Werknemer was sinds september 2022 in dienst als machinist en werd op 28 mei 2025 op staande voet ontslagen vanwege het verrichten van nevenwerkzaamheden bij andere bedrijven tijdens een periode van volledige arbeidsongeschiktheid. Dit was zonder toestemming van werkgever en in strijd met het arbeidsreglement. Tevens heeft werknemer hierover tegenover de bedrijfsarts onjuiste informatie verstrekt, wat de re-integratie heeft belemmerd.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag rechtsgeldig is omdat aan de voorwaarden voor ontslag op staande voet is voldaan: er was een dringende reden, het ontslag is onverwijld gegeven en de reden is onverwijld meegedeeld. De omvang van de nevenwerkzaamheden nam toe tot bijna een fulltime dienstverband, inclusief nachtdiensten, terwijl werknemer volgens de bedrijfsarts niet belastbaar was.
Werknemer krijgt geen billijke vergoeding omdat het ontslag geldig is en ook geen transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen. De vordering van werkgever tot boetes wegens overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding wordt afgewezen omdat het toepasselijke arbeidsreglement geen boetebeding bevatte voor deze overtreding en het nevenwerkzaamhedenbeding nietig is sinds de wetswijziging.
Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De kantonrechter wijst alle verzoeken af en bevestigt de geldigheid van het ontslag op staande voet.