Eiseres diende een aanvraag in voor compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) voor het toeslagjaar 2017, welke door de Dienst Toeslagen werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen onjuist heeft gehandeld door eiseres onvolledig te informeren, waardoor zij geen formele aanvraag kinderopvangtoeslag indiende en een schuld bij de kinderopvanginstelling opliep.
Hoewel de Dienst Toeslagen stelde dat er geen sprake was van institutionele vooringenomenheid of hardheid van het wettelijke stelsel, concludeert de rechtbank dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden vanwege de onbillijkheid van overwegende aard. Eiseres werd aanvankelijk als gedupeerde erkend en kreeg een forfaitair bedrag toegekend, maar deze status werd later ingetrokken, wat ernstige gevolgen had voor haar gezondheid, financiële situatie en toegang tot aanvullende ondersteuning.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de Dienst Toeslagen op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin eiseres als gedupeerde wordt erkend met toepassing van de hardheidsclausule. Tevens wordt de Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.