Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Verzoeker woont op het adres [adres] en hij is ook eigenaar van deze woning.
5. Bij de politie is informatie binnengekomen dat er een grote hoeveelheid verdovende middelen zou liggen in verzoekers woning.
Op 11 maart 2026 heeft de politie verzoekers woning doorzocht. Daarbij is in de berging bij de woning 42,03 kilo MDMA, vaten met 336 liter aan grondstoffenvoor onder andere MDMA en 20 kilo met een grondstof voor MDMA in poedervorm. In de tuin bij de woning zijn in een kussenkist vaten met 40 liter aan grondstoffen voor onder andere MDMA gevonden. In verzoekers woning zijn een doorgeladen gaspistool, knalpatronen, een wapenstok en een handgeschreven financiële administratie over verdovende middelen aangetroffen. Verzoeker is vervolgens aangehouden voor de handel en het bezit van verdovende middelen, voorbereidingshandelingen om synthetische verdovende middelen te produceren en de Wet wapens en munitie.
Dit blijkt uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 18 maart 2026.
Waar gaat het in deze zaak om?
6. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester besloten om verzoekers woning te sluiten voor zes maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens en hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat zijn woning voorlopig open blijft. De burgemeester heeft toegezegd dat de woning open mag blijven tot de uitspraak van de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
7. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Betaling van het griffierecht
8. Op 11 april 2026 is er een nota voor het betalen van het griffierecht naar het kantoor van verzoekers gemachtigde gestuurd. Volgens de track & trace is deze nota op 15 april 2026 bezorgd. In de nota staat dat het griffierecht uiterlijk voorafgaand aan de zitting moet zijn betaald. Als er niet op tijd betaald wordt, dan loopt verzoeker het risico dat zijn verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Na de zitting is gebleken dat het griffierecht nog niet was betaald. De rechtbank heeft op donderdag 23 april 2026 gebeld met het kantoor van verzoekers gemachtigde en heeft vervolgens om 14:14 uur de volgende e-mail gestuurd:
“Afgelopen maandag 20 april 2026 heeft de zitting plaatsgevonden van hierboven genoemde zaak. Volgens ons systeem is het griffierecht in deze zaak nog niet voldaan, hierbij nogmaals de nota. Graag ontvangen wij per omgaande een betalingsbewijs van het griffierecht.”
Op dinsdag 28 april 2026 was er nog steeds geen betalingsbewijs ontvangen en was ook anderszins niet gebleken dat het griffierecht inmiddels was voldaan. De rechtbank heeft vervolgens twee keer gebeld met het kantoor van verzoekers gemachtigde (’s ochtends en ’s middags), met het verzoek om een betalingsbewijs te overleggen.
Bij het tweede telefonische contact is meegedeeld dat de rechtbank uiterlijk om 17 uur het betalingsbewijs wil ontvangen en dat het verzoek anders niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De rechtbank heeft vervolgens om 16:31 uur een betalingsbewijs ontvangen, waaruit blijkt dat het griffierecht op die dag, dus pas op 28 april 2026, is betaald.
9. Hoewel door niet tijdige betaling van het griffierecht, waarvoor door verzoekers gemachtigde geen verschoonbare reden is gegeven, een niet-ontvankelijk verklaring van het verzoek om een voorlopige voorziening in de rede zou hebben gelegen, zal de voorzieningenrechter het verzoek inhoudelijk behandelen, uit coulance richting verzoeker. De voorzieningenrechter wil echter wel opmerken dat deze handelwijze van verzoekers gemachtigde zeker niet de schoonheidsprijs verdient.
Is er een spoedeisend belang?
10. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift.
De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
11. Verzoeker zit op dit moment in voorlopige hechtenis. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde verklaard dat er een verzoek is ingediend om de voorlopige hechtenis te schorsen vanwege zijn medische situatie. Verzoeker wil graag opgenomen worden in een verslavingskliniek. Het schorsingsverzoek zal binnen twee weken worden behandeld en de gemachtigde acht de kans groot dat verzoeker zal worden vrijgelaten. Dit betreft echter een onzekere toekomstige situatie, zeker nu de gemachtigde van verzoeker tijdens de zitting heeft verklaard dat de reclassering nog geen stappen heeft gezet om verzoeker te laten opnemen in een verslavingskliniek. De voorzieningenrechter heeft daarom grote twijfels bij het spoedeisend belang, omdat niet is gebleken dat verzoeker op korte termijn zal (kunnen) terugkeren naar zijn woning.
12. De burgemeester is bevoegd om een woning te sluiten als in woningen harddrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is, of als er (kort gezegd) stoffen worden gevonden die bestemd zijn voor het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs (strafbare voorbereidingshandelingen).
13. De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in Voorne aan Zee tegen te gaan. Dit beleid staat in de Beleidsregels van de burgemeester van de gemeente Voorne aan Zee houdende regels omtrent drugs 2023 (Damoclesbeleid). In dit beleid staat in welke gevallen de burgemeester in principe overgaat tot sluiting van een woning.
Is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten?
14. Verzoeker voert aan dat de burgemeester niet bevoegd is om zijn woning te sluiten, omdat hij niet op de hoogte was van de verdovende middelen en grondstoffen. De berging grenst aan de woning. Volgens verzoeker zijn er drie verschillende sleutels: een sleutel voor de woning, een sleutel voor de deur naar de berging vanuit de woning en een sleutel voor de deur naar de berging van buitenaf. Verzoeker voert aan dat hij alleen een sleutel heeft voor zijn eigen woning en niet voor de berging. Daarnaast waren de goederen niet openlijk zichtbaar, waardoor de mogelijkheid bestaat dat deze zonder zijn wetenschap in de berging en tuin zijn gebracht.
15. De burgemeester is bevoegd om verzoekers woning te sluiten als er een handelshoeveelheid harddrugs in zijn woning wordt gevonden. Voor de sluitings-bevoegdheid is niet relevant of verzoeker op de hoogte was van de aanwezigheid van de harddrugs. In de berging bij verzoekers woning is ruim 42 kilo MDMA aangetroffen. Dit is een handelshoeveelheid. De burgemeester was daarom bevoegd om verzoekers woning te sluiten.
16. Vervolgens moet de burgemeester zich ervan vergewissen dat de sluiting van een woning geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
17. Bij beoordeling of sluiting van een woning noodzakelijk is, is de vraag aan de orde of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen en dus ook moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Een minder ingrijpend middel dan woningsluiting is het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing.
18. Gelet op wat er in de berging bij de woning is aangetroffen, verwacht de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit op dit punt in bezwaar stand zal houden. Vanwege de grote hoeveelheid aangetroffen harddrugs (ruim 42 kilo) is aannemelijk dat deze geheel of gedeeltelijk bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking.
De burgemeester mag dan aannemen dat de woning een rol speelt binnen de keten van drugshandel. Dit levert op zichzelf al een belang op bij sluiting, ook als er geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd. Daarnaast is de politie bij verzoekers woning uitgekomen na een melding over de aanwezigheid van harddrugs in de woning. Het is dus aannemelijk dat de woning bekend staat als drugspand. De burgemeester kon daarom niet volstaan met een minder verstrekkende maatregel ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde.
19. Als de conclusie is dat de burgemeester zijn beoogde doelen niet met een minder ingrijpend middel dan sluiting van de woning voor een bepaalde duur kan bereiken en een woningsluiting dus het aangewezen middel is, betekent dit nog niet dat hij hiertoe steeds mag overgaan. Daarvoor moet hij zich ervan vergewissen dat de sluiting in de gegeven omstandigheden ook evenwichtig is.
20. Verzoeker voert aan dat de sluiting van zijn woning niet evenwichtig is.
Volgens verzoeker was hij niet op de hoogte van de aanwezigheid van verdovende middelen en de grondstoffen in zijn berging en tuin. Hij heeft zijn berging en tuin vanwege geldproblemen beschikbaar gesteld aan een derde. Deze persoon had ook een sleutel tot verzoekers woning. Verder kampt verzoeker met een verslavingsproblematiek. Hij is door de huisarts doorverwezen voor behandeling en hij heeft zich al aangemeld bij een kliniek. Voor een goed verloop van de behandeling is het van belang dat hij een thuisbasis heeft waar hij na afloop van de behandeling terecht kan. Verzoeker heeft geen mogelijkheden om ergens anders tijdelijk te verblijven. Daarnaast zal sluiting van de woning onevenredige financiële gevolgen hebben, omdat hij de hypotheeklasten en andere kosten moet blijven betalen, zonder dat hij in de woning kan verblijven.
21. De voorzieningenrechter vindt de gevolgen van de sluiting in dit geval niet onevenwichtig. Verzoeker kan een verwijt worden gemaakt van de aangetroffen harddrugs en grondstoffen in zijn woning. Hij is als eigenaar verantwoordelijk voor wat er in zijn woning gebeurt, en dus ook voor wat er in de berging en in de tuin is opgeslagen. Daarnaast is niet gebleken dat hij vanwege zijn medische situatie specifiek is gebonden aan deze woning. Daarnaast heeft verzoeker een koopwoning, waardoor hij – anders dan mensen die een sociale huurwoning huren – na de sluiting in beginsel niet geconfronteerd zal worden met verdergaande maatregelen waardoor hij zijn woning definitief dreigt te verliezen. Er is in ieder geval op dit moment niet gebleken dat de sluiting gevolgen heeft voor de hypotheek. Gelet op de grote hoeveelheid harddrugs, grondstoffen en het aantreffen van een op een vuurwapen lijkend (illegaal) gaspistool, heeft de burgemeester de belangen bij sluiting van de woning zwaarder mogen laten wegen dan de belangen van verzoeker bij het voortgezet gebruik van de woning.
22. De burgemeester heeft de woning van verzoeker op grond van het Damoclesbeleid gesloten. Het beleid van de burgemeester maakt daarbij een onderscheid in de ernst van het geval en komt er in feite op neer dat als er meer dan een hoeveelheid van ten minste 5 gram harddrugs wordt aangetroffen, er sprake is van een ernstig geval. Bij een eerste constatering van harddrugs geldt dat de burgemeester, indien sprake is van een ernstig geval, de woning voor zes maanden kan sluiten. Op de zitting heeft de burgemeester verklaard dat de enkele vondst van harddrugs die de toegestane hoeveelheid overschrijdt volgens het beleid voldoende is om te spreken van een ernstig geval. Op basis daarvan mag de burgemeester handhavend optreden en bij een eerste overtreding de woning sluiten voor een periode van zes maanden.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester met het enkele toepassen van het Damoclesbeleid onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een sluiting van zes maanden ook in het geval van verzoeker noodzakelijk is. De voorzieningenrechter wijst er op dat er bijvoorbeeld geen loop naar de woning is waargenomen. De burgemeester kan de motivering overigens nog verder aanscherpen in de volledige heroverweging in bezwaar, waarin alle feiten en omstandigheden zullen worden meegewogen. De voorzieningenrechter gaat er overigens van uit dat in beginsel een sluiting van zes maanden stand zal kunnen houden.