ECLI:NL:RBROT:2026:415

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
10.197429.25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zedenzaak met betrekking tot kinderpornografisch materiaal en seksueel misbruik

In deze zedenzaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het bezit van kinderpornografisch materiaal en seksueel misbruik van twee jonge meisjes. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte kinderpornografisch materiaal in zijn bezit had, maar sprak hem vrij van het vervaardigen van dat materiaal en het tenlastegelegde seksueel misbruik, omdat niet kon worden bewezen dat deze handelingen plaatsvonden in de tenlastegelegde periode. De rechtbank oordeelde dat de handelingen waarschijnlijk eerder hadden plaatsgevonden. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden zoals een meldplicht en een contact- en locatieverbod met de slachtoffers. Daarnaast werd een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd en moest de verdachte schadevergoeding betalen aan de benadeelde partijen. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten en de gevolgen voor de slachtoffers, die emotionele schade hadden geleden door het handelen van de verdachte.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.197429.25
Datum uitspraak: 13 januari 2026
Datum zitting: 30 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1947 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode 1] [woonplaats 1] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] .
Advocaat van de verdachte: mr. M. Luijten
Officier van justitie: mr. N.A. van Manen
Benadeelde partijen: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. A.J. Korff
Kern van het vonnis
De verdachte heeft kinderpornografisch materiaal (foto’s en een filmpje) met betrekking tot twee jonge meisjes in zijn bezit gehad. Deze meisjes kwamen toen zij 11, 12 en 13 jaar oud waren met regelmaat bij de verdachte over de vloer. Hij heeft een van hen gefotografeerd en gefilmd en de ander ertoe gebracht hem een seksueel getinte foto van zichzelf toe te sturen. De verdachte wordt evenwel vrijgesproken van het vervaardigen van dat materiaal en het tenlastegelegde seksueel misbruik van een van hen omdat niet bewezen kan worden dat deze handelingen plaats hebben gevonden in de tenlastegelegde periode, maar aannemelijk is geworden dat die handelingen voorafgaand aan die periode moeten hebben plaatsgevonden.
De rechtbank veroordeelt de verdachte voor deze feiten tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Aan het voorwaardelijke deel van de straf worden bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een meldplicht, een contact- en locatieverbod en een gebod om contact met minderjarigen en digitale omgevingen met seksueel kindermisbruik te vermijden. Daarnaast wordt aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, bestaande uit een contact- en locatieverbod met de slachtoffers.
De verdachte wordt ook veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan beide slachtoffers.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 29 juni 2025 te Vlaardingen, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer 1] , een of meer seksuele handelingen heeft verricht die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten
- het brengen en/of houden van zijn penis in haar mond,
- het brengen en/of houden van zijn penis en/of vingers in haar vagina,
- het likken van haar vagina;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 1 juli 2025 te Vlaardingen, althans in Nederland, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, waren betrokken of schijnbaar waren betrokken heeft vervaardigd, verworven en/of in bezit heeft gehad te weten foto's en/of video's waarop te zien is dat:
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden aangeraakt
en/of die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten aanraakt
en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zowel voor feit 1 als voor feit 2 partieel vrijspraak bepleit, namelijk handelingen die onderdeel uitmaken van het verwijt. Voor feit 1 heeft de verdediging tevens bepleit dat de tenlastegelegde pleegperiode moet worden beperkt tot de periode 26 oktober 2024 tot en met 3 november 2024.
2.2.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen met betrekking tot feit 2
Bewezen is dat de verdachte in de tenlastegelegde periode kinderpornografisch materiaal in zijn bezit heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.2.4.
De bewezenverklaring van dit feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Ik ken [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Zij noemden mij ‘opa’ of ‘opa [naam] ’.
Ik weet dat [voornaam slachtoffer 1] en [voornaam slachtoffer 2] in 2024 13 jaar oud waren. Ik heb drie Samsung telefoons en een laptop.
Ik heb met mijn telefoon, een Samsung, foto’s van [voornaam slachtoffer 1] gemaakt toen zij naakt in mijn woonkamer was. Het waren seksueel getinte foto’s. Dat waren ook de foto’s die u ten tijde van de huiszoeking op 1 juli 2025 bij mij thuis op mijn andere telefoons en laptop hebt aangetroffen. Met mijn telefoon heb ik ook eerder een filmpje van [voornaam slachtoffer 1] gemaakt terwijl zij zichzelf naakt lag te vingeren op mijn bed in de slaapkamer. Het is mijn stem die je ook op dat filmpje hoort. Ik heb toen met mijn vinger haar vagina aangeraakt. Ik heb die foto’s en dat filmpje onder meer op mijn telefoon bewaard.
Haar zus [slachtoffer 2] heeft mij één foto gestuurd. Ik heb die foto ook bewaard. U houdt mij voor dat het een foto is waarop [voornaam slachtoffer 2] gekleed is in een bh, waarbij zij haar bh naar beneden trekt en dat haar linker borst zichtbaar is. Die foto heeft [voornaam slachtoffer 2] inderdaad aan mij toegestuurd. Ik heb die foto onder meer bewaard op mijn Samsung A5 op het startscherm van die telefoon.
Ik heb de foto’s en de video met mijn grote telefoon gemaakt. Ik heb de foto’s en de video daarna op mijn laptop gezet en later op de andere telefoons om te voorkomen dat ik ze kwijt zou raken. Ik heb die foto’s en video ook steeds daarop gehouden om ernaar te kunnen kijken.
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [3]
[voornaam slachtoffer 1] en [voornaam slachtoffer 2] kwamen af en toe logeren in de vakanties in mijn huis in Vlaardingen.
Toen [voornaam slachtoffer 1] bij mij was heb ik diverse foto’s van haar gemaakt terwijl zij naakt in verschillende standjes in mijn woonkamer stond. Ze stond in gekke standjes met haar handen in haar zij, ze zette een been op de bank en stond erbij te lachen. Het waren een stuk of vijf á zes foto’s. Ik heb ze gemaakt met mijn Samsung. Ik heb ze opgeslagen op de laptop.
Ik heb ook een filmpje van [voornaam slachtoffer 1] gemaakt. Daarop zie je dat zij zichzelf aan het bevredigen was.
3.
Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [naam getuige] [4]
Wij verhoorden [naam getuige] over haar dochters [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2011.
4.
Proces-verbaal van de politie [5]
Op 1 juli 2025 was ik aanwezig bij de doorzoeking van het pand aan de [adres 1] in Vlaardingen. Tijdens het zoeken trof ik een telefoon van het merk Samsung, type A5 aan. Dit toestel had geen vergrendelingscode. Ik drukte op de aan-knop. Ik zag op het vergrendelscherm een foto van een meisje gekleed in alleen een BH. Zij trekt met haar linkerhand de linker cup van haar BH naar beneden waardoor haar linkerborst ontbloot is.
Vervolgens heb ik, om te controleren of de telefoon niet voorzien is van een vergrendelcode, op de menuknop onderaan de telefoon ingedrukt en op het scherm omhoog geswiped. Ik zag op de achtergrond van de telefoon een foto van een meisje die ongekleed op de voorgrond ligt. Zij heeft haar benen wijd waardoor haar vagina te zien is. Ze heeft in beide handen met roze bont bezette handboeien vast.
Op een later moment is deze telefoon voorzien van unieke SIN-code [SIN-nummer] .
5.
Proces-verbaal van de politie [6]
Op 1 juli 2025 waren wij aanwezig bij de doorzoeking van het pand aan de [adres 1] in Vlaardingen. Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
1. Telefoon Samsung Galaxy
1. Telefoon Samsung Galaxy A5
1. Telefoon Samsung Galaxy J1
1. Laptop HP Probook
6.
Proces-verbaal van de politie [7]
Wij stelden een onderzoek in naar de veiliggestelde data van de Samsung Galaxy A5 van de verdachte. Wij zagen een foto waarop [voornaam slachtoffer 1] naakt staat met handen op haar heupen. Wij troffen 4300 afbeeldingen waarvan 1838 met seksuele teksten erop. Op vele foto's herkenden wij [voornaam slachtoffer 1] . Wij zagen een foto waarop [voornaam slachtoffer 1] met beide handen op de heupen staat en haar been op het randje van een bank staat. Op een foto van [voornaam slachtoffer 1] waarop zij volledig naakt op een bed ligt zijn seksueel getinte teksten vermeld.

[Afbeelding met hierin de naam van het slachtoffer]

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert de volgende strafbare feiten op:
Feit 2:
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben, meermalen gepleegd.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf en maatregel

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 54 maanden met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast dient een vrijheidsbeperkende maatregel te worden opgelegd voor de duur van twee jaren als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, met een periode van twee weken hechtenis per overtreding van deze maatregel.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de frequentie en de periode waarin het misbruik van [voornaam slachtoffer 1] heeft plaatsgevonden relatief beperkt is geweest. Er is verder geen sprake geweest van een grote mate van dwang of dreiging. Het aantal unieke afbeeldingen van [voornaam slachtoffer 1] en [voornaam slachtoffer 2] is relatief beperkt en het beeldmateriaal is relatief mild. Verder is bepleit dat de feiten in verminderde mate aan de verdachte moeten worden toegerekend. De verdachte is op leeftijd, kampt met verschillende gezondheidsproblemen en detentie is relatief zwaar voor hem. Als de verdachte langer gedetineerd wordt, dan raakt hij zijn woning kwijt met alle gevolgen van dien. Bovendien lopen zijn schulden verder op omdat zijn uitkering is stopgezet. Ten aanzien van de straf heeft de verdediging verzocht om te volstaan met een gevangenisstraf ter hoogte van de voorlopige hechtenis.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft in de tenlastegelegde periode de van het misbruik van [voornaam slachtoffer 1] gemaakte foto’s en een video, waarop zij naakt te zien is en seksuele handelingen verricht, in zijn bezit gehad. Ook van het zusje van [voornaam slachtoffer 1] , [voornaam slachtoffer 2] , heeft de verdachte een kinderpornografische afbeelding in bezit gehad. Hoewel het aantal unieke afbeeldingen relatief beperkt is geweest, heeft de verdachte daar zelf enorme aantallen variaties op gemaakt door op die afbeeldingen van zowel [voornaam slachtoffer 1] als [voornaam slachtoffer 2] teksten aan te brengen die seksueel misbruik van zulke jonge kinderen aanduiden.
Het handelen van de verdachte kan worden aangemerkt als een grote aantasting van het vertrouwen dat zij in de verdachte als hun ‘opa’ in hem hadden. De wetenschap dat hij over dergelijke afbeeldingen van hen kon beschikken en die te pas en te onpas zou kunnen misbruiken is voor [voornaam slachtoffer 1] , en waarschijnlijk ook [voornaam slachtoffer 2] , verschrikkelijk geweest.
In haar verklaring geeft [voornaam slachtoffer 1] aan dat zij is beschadigd, niet meer durft te slapen omdat zij nachtmerries heeft, niet meer eet en bang is om over straat te gaan. In de indringende verklaring van de vader van [voornaam slachtoffer 1] geeft hij aan dat [voornaam slachtoffer 1] van een vrolijk meisje is veranderd naar een meisje dat veel huilt, zich onveilig voelt en zichzelf bekrast. Ook bij [voornaam slachtoffer 2] zijn de gevolgen merkbaar, maar het is vanwege haar verstandelijke beperking moeilijk om haar te doorgronden. Men zoekt nog naar een manier om haar te helpen.
De verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer bij de gevolgen voor zijn slachtoffers stilgestaan en enkel zijn eigen bevrediging vooropgesteld. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij het vertrouwen dat jonge kinderen in hem hadden en hadden moeten kunnen hebben – zeker voor iemand die zich als een opa opwerpt – op de beschreven wijze heeft geschaad.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad van de verdachte van 27 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad is dus geen reden voor strafverzwarende omstandigheden.
Rapporten van deskundige en de reclassering
In het rapport van [persoon A] (GZ-psycholoog) van 2 oktober 2025 staat over de verdachte het volgende.
Bij de verdachte is sprake van een ‘andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis’. Op basis van de beschikbare informatie is een pedofiele stoornis niet vast te stellen. Er zijn aanwijzingen dat bij de verdachte sprake is van ontremming en naïviteit als het om seksualiteit gaat. Dit vormt geen volledige verklaring van de ten laste gelegde feiten. De verdachte had kunnen c.q. moeten weten dat hij met het (ten minste) betasten en het (in seksueel expliciete context) fotograferen/filmen een duidelijke grens overschreed. In enige mate kan wel een doorwerking vanuit de ‘andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis’ worden uitgegaan, maar slechts in beperkte mate is dit van invloed op de mate van toerekenen geweest. Geadviseerd wordt om de ten laste gelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
Op korte termijn is sprake van een laag recidiverisico omdat de verdachte weinig toegang tot minderjarigen heeft, nu contact met de slachtoffers is verbroken. Aanwijzingen dat de verdachte via internet contact heeft met minderjarigen zijn er niet. Verder is hij niet eerder van een zedendelict beschuldigd/verdacht geweest.
Op de meer lange termijn kan het beperkte inzicht en probleembesef van verdachte wel een rol spelen. De verdachte heeft nauwelijks inzicht in het verwijtbare van zijn handelen en welke gedragingen grensoverschrijdend (kunnen) zijn. Hij bagatelliseert zijn handelen en neemt daarvoor nauwelijks verantwoordelijkheid. Hij zou baat hebben bij externe sturing, echter zijn netwerk is zeer beperkt en is dus nauwelijks een beschermende factor.
De verdachte heeft onvoldoende zicht op c.q. besef van wat in seksueel opzicht wel en niet toelaatbaar is. Hij dient meer verantwoordelijkheid voor zijn handelen te ervaren om ook op de meer lange termijn niet in seksueel grensoverschrijdend gedrag terug te vallen. Gezien het lage recidiverisico wordt behandeling (bij een forensische polikliniek) niet geadviseerd. De verdachte zal baat hebben bij begeleiding en toezicht vanuit reclassering. Ook het vergroten van zijn sociale netwerk en het vinden van geschikte vrijetijdsbesteding vormen daarbij aandachtspunten.
In het rapport van Reclassering Nederland van 17 december 2025 staat over de verdachte het volgende.
Mogelijk zijn er delictgerelateerde risicofactoren aanwezig op het gebied van seksualiteit, sociaal netwerk, psychosociaal functioneren en houding. De verdachte lijkt niet in te zien dat zijn gedragingen grensoverschrijdend zijn geweest en dat hij beter had moeten weten als volwassen man. De schuld en de verantwoordelijkheid legt hij vooral buiten zichzelf. Het is zorgelijk dat hij onvoldoende probleembesef en zelfinzicht heeft. Het recidiverisico wordt als beneden gemiddeld ingeschat.
De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden:
- meldplicht bij reclassering;
- contactverbod met [slachtoffer 2] . en [slachtoffer 1] ;
- locatieverbod zonder elektronische controle;
- vermijden contact met minderjarigen;
- vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.
Toezicht op dit laatste beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten en externe harde schijven. De verdachte werkt mee aan deze controles bij onaangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten, waaronder verstrekken van wachtwoorden, codes, vingerafdrukken die nodig zijn voor toegang. controles daarop worden uitgevoerd door de reclassering, eventueel met ondersteuning op technisch en digitaal gebied van een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar. Daarbij ligt de frequentie op max 6 keer bij een proeftijd van 2 jaar. De reclassering acht de verdachte detentiegeschikt, maar verwacht dat een gevangenisstraf voor langere duur negatieve consequenties zal hebben met betrekking tot zijn woning en oplopende schulden.
Conclusie van de rechtbank
De conclusie van de psycholoog dat de verdachte leidt aan een ‘andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis’, neemt de rechtbank over. De rechtbank volgt ook de conclusie van de psycholoog dat de feiten de verdachte door zijn stoornis in verminderde mate moeten worden toegerekend.
4.3.3.
Oplegging straf en maatregel
Gevangenisstraf
Gelet op de strafbare feiten en de bezwarende context waarbinnen deze zijn begaan geldt voor de rechtbank het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt. Bij het bepalen van de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.
De rechtbank houdt anderzijds bij het opleggen van de hoogte van de straf ook rekening mee dat de feiten aan de verdachte slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend.
In de leeftijd van de verdachte en de omstandigheid dat de verdachte door zijn detentie geen inkomsten meer heeft om zijn woonlasten te voldoen, ziet de rechtbank geen straf verminderende omstandigheden. De bewezenverklaarde feiten zijn immers nog recent gepleegd.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden passend, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Van deze gevangenisstraf worden 2 maanden voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 2 jaren. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De bijzondere voorwaarden zijn:
de verdachte meldt zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland, op het adres [adres 2] , [postcode 2] [plaats 1] . De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt;
de verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de slachtoffers, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , beiden geboren op [geboortedatum 2] 201, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
de verdachte bevindt zich niet in of rondom de straat of woning van de slachtoffers, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
de verdachte zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contact onvermijdelijk zijn, zorgt betrokkene dat een ander volwassen persoon hierbij aanwezig is;
de verdachte vermijdt gedurende de proeftijd:
a. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
b. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
c. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
d. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte.
Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)
Om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van vijf jaren. Deze maatregel houdt in:
1. een gebiedsverbod voor:
  • het woonadres van de slachtoffers: [adres 3] , [postcode 3] [woonplaats 2] ;
  • de school van [slachtoffer 2] : [naam school 1] , [adres 4] ,
  • de school van [slachtoffer 1] : [naam school 2] , [adres 5] ,
2. een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , beiden geboren op [geboortedatum 2] 2011.
Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van twee weken, met een totale duur van maximaal zes maanden.
De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.1.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank beslist dat de in beslag genomen Samsung A5, Samsung A34 en Samsung Galaxy J1 mini prime en de in beslag genomen laptop HP Pro Book worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang.
De strafbare feiten zijn met behulp van voornoemde voorwerpen gepleegd.
5.1.2.
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van de overige in beslag genomen voorwerpen, waar geen kinderporno op staat, aan de verdachte.

6.Vordering van de benadeelde partijen

6.1.
Vorderingen
In dit strafproces heeft mr. A.J. Korff namens de wettelijke vertegenwoordigers van de benadeelde partijen vorderingen ingesteld. Voor [slachtoffer 1] ( [voornaam slachtoffer 1] ) is voor feit 1 en 2 een vergoeding voor immateriële schade gevorderd van € 10.000,-. Voor [slachtoffer 2] ( [voornaam slachtoffer 2] ) is voor feit 2 een vergoeding voor immateriële schade van € 2.500,- gevorderd.
In beide gevallen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] is tevens een contact- en locatiegebod gevorderd bij wijze van schadevergoeding in natura. Ter zitting is toegelicht dat van deze laatste vordering afstand wordt gedaan indien de maatregelen op grond van 38v Sr zal worden toegepast.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van
€ 10.000,- voor [slachtoffer 1] en tot € 2.500,- voor [slachtoffer 2] , beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om de vergoeding tot immateriële schade te matigen.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
6.4.1.
Immateriële schade
De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben als gevolg van de strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade geleden. Het is zonder meer voorstelbaar dat zij als gevolg van het handelen van de verdachte in hun persoon zijn aangetast en daarvan emotionele gevolgen ondervinden. Nu de rechtbank slechts de onder 2 tenlastegelegde feiten bewezen acht, zal zij de hoogte van toe te kennen schadevergoeding daarop baseren.
De schade wordt met betrekking tot [slachtoffer 1] naar billijkheid begroot op € 5.000,- en met betrekking tot [slachtoffer 2] op € 2.500,-. De vorderingen worden tot die bedragen toegewezen. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de verwachting over het herstel en de leeftijd van de benadeelde partijen. De rechtbank heeft ook acht geslagen op de gevolgen die [slachtoffer 1] als gevolg van de feiten ondervindt en dat zij voor haar trauma’s moet worden behandeld.
Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend en heeft de rechtbank gekeken naar de Rotterdamse Schaal.
Dit betekent dat de verdachte bedragen van € 5.000,- en € 2.500,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partijen moet betalen.
Omdat de rechtbank de 38v-maatregel toepast, worden het gevorderde contact- en locatieverbod bij gebrek aan belang afgewezen.
6.4.2.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoedingen te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe. Voor de vorderingen wordt de wettelijke rente vanaf 1 september 2024 toegewezen.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partijen (grotendeels) worden toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen.
Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 50 dagen (met betrekking tot het bedrag van € 5.000,-) en 25 dagen (met betrekking tot het bedrag van € 2.500,-). De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 38v, 38w, 57 en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van negen (9) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
twee (2) maanden, van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de verdachte zich meldt binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland, op het adres [adres 2] , [postcode 2] [plaats 1] .
De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt;
de verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , beiden geboren op 6 april 2011, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
de verdachte bevindt zich niet in of rondom de straat of woning van de slachtoffers, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
de verdachte zoekt op geen enkele wijze contact met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , beiden geboren op [geboortedatum 2] 2011. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contact onvermijdelijk zijn, zorgt betrokkene dat een ander volwassen persoon hierbij aanwezig is;
de verdachte gedurende de proeftijd:
a. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
b. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
c. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
d. inzicht geeft in de wijze waarop hij6 de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft. De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)
legt de verdachte voor de feiten op de
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar,inhoudende dat de verdachte:
1. zich niet bevindt in de [adres 3] , [postcode 3] [plaats 4] , [adres 4] , [postcode 4] [plaats 2] en [adres 5] , [postcode 5] [plaats 3] ;
2. op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum 2] 2011;
3 op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt of heeft met [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 2] 2011;
bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van twee weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart voor de feiten onttrokken aan het verkeer de telefoontoestellen Samsung A5, Samsung A34 en Samsung Galaxy J1 mini prime en de laptop HP Pro Book;
- beveelt de teruggave van de overige in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte;
Vorderingen benadeelde partijen
[slachtoffer 1]
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (ten aanzien van feit 2), te betalen een bedrag van
€ 5.000,-, (zegge: vijfduizend euro) als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 1 september 2024 tot de dag van volledige betaling;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij aan de staat
€ 5.000,-te betalen (
zegge: vijfduizend euro), en de wettelijke rente vanaf 1 september 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
50 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
[slachtoffer 2]
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij (feit 2), te betalen een bedrag van
€ 2.500,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd) euroals vergoeding van immateriële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 1 september 2024 tot de dag van de algehele betaling;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij aan de staat
€ 2.500,-te betalen (
zegge: tweeduizend vijfhonderd) euro, en de wettelijke rente vanaf 1 september 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
25 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partijen of aan de staat heeft vergoed.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. G.C. van de Bos, voorzitter,
en mrs. C.G. van de Grampel en N.R. Rietveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 januari 2026.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Podkoren met onderzoeksnummer [nummer] .
2.Verklaard tijdens de zitting van 30 december 2025.
3.[nummer proces-verbaal 1] .V. p. 80 e.v.
4.[nummer proces-verbaal 2] .G, p. 43 e.v.
5.[nummer proces-verbaal 3] .AMB, p. 25 e.v.
6.[nummer proces-verbaal 4] .DZK, p. 38 e.v.
7.[nummer proces-verbaal 5] .OIG, p. 128 e.v.
8.[nummer proces-verbaal 6] .OIG, p. 88 e.v.
9.[nummer proces-verbaal 7] .AMB, p. 138 e.v.
10.[nummer proces-verbaal 8] .AMB, p. 140 e.v.
11.[nummer proces-verbaal 9] , p. 142 e.v.