ECLI:NL:RBROT:2026:416

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
10.197429.25 (herstelvonnis)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis inzake kennelijke misslagen in vonnis van 13 januari 2026

Op 13 januari 2026 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak tegen een verdachte, geboren in 1947 en ten tijde van het onderzoek preventief gedetineerd. Na de uitspraak bleek dat het vonnis op twee punten kennelijke misslagen bevatte die eenvoudig hersteld konden worden. De rechtbank heeft besloten deze misslagen te herstellen in een herstelvonnis op 14 januari 2026.

De eerste misslag betrof de benadeelde partij, die niet-ontvankelijk werd verklaard in de vordering voor zover deze het bedrag van € 5.000,- overschrijdt. De tweede misslag was dat in het dictum van het vonnis niet was opgenomen dat de verdachte was vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde.

In het herstelvonnis heeft de rechtbank de misslagen gecorrigeerd door de relevante zinnen toe te voegen aan het dictum en de overwegingen van het oorspronkelijke vonnis. De rechtbank heeft bepaald dat de benadeelde partij in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard en dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. Het herstelvonnis is ondertekend door de rechters en de griffier.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10.197429.25
Op 13 januari 2026 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak zaken tegen:

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] [postcode] [woonplaats] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] ,
raadsvrouw mr. M. Luijten, advocaat in 's-Gravenhage.
Na de uitspraak is gebleken dat het vonnis op twee punten onmiddellijk kenbare misslagen bevatte, die zich lenen voor eenvoudig herstel.
- In paragraaf 6.4.1 tweede alinea en in het dictum is niet opgenomen dat de de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk wordt verklaard in vordering, voor zover deze het bedrag van € 5.000,- overschrijdt.
- In het dictum van het vonnis is bij vergissing niet overeenkomstig de inhoud van de overwegingen en de uitspraak ter zitting van 13 januari 2026 opgenomen dat de verdachte is vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde.
Die zullen daarom bij deze beslissing worden hersteld.

Beslissing

De rechtbank:
herstelt de kennelijke misslag in
paragraaf 6.4.1door daaraan in de tweede alinea na de tweede volzin de volgende zin toe te voegen:
De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
herstelt de kennelijke misslag in het
dictumals volgt door daaraan de volgende zin toe te voegen:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde onder 1 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
herstelt de kennelijke misslag in het
dictumals volgt door daaraan de volgende zin toe te voegen:
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.
Dit herstelvonnis is op 14 januari 2026 gewezen door
mr. mr. C.G. van de GrampelG.C. Bos, voorzitter,
en mrs. C.G. van de Grampel en N.R. Rietveld rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier.