Mevrouw verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek behandeld op 26 februari 2026 en aanvullende stukken ontvangen op 5 maart 2026.
De rechtbank beoordeelt dat verzoekster voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder het zijn van te goeder trouw en het voldoen aan de verplichtingen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject. De rechtbank stelt vast dat verzoekster geen afloscapaciteit had gedurende het minnelijk traject en dat zij is ontheven van de sollicitatieplicht vanaf 14 januari 2026.
Op basis hiervan bepaalt de rechtbank een eerdere ingangsdatum van de Wsnp op 14 januari 2026 en een looptijd van achttien maanden, eindigend op 14 juli 2027. Tevens benoemt de rechtbank een bewindvoerder en een rechter-commissaris die toezicht houdt op de uitvoering van de regeling. De bewindvoerder krijgt de taak om de naleving van de verplichtingen te controleren en de boedel te beheren.
De rechtbank wijst erop dat bij het eindverslag van de bewindvoerder zal worden beoordeeld of aan alle verplichtingen is voldaan en dat dit kan leiden tot verlenging van de looptijd. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.