Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.Het verzoek
logging’-gegevens, versiegeschiedenis(sen) en bronbestanden op straffe van een dwangsom.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding waarin verzoeker de Velthuis Kliniek Rotterdam verzocht om afgifte van haar medisch dossier over een bepaalde periode. Verzoeker had de procedure echter ingeleid met een verzoekschrift, terwijl volgens de wet een dagvaardingsprocedure vereist is voor een dergelijke vordering, met verplichte advocaatbijstand.
De rechter oordeelde dat een veroordeling tot afgifte van het medisch dossier op grond van artikel 7:456 BW Pro niet via een verzoekschrift kan worden ingesteld, maar alleen via dagvaarding. Ook het beroep op artikel 15 AVG Pro en artikel 35 UAVG Pro biedt geen grondslag voor een kort geding op verzoekschriftbasis. De rechter gaf geen gelegenheid tot spoorwissel omdat het spoedeisend belang ontbrak.
Verzoeker stelde dat zij spoedeisend belang had vanwege een mondelinge behandeling bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar deze zitting had reeds plaatsgevonden. Bovendien was het dossier al eerder ter beschikking gesteld en hadden eerdere instanties het standpunt van verzoeker over onvolledigheid afgewezen.
Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van correcte procesvoering en het ontbreken van spoedeisend belang bij verzoeken tot afgifte van medische dossiers in kort geding.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verkeerde procedure en ontbreken spoedeisend belang.