Eiser heeft een aanvraag om compensatie ingediend op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) voor de jaren 2005 tot en met 2019. De Dienst Toeslagen heeft deze aanvraag afgewezen omdat er geen aanvraag voor kinderopvangtoeslag in de betreffende jaren in hun systemen is gevonden.
Eiser stelt dat hij in 2014 een aanvraag heeft ingediend en dat het dossier onvolledig is, waarbij hij verzoekt om inzage in het persoonlijke dossier of ouderdossier. De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen alle relevante stukken die ten grondslag liggen aan het besluit heeft overgelegd en dat er geen aanwijzingen zijn dat er een aanvraag is gedaan.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het bestaan van een aanvraag en dat ook geen opvang is aangetoond. Daarnaast is het ontbreken van een registratie in de Fraude Signalering Voorziening niet relevant voor de compensatie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.