Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het UWV op zijn bezwaar tegen een besluit van 13 januari 2025. De rechtbank oordeelt dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is.
Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een aangepaste beslistermijn van 30 weken voor werknemersberoepen, waarbinnen het UWV alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank legt het UWV op binnen deze termijn te beslissen en stelt een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- vast voor het geval deze termijn wordt overschreden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en de proceskosten, vastgesteld op € 467,-. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een zitting en wijst op de mogelijkheid van verzet tegen deze uitspraak.