ECLI:NL:RBROT:2026:3829
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar overnemen private schulden afgewezen
Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht de minister van Financiën om private schulden over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister wees dit verzoek deels af met een besluit van 22 oktober 2024. Eiseres diende vervolgens een bezwaar in, dat de minister op 4 februari 2025 niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late indiening.
Eiseres stelde dat zij niet juridisch geschoold was en het belang van de bezwaartermijn niet goed kon inschatten, en verwees naar een soepeler beleid van de Dienst Toeslagen. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet tijdig was ontvangen, de wettelijke termijn was verstreken, en dat er geen reden was om het verzuim te verontschuldigen. De minister had terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat de betreffende schulden niet voldeden aan de voorwaarden voor overname onder de Wht, omdat zij na 1 juni 2021 waren ontstaan. De minister kan wel beoordelen of eerdere schulden in aanmerking komen. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter S. Veling op 7 april 2026. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.