Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB
Samenvatting
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
De SVB stelt zich terecht op het standpunt dat daarmee voldaan is aan de criteria uit artikel 19a, eerste lid, van de Participatiewet en dat de twee medebewoners van eiseres als kostendelers moeten worden aangemerkt. Dat betekent dat zij een lagere AIO-aanvulling krijgt, omdat zij geacht wordt haar kosten met haar medebewoners te kunnen delen.
Met haar draagkracht kan op haar verzoek door de SVB rekening worden gehouden bij de invordering. Zij zal dan wel inzicht aan de SVB moeten geven over haar draagkracht.
De beslissing tot afwijzing van het verzoek tot betaling van een dwangsom van
30 juni 2025 is een primaire beslissing waartegen eiseres bij de SVB bezwaar heeft ingediend. Met een besluit van 5 november 2025 heeft de SVB dat bezwaar ongegrond verklaard. Hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld. Het beroep is bekend onder zaaknummer ROT 25/9694. In die zaak zal dus worden beslist over de vraag of de SVB aan eiseres een dwangsom moet betalen.