Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar aanvraag tot herbeoordeling van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat na ingebrekestelling meer dan twee weken zijn verstreken zonder dat het UWV alsnog heeft beslist.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin vanwege het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV een langere beslistermijn is vastgesteld: 40 weken voor werkgeversberoepen. Het beroep is ontvangen op 14 januari 2026, waarna het UWV binnen 40 weken alsnog een besluit moet nemen. Bij overschrijding van deze termijn verbeurt het UWV een dwangsom van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Klomp en griffier H. Sabanovic, waarbij de griffier verhinderd was de uitspraak te ondertekenen.