bepaald op 13 november 2025;
- het bericht van de rechtbank van 17 oktober 2025, met daarin een zittingsagenda;
- de akte inbreng producties van [eiser] Holding van 28 oktober 2025, met producties 1 tot en met 17;
- de brief van [gedaagden] van 30 oktober 2025, met productie 13;
- de mondelinge behandeling van 13 november 2025 en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van mr. Brandt.
3.De feiten
te benaderen, met hun zakelijke contacten te onderhouden en/of deze relaties te beïnvloeden met het oogmerk hen ertoe te bewegen of trachten te bewegen hun contact met de Vennootschap[rechtbank: [bedrijf 1] ]
te verbreken of nadelig te wijzigen.” In de lijst staat de naam van [bedrijf 2] .
voorbeelden van activiteiten die een uitzondering vormen op hetgeen is bepaald in artikel 5.1.” Op die lijst staat ook “
B2B marketing”. De zogenoemde “community building services
”staan niet op die lijst als voorbeeld van een toegestane activiteit
.
4.Het geschil
5.De beoordeling
- i) zogenoemde community building services aanbiedt vanuit haar eenmanszaak [bedrijf 5] ;
- ii) community building services verricht voor [bedrijf 3] ;
- iii) marketing- en communicatieactiviteiten verricht voor [bedrijf 4] ;
- iv) contact heeft gehad met [bedrijf 2] , een relatie van [bedrijf 1] .
- [eiser] schrijft op 17 juni 2024 aan [gedaagde 2] :
- In reactie op die e-mail schrijft [gedaagde 2] daarna op 18 juni 2024:
“
Vanuit mijn perspectief de volgende guidance:(…)
Qua concurrentiebeding: de toegestane activiteit is dat [gedaagde 2] [rechtbank: [gedaagde 2] ] freelance opdrachten op marketing/comms gebied mag uitvoeren binnen sustainability. (…).”
“
Ik kan mij vinden in de guidance. Nog een paar opmerkingen van mijn kant: Volgens mij moet het uitgangspunt blijven: niet concurrenten[de rechtbank neemt aan dat hier bedoeld is: concurreren]
met [bedrijf 1] , en daarnaast complete vrijheid / bij twijfel overleg.”
Zo schrijft [gedaagde 2] op 19 juni 2024 aan [eiser] : “
Ik ben bereid het community gedeelte uit de overeenkomst te laten, als ik hier meer concrete ideeën over heb kan ik dat in een later stadium voorleggen”. Nu niet gebleken is dat [gedaagde 2] een nieuwe community heeft opgezet, was er ook geen verplichting tot voorafgaand overleg.
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)