5.4.1.De vordering van [benadeelde partij 1]
Het gevorderde bedrag onder a) trainingspak wordt toegewezen tot een bedrag van € 100,-. Dat de kleding die het slachtoffer aan had niet meer bruikbaar was na het schietincident is aannemelijk. De rechtbank is wel van oordeel dat de vordering moet worden gematigd. Van het trainingspak is geen aankoopbewijs overgelegd en ook is de datum van aanschaf onbekend gebleven. Voor het overige deel verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering.
Het gevorderde bedrag onder b) eigen risico vervoer met ambulance wordt toegewezen. Dit deel van de vordering ter grootte van € 364,79,- is voldoende onderbouwd en voor toewijzing vatbaar.
Het gevorderde bedrag onder c) pijnstillers van € 50,- zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank volgt de verdediging in haar standpunt dat dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd. Van de pijnstillers is geen aankoopbewijs of schriftelijke onderbouwing overgelegd.
Het gevorderde bedrag onder d) daggeldvergoeding ziekenhuis wordt toegewezen. Dit deel van de vordering ter grootte van € 304,- is voldoende onderbouwd en voor toewijzing vatbaar.
Het gevorderde bedrag onder e) reiskosten wordt toegewezen voor een bedrag ter grootte van € 58,39,- (de reiskosten naar het Erasmus MC en de psycholoog). Voor het overige deel wordt de vordering afgewezen. Er bestaat geen wettelijke basis voor het vergoeden van de reiskosten naar de advocaat en het politiebureau.
Het gevorderde bedrag onder f) huishoudelijk hulp van € 5.551,- komt niet voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank volgt de verdediging in haar standpunt dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Uit de onderbouwing blijkt niet welk aandeel [benadeelde partij 1] had in het huishouden. Daarnaast is niet aannemelijk geworden dat [benadeelde partij 1] gedurende 6 maanden niets aan het huishouden heeft kunnen doen. De benadeelde partij wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
Ook het gevorderde bedrag onder g) verzorgingskosten/persoonlijke verzorging van € 2.730,- zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren vanwege een gebrek aan onderbouwing.
Het gevorderde bedrag onder h) verlies van arbeidsinkomen van € 59.782,49,- wordt evenmin toegewezen. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in dit deel van de vordering, omdat sprake is van een onevenredige belasting van het strafproces. De omvang van de vordering en de onzekere toekomstige arbeidsmogelijkheden van [benadeelde partij 1] vragen om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering. Daartoe biedt het strafproces onvoldoende mogelijkheden.
Tot slot heeft [benadeelde partij 1] onder i) smartengeld gevraagd van € 50.000,- ter vergoeding van immateriële schade. Aan de benadeelde partij is rechtstreeks immateriële schade toegebracht. Aangezien het geestelijk letsel bij het slachtoffer op de voorgrond staat heeft de rechtbank voor de vaststelling van de vergoeding voor immateriële schade categorie 14.2, onder b, van de Rotterdamse Schaal als vertrekpunt genomen. Het gaat om een ernstig schietincident bij de woning van [benadeelde partij 1] waarbij de verdachte meerdere keren op het slachtoffer heeft geschoten. Naast geestelijk letsel heeft het slachtoffer ook fors lichamelijk letsel opgelopen, namelijk een klaplong, inschotverwondingen en schampschotverwondingen. De rechtbank stelt de schade naar maatstaven van billijkheid vast op € 16.000,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. Het resterende deel van de vordering zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren.
5.4.2.De vordering van [benadeelde partij 2]
Het gevorderde bedrag onder j) T-shirt en broek wordt toegewezen tot een bedrag van
€ 100,-. Dat de kleding die het slachtoffer aan had niet meer bruikbaar was na het schietincident is aannemelijk. De rechtbank is wel van oordeel dat de vordering moet worden gematigd. Van de kleding is geen aankoopbewijs overgelegd en ook is de datum van aanschaf onbekend gebleven. Daarnaast blijkt uit niets dat [benadeelde partij 2] ten tijde van het schietincident het betreffende T-shirt en de broek aanhad. Het resterende deel verklaart de rechtbank niet-ontvankelijk.
Het gevorderde bedrag onder k) pijnstillers van € 50,- zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank volgt de verdediging in haar standpunt dat dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd. Van de pijnstillers is geen aankoopbewijs of schriftelijke onderbouwing overgelegd.
Het gevorderde bedrag onder l) daggeldvergoeding ziekenhuis wordt toegewezen. De vordering van € 342,- is voldoende onderbouwd.
Het gevorderde bedrag onder m) reiskosten wordt toegewezen voor een bedrag tot € 14,85,- (de reiskosten naar het Erasmus MC). Voor het overige deel wordt de vordering afgewezen. Er bestaat geen wettelijke basis voor het vergoeden van de reiskosten naar het politiebureau.
Ook het gevorderde bedrag onder n) verzorgingskosten/persoonlijke verzorging van € 2.730,- zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren vanwege een gebrek aan onderbouwing.
Tot slot heeft M.K Odabasi onder o) smartengeld van € 50.000,- ter vergoeding van immateriële schade gevorderd. Aan de benadeelde partij is rechtstreeks immateriële schade toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op
€ 20.000,-. Het gaat om een ernstig schietincident bij de woning van [benadeelde partij 2]. Het slachtoffer heeft ernstig lichamelijk letsel opgelopen, namelijk schotverwondingen in zijn hals, long en buik. Hij heeft blijvende en zichtbare littekens terwijl hij nog maar vijftien jaar oud was ten tijde van het incident. Hij zal dus zijn hele leven met deze littekens worden geconfronteerd. Daarnaast heeft [benadeelde partij 2] ook PTSS opgelopen, zij het dat hij daarvan inmiddels goed lijkt te herstellen. De rechtbank komt daarom op basis van hoofdstuk 10, categorie middelzwaar, en paragraaf 14.2, onder c, van de Rotterdamse Schaal, tot een totaalbedrag van € 20.000,-.
Het resterende deel van de vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.
5.4.4.Schematisch overzicht schadevergoedingen
Bovengenoemde beslissingen zijn opgenomen in onderstaande tabel.
Benadeelde
partij
Vordering
Beslissing rechtbank
[benadeelde partij 1]
Materieel:
a) € 220,-
Trainingspak
Toewijzen € 100,-, overige niet-ontvankelijk
b) € 364,79,-
Medisch: eigen risico vervoer met ambulance
Toewijzen € 364,79
c) € 50,-
Medisch: pijnstillers
Niet-ontvankelijk
d) € 304,-
Daggeldvergoeding ziekenhuis
Toewijzen € 304,-
e) € 139,17,-
Reiskosten naar advocaat, Erasmus MC, politiebureau en psycholoog
Toewijzen € 58,39, overige afwijzen
f) € 5.551,- ( € 4.927,- + € 625,-)
Huishoudelijke hulp
Niet-ontvankelijk
g) € 2.730,-
Verzorgingskosten/persoonlijke verzorging
Niet-ontvankelijk
h) € 59.782,49,-
Verlies van arbeidsvermogen
Niet-ontvankelijk
Immaterieel:
i) € 50.000,-
Smartengeld, vanwege geestelijk letsel, letsel op de borst en PTSS
Toewijzen € 16.000,-, overige niet-ontvankelijk
[benadeelde partij 2]
Materieel:
j) € 520,-
T-shirt en broek
Toewijzen € 100,-, overige niet-ontvankelijk
k) € 50,-
Pijnstillers
Niet-ontvankelijk
l) € 342,-
Daggeldvergoeding ziekenhuis
Toewijzen € 342,-
m) € 20,52,-
Reiskosten naar Erasmus MC en politiebureau
Toewijzen € 14,85, overige afwijzen
n) € 2.730,-
Verzorgingskosten/persoonlijke verzorging
Niet-ontvankelijk
Immaterieel:
o) € 50.000,-
Smartengeld, vanwege geestelijk letsel, littekens op lichaam en PTSS
Toewijzen € 20.000,-, overige niet-ontvankelijk
[benadeelde partij 3]
Immaterieel:
p) € 20.000,-
Shockschade, vanwege PTSS
Toewijzen € 10.000,-, overige niet-ontvankelijk
[benadeelde partij 4]
Immaterieel:
q) € 20.000,-
Shockschade, vanwege PTSS
Toewijzen € 10.000,-, overige niet-ontvankelijk
Voor zover onderdelen van de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn verklaard, kunnen deze bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.