Eiser, bekend met een autisme spectrum stoornis, ontving individuele begeleiding via een persoonsgebonden budget (pgb) dat door zijn moeder werd verleend. Het college besloot de begeleiding te verminderen van 300 naar 150 minuten per week en om te zetten naar zorg in natura door een professionele zorgaanbieder. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de begeleiding door de moeder niet langer passend is en waarom de omvang van de begeleiding gehalveerd kon worden. Het college heeft niet concreet onderzocht of de moeder de begeleiding nog veilig en doeltreffend kan bieden en heeft de motivering voor de keuze van zorg in natura onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het onderzoek naar de mogelijkheden van de moeder en de motivering van de zorgvorm en omvang adequaat moeten worden uitgevoerd. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.