Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het UWV op haar bezwaar tegen een besluit van 20 juni 2024. De rechtbank oordeelt dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank stelt vast dat het UWV na ingebrekestelling niet binnen twee weken heeft beslist en dat het UWV op 21 maart 2025 een dwangsombeslissing heeft genomen. Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een aangepaste beslistermijn van 30 weken voor werknemersberoepen, waarbinnen het UWV alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank draagt het UWV op binnen 30 weken na ontvangst van het beroep op 15 januari 2026 alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- opgelegd voor overschrijding van deze termijn. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres.