3.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte [aangeefster] heeft verkracht. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte
Ik zat op 22 februari 2025 op de bank met [aangeefster] in mijn huis in [plaatsnaam ]. Ze wilde mijn pik zien, we gingen daarom naar de slaapkamer.
Ze zei: ‘
we gaan geen seks hebben’. We gingen zoenen. Ik zei: ‘
weet je zeker dat je geen seks wilt hebben?’.
We gingen op bed liggen. We hadden allebei geen broek aan. Ik heb op bed haar onderbroek uitgetrokken.
Toen kwam ik boven op haar en zoende haar.
Ik kan mij het gesprek over vaginisme herinneren, ze had gezegd dat ze vroeger was verkracht.
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [aangeefster]Ik doe aangifte tegen [verdachte]. Het is gebeurd op 22 februari 2025 in [plaatsnaam ].
Op een gegeven moment ging het gesprek over dat ik vaginisme heb. Dat geloofde hij niet omdat hij vond dat als ik mij goed zou voelen het misschien wel zou kunnen. Ik zei toen dat mijn grootste angst is om verkracht te worden. Op een gegeven moment heb ik tegen hem gezegd dat ik geen seks met hem wilde hebben of niet zoenen.
Ik vroeg aan hem of hij een grote penis heeft. Toen zei hij: ‘
Dan kom je maar op 1 manier achter’. Toen ben ik mee gegaan naar zijn slaapkamer en daar trok hij meteen zijn broek uit. Hij pakte mijn hand en trok die naar zijn penis. Ik zei toen dat ik er geen zin in had en het alleen wilde zien. Toen begon hij mij te zoenen op mijn mond, ik draaide mijn hoofd weg. Ik zei dat we niet zouden gaan zoenen. Hij probeerde het steeds.
Hij trok mij dat bed op en toen begon hij mijn broek uit te doen.
Ik lag op mijn rug en hij kwam boven op mij, in missionarisstand. Toen keek hij mij aan. Ik zei nog ‘
geen seks, het doet pijn’. Mijn benen lagen gespreid en hij kwam bovenop mij. Ik duwde tegen zijn buik. Hij heeft dat nog een paar keer geprobeerd. Hij is gelukkig niet met heel zijn penis erin geweest maar met zijn eikel alleen. Hij vroeg of het echt zo erg was en ik zei dat het voelde alsof er een mes in ging. Toen deed hij het nog een keer en toen bij de laatste keer ging hij er niet mee uit en hij hield mij een beetje vast. Daar schrok ik heel erg van. Ik ben in paniek opgestaan en probeerde mijn broek aan te doen.
Mijn onderbroek en telefoon kon ik niet vinden; die lagen ergens in dat bed. Ik ben de kamer uitgegaan. Ik heb het verteld aan mijn vrienden en zijn vrienden die er toen waren.
3.
Proces-verbaal van de politie, informatief gesprek met [slachtoffer][slachtoffer] verklaarde in de nacht van 21 januari 2025 (
de rechtbank begrijpt: 21 februari 2025) op 22 februari 2025 naar de woning van [verdachte] in [plaatsnaam ] te zijn geweest. [verdachte] probeerde meerdere keren haar hand in haar broek te doen. Uiteindelijk kwam haar vaginisme ter sprake en dat een verkrachting haar grootste angst was. Ze zei dat ze niet wilde zoenen en ook geen seks wilde.
[slachtoffer] vroeg aan [verdachte] of hij een grote penis had. In de slaapkamer deed hij zijn broek uit en liet hij zijn penis zien. Hij bracht haar hand naar zijn penis. In de slaapkamer begon hij [slachtoffer] te zoenen, waarop zij haar hoofd weg draaide. Hierop begon hij haar te zoenen in haar nek. [slachtoffer] lag op een gegeven moment op haar rug op zijn bed toen hij haar broek en ondergoed uit begon te trekken. Hij lag boven op haar en probeerde zijn penis in haar vagina te doen. Ze zei dat ze geen seks wilde en dat het zeer deed. Hierna probeerde hij nog een aantal keer naar binnen te gaan met zijn penis.
4.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 1]Op 22 februari 2025 waren we in [plaatsnaam ].
We zaten op de bank. [slachtoffer] zat tussen mij en [verdachte] in. Ik zag dat [verdachte] probeerde zijn hand in haar broek te doen. Ik hoorde [slachtoffer] nee zeggen. Ik hoorde dat zij geen seks met elkaar wilde hebben. Even later gingen [slachtoffer] en [verdachte] naar zijn kamer. [slachtoffer] zou naar zijn penis gaan kijken, maar daar zou het bij blijven. [slachtoffer] kwam toen de kamer uit. [slachtoffer] was zichtbaar overstuur. Ze was in shock en dat zij was verkracht. Ze had wel haar broek aan, maar geen onderbroek. [verdachte] kwam later de kamer uit.
Toen zij de kamer uit kwam lopen zei ze: ‘Ik ben verkracht’. Ze zei ook dat dit haar grote angst was.
Ik zag dat zij eerst in shock was. Later hysterisch, boos en verdrietig. Ik zag dat het niet goed met haar ging. De rest van de ochtend was ze ook echt van de kaart. Ze bleef maar herhalen wat er was gebeurd, het zat in haar hoofd.
Wat heeft [slachtoffer] verteld over wat er in de slaapkamer was gebeurd?
Ze kwamen de kamer in. Hij probeerde haar te zoenen, dat wou ze niet. Hij duwde haar op bed, al zoenend. Hij trok haar broek naar beneden. [slachtoffer] gaf aan dat zij vaginisme had en geen seks wilde hebben. Hij ging toch bij haar naar binnen.
Ik ben met [slachtoffer] teruggegaan naar de kamer, omdat haar onderbroek en telefoon daar nog lagen. Het bed zag er best rommelig uit toen wij deze uit de kamer gingen halen. Haar onderbroek lag in bed, niet bij het voeteind, maar hoger.
5.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 2]
We waren naar [verdachte] in [plaatsnaam ] gegaan. Ik hoorde [verdachte] en [slachtoffer] praten, althans speculeren over hoe groot zijn penis was. [slachtoffer] zei toen tegen hem dat ze hem wel wilde zien maar dat ze geen seks wilde met hem. Ze zijn toen naar de slaapkamer gegaan.
Niet veel later kwam [slachtoffer] overstuur de slaapkamer uit en de woonkamer binnen om gelijk te vertellen wat haar is overkomen. Ze vertelde dat hij eerst zijn penis had laten zien. Ze vertelde dat zij haar hand op zijn penis moest leggen wat ze niet wilde. Toen zijn ze in bed beland en heeft hij haar broek uit gegaan. Ook haar onderbroek. Toen heeft hij geprobeerd bij haar binnen te gaan. Hij probeerde met zijn penis seks met haar te hebben vaginaal. Meerdere keren. Later had ze ook gezegd dat ze het niet wilde. Uiteindelijk is ze de kamer uit gegaan. Ze heeft haar broek toen aangedaan zonder onderbroek.
Toen [slachtoffer] de slaapkamer uitkwam, zag ik dat ze ontdaan was, van slag. Dat hoorde je in haar stem ook toen ze het vertelde.
6.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 3]
Het was 22 februari 2025 rond 09:30 uur belde [slachtoffer] mij of wij haar konden komen ophalen in [plaatsnaam ]. Ik vroeg: waarom? Waarop [slachtoffer] antwoordde: Ik ben verkracht. Ze klonk een beetje paniekerig.
3.3.2.Bewijsmotivering
De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van de aangeefster onbetrouwbaar zijn en dat steunbewijs ontbreekt.
Bewijs in zedenzaken
Voorop staat dat er in zedenzaken vaak beperkt bewijs voorhanden is. Bij de veronderstelde seksuele handelingen zijn immers meestal slechts twee personen aanwezig, te weten het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Indien de verdachte het ten laste gelegde feit ontkent (zoals in deze zaak), is doorgaans de verklaring van het slachtoffer over de seksuele handelingen het enige rechtstreekse bewijsmiddel. Op grond van artikel 342, tweede lid, Sv kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Vaste rechtspraak is dat de rechter dan ook alleen tot een bewezenverklaring kan komen als de (betrouwbaar geachte) verklaring van het slachtoffer voldoende wordt ondersteund door ander bewijs: het steunbewijs.
Niet vereist is dat de ten laste gelegde seksuele handelingen als zodanig steun vinden in ander bewijsmateriaal. Voldoende is dat de verklaring van het slachtoffer op bepaalde punten wordt bekrachtigd door ander bewijs. Dit bewijs moet dan wel afkomstig zijn uit een andere bron dan de belastende verklaring en een voldoende duidelijk verband houden met de verklaring van het slachtoffer. Een ‘de auditu’ (‘van horen zeggen’)-verklaring, die een weergave is van wat de getuige (in dit geval de aangeefster) aan de betrokken andere getuige heeft verteld, levert op zich onvoldoende steun op. Indien een verklaring van een getuige daarentegen (mede) een zelfstandige, eigen waarneming inhoudt ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van het slachtoffer op het moment dat het strafbare feit plaatsvindt, of vlak daarna, kan die waarneming wel voldoende steunbewijs opleveren (zie onder meer HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1117). De vraag of er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van het slachtoffer, moet worden onderscheiden van de vraag of de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar is. Dit neemt niet weg dat het steunbewijs kan dienen als controlemiddel voor de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer.
De rechtbank moet dus beoordelen of de verklaring van de aangeefster betrouwbaar is
en – zo ja – of deze voldoende ondersteund wordt door ander bewijs. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
Betrouwbaarheid verklaring [aangeefster]
De aangeefster heeft vrijwel direct bij de politie gemeld dat zij door de verdachte is verkracht. Op zondag 23 februari 2025 vond een informatief gesprek zeden plaats en op 13 maart 2025 heeft zij aangifte gedaan en daarbij een uitgebreide en gedetailleerde verklaring afgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de aangeefster bij haar aangifte consistent en voldoende specifiek heeft verklaard over de seksuele handelingen die de verdachte bij haar zou hebben verricht en de omstandigheden waaronder deze zouden hebben plaatsgevonden. Zij heeft ook concreet verklaard dat zij daarvoor tegen de verdachte heeft gezegd dat ze geen seks met hem wilde en dat zij door vaginisme daartoe ook niet in staat was. Over het moment van binnendringen heeft zij gedetailleerd verklaard dat het binnendringen door haar vaginisme voelde als “messteken”. In de aangifte verklaart zij verder dat zij meteen nadat zij de slaapkamer verliet, aan de aanwezigen in de woonkamer heeft verteld dat ze was verkracht. De latere aangifte is op essentiële onderdelen consistent ten opzichte van wat zij tijdens het informatief gesprek heeft verklaard.
Voor de betrouwbaarheid van de verklaring slaat de rechtbank ook acht op de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. Hun verklaringen over wat het verloop van de avond tot aan de seksuele handelingen, onder andere dat de aangeefster heeft gezegd geen seks te willen, stemmen op essentiële punten overeen met de verklaring van de aangeefster.
De rechtbank acht de verklaring van de aangeefster dan ook betrouwbaar en zal deze verklaring als uitgangspunt voor de bewijsvoering nemen.
Steunbewijs
De rechtbank is verder van oordeel dat de verklaring van de aangeefster in voldoende mate wordt ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], die ten tijde van het incident in de woning aanwezig waren. Uit deze getuigenverklaringen blijkt dat de aangeefster meteen toen zij vanuit de slaapkamer de woonkamer binnenkwam, verklaarde dat zij was verkracht. Deze getuigen hebben waargenomen dat de aangeefster overstuur en in paniek was, èn dat zij haar onderbroek niet aan had; die werd later in het bed gevonden. De rechtbank is van oordeel dat de door de getuigen waargenomen gemoedstoestand van de aangeefster aansluit bij wat de aangeefster heeft verklaard over wat haar is overkomen.
Ook wordt de verklaring van de aangeefster ondersteund door de verklaring van de [getuige 4] (haar moeder). Haar moeder heeft verklaard dat de aangeefster haar kort na het incident heeft gebeld met de mededeling dat zij was verkracht en dat zij paniekerig klonk.
De verklaring van de aangeefster wordt bovendien op onderdelen ondersteund door de verklaring van de verdachte ter terechtzitting. Zo heeft de verdachte bevestigd dat de aangeefster had aangegeven geen seks met hem te willen, dat zij had gezegd dat ze door vaginisme geen seks kón hebben en dat hij de onderbroek van de aangeefster op het bed heeft uitgetrokken.
Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat bewezen is dat de verdachte bij de aangeefster seksuele handelingen heeft verricht die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam en dat hij zeer onachtzaam heeft gehandeld door onvoldoende alert te zijn op de mogelijkheid van een ontbrekende wil bij aangeefster. De rechtbank acht schuldverkrachting dan ook wettig en overtuigend bewezen.
3.3.3.Volledige bewezenverklaring
subsidiair
hij op 22 februari 2025 te [plaatsnaam ]
met een persoon, te weten [slachtoffer],
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen van de handen van die [slachtoffer] op zijn, verdachtes, penis en
- meermalen onverhoeds zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] te brengen,
terwijl hij, verdachte, ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak.