Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[gedaagde 1] B.V.,
2. [gedaagde 2] B.V.,
3. [gedaagde 3],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 9 april 2026, met bijlagen 1 tot en met 8;
- de aanvullende bijlagen 9 tot en met 13 van Sujo;
- de conclusie van antwoord, met bijlagen 1 tot en met 7;
- de mondelinge behandeling op 22 april 2026;
- de spreekaantekeningen van mr. Roijers;
- de spreekaantekeningen van mr. Oremans.
3.De beoordeling
bij mij[is]
de indruk ontstaan dat de cliënten van mr. Bäcker met het indienen van het pro forma bezwaar beogen invloed uit te oefenen op de gemeente Woensdrecht, om de door hen gewenste doelstellingen te bereiken. Tevens is bij mij de indruk ontstaan dat het bezwaar mogelijk niet uitsluitend is gericht tegen het project als zodanig, maar mede verband houdt met een breder, onderliggend belang van de cliënten”. Het betreft dus een interpretatie van de heer [naam] van de woorden van de advocaat van [gedaagden] Hierbij is nog relevant dat [gedaagden] betwisten dat de advocaat uitlatingen van de gestelde strekking heeft gedaan.
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
4.De beslissing
3349 / 2009