2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het vervoeren van heroïne (feit 1 met parketnummer 10/229993-22) en het medeplegen van witwassen van een geldbedrag (feit 2 met parketnummer 10/229993-22). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten met parketnummer 10/229993-22 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politieOp 9 september 2022 reden wij achter een Citroën C3, voorzien van het kenteken [kentekennummer] . Ter hoogte van hectometerpaal 29.4 op de A20 zagen wij dat de bijrijder een voorwerp, lijkend op een telefoon, naar buiten gooide. Via de A20 zijn wij en het gevolgde voertuig de A2 opgereden. Wij zagen dat er op verschillende momenten voorwerpen naar buiten werden gegooid door de bijrijder.
2.
Proces-verbaal van de politie
Op de A12 rechts ter hoogte van hectometerpaal 29.4 zagen wij dat er een telefoon uit het voertuig werd gegooid. Ik zag dat de bijrijder van de Citroën C3 voorzien van kenteken [kentekennummer] zijn raam opende en ter hoogte van de A2 links hectometerpaal 58.1 een bruin pakketje ter grootte van de afmeting van een telefoon, maar dan dikker naar buiten gooide op rijstrook 3 en de vluchtstrook aan de rechterzijde van de A2 links. Ik zag dat er om de 100 meter op de A2 links diverse bruine pakketjes uit het voertuig gegooid werden door de bijrijder. Ik zag dat de pakketjes op het asfalt vielen en sommige van deze pakketjes uit elkaar spatten.
Ik zag dat sommige pakketjes in doorzichtig folie zaten. Ik zag dat er op de A2 links ter hoogte van 46.0 vanuit het genoemde voertuig door de bijrijder een telefoon uit het voertuig werd gegooid en op de vluchtstrook terechtkwam.
3.
Proces-verbaal van de politie
Aanhouding
Naam: [achternaam verdachte] .
Voornamen: [voornaam verdachte] .
Ten tijde van de aanhouding bevond de verdachte zich als bijrijder in een personenauto, merk Citroën type C3, kleur grijs en voorzien van het kenteken [kentekennummer] .
4.
Proces-verbaal van de politie
Ik heb de hele route achter de personenauto gereden. Op de rijksweg A2,
net voorbij Utrecht, zag ik dat er allerlei bruine kleine pakketjes uit de rijdende Citroën werden gegooid. Ik zag dat dit ter hoogte was van hectometerpaal 56.0 en 56.8. Hier ben ik gestopt om de bruine pakketjes veilig te stellen en in beslag te nemen. Ten tijde hiervan hoorde ik dat de collega van de verkeerspolitie over de portofoon riep, dat er ter hoogte van hectometerpaal 46 een zwarte mobiele telefoon uit het raam werd gegooid. Ik heb op de rijksweg A2, ter hoogte van hectometerpaal 46 een onderzoek ingesteld en zag aldaar een zwarte mobiele telefoon liggen voorzien van het fabrieksmerk iPhone.
5.
Proces-verbaal van de politie
Verzoek om te gaan naar de A12 rechts ter hoogte van hectometerpaal 29.4. Alhier was door een inzittende van een voertuig een voorwerp uit het voertuig gegooid. Ik zag ter hoogte van A12 rechts ter hoogte van hectometerpaal 29.3 onder de vangrail een witte GSM liggen. Ik zag dat de GSM nog vrijwel geheel droog was ondanks dat het kort hiervoor geregend had waaruit ik kon afleiden dat de GSM hier nog maar recent lag.
Goednummer: [beslagnummer 1]
Merk/type: Apple iPhone
Kleur: wit
6.
Proces-verbaal van de politie
Tussen Utrecht en Amsterdam waren op meerdere plaatsen voorwerpen uit het voertuig gegooid. Gezocht op de A2 linker rijbaan. Tijdens het zoeken werden verschillende pakketjes aangetroffen. De genoemde pakketjes zagen er allen hetzelfde uit. Met tape omwikkelde pakketjes en de grootte van een sigarettenpakje. Enkele pakketjes waren opengescheurd. Hierdoor zag ik dat de inhoud van de pakketjes een bruinkleurig poeder betrof.
7.
Proces-verbaal van de politie
Doorzoeken voertuig met kenteken [kentekennummer] . In het voertuig goederen aangetroffen. 1 GSM type iPhone. Deze lag in het middenconsole. Goednummer: [beslagnummer 2] . 1 Jumbo boodschappentas, die achter de bestuurdersstoel lag. Deze tas had de volgende inhoud: grote hoeveelheid aan briefgeld.
8.
Proces-verbaal van de politie
Onderzoek naar het inbeslaggenomen briefgeld dat was aangetroffen in het voertuig met kenteken [kentekennummer] . Goednummer: [beslagnummer 3] .
9.
Proces-verbaal van de politie
Inbeslaggenomen geldbedrag met goednummer [beslagnummer 4] werd afgestort. Na afstorten bleek dit bedrag € 38.580 te zijn.
10.
Proces-verbaal van de politie
Ik was op een nagesprek, omdat het voertuig met kenteken [kentekennummer] welke op naam van [naam 1] staat, gebruikt was door [medeverdachte] en [achternaam verdachte] . [naam 1] vertelde dat hij [voornaam verdachte] en die Turk, hiermee bedoelt hij zeker [medeverdachte] , kent uit de Banne en van
de coffeeshop Atlas. [voornaam verdachte] en [medeverdachte] benaderden [naam 1] of hij auto’s kon huren op zijn naam, zodat zij erin konden rijden. Later vroegen zij hem een auto op zijn naam te zetten. Zij hadden de auto betaald. Hij hoefde deze enkel op zijn naam te zetten. [naam 1] kreeg hier € 400,- voor. Zij vroegen dit, omdat zij beiden geen rijbewijs hadden. Dit had hij gedaan. [naam 1] geeft aan nooit de beschikking over het voertuig te hebben gehad.
11.
Proces-verbaal van de politie
In het middenconsole van een Citroën C3 voorzien van kenteken [kentekennummer] werd een Apple iPhone aangetroffen met beslagnummer [beslagnummer 5] . In het toestel stonden een grote hoeveelheid images. Bericht van pakketbezorger DHL aan [naam 2] . Uit onderzoek bleek dat dit de zus van de aangehouden verdachte [medeverdachte] betreft. Op de foto is een in plastic geseald pakket te zien. Ambtshalve is bekend dat verdovende middelen (cocaïne en/of heroïne) op een dergelijke wijze worden verpakt. Op deze foto is een vermoedelijke hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) te zien. Uit bovenstaande zou kunnen worden opgemaakt dat het onderzochte toestel aan verdachte [medeverdachte] heeft toebehoord.
12.
Proces-verbaal van de politie
Op de Rijksweg A20 ter hoogte van Gouda was een mobiele telefoon uit het voertuig gegooid. Dit toestel werd inbeslaggenomen onder nummer [beslagnummer 6] . In het toestel onder contacten stond de naam ‘Zus’ met het telefoonnummer [gsm-nummer] . Uit onderzoek in de politiesystemen bleek dit telefoonnummer in gebruik bij [persoon A] , geboren op [geboortedatum 2] -1994. Deze persoon bleek te zijn [persoon A] , geboren op [geboortedatum 2] -1994 te [geboorteplaats 2] . Uit onderzoek bleek dat [persoon A] een zus is van de aangehouden verdachte [verdachte] . Uit bovenstaande zou kunnen worden opgemaakt dat het onderzochte toestel aan verdachte [verdachte] heeft toebehoord.
Images en video’s
In het toestel stonden een grote hoeveelheid images en video’s. Op deze foto’s en video’s leken grotere hoeveelheden diverse soorten brokken en/of pakketten verdovende middelen te staan en foto’s van vuurwapens.
13.
Proces-verbaal van de politie
Op de Rijksweg A2 ter hoogte van hectometerpaal 46.0 was een mobiele telefoon uit het voertuig gegooid. In het toestel stonden een grote hoeveelheid images en video’s. Op deze foto’s en video’s leken grotere hoeveelheden, diverse soorten brokken en/of pakketten verdovende middelen te staan en (een) geld(telmachine).
Op pagina 9 van de bijlage staat een uitslagformulier van theorie-examen bij het BCR op 01-08-2022 met de naam [medeverdachte] . Op pagina 10 van de bijlage is een brief van het CBR. Deze brief is ook gericht aan de heer [medeverdachte] . Op pagina 15 van de bijlage is verdachte [medeverdachte] rechts op de foto te zien. Uit bovenstaande zou kunnen worden opgemaakt, dat het onderzochte toestel aan verdachte [medeverdachte] heeft toebehoord. Op het toestel waren ook filmpjes te zien. Het filmpje weergeven op pagina 18 van de bijlage betreft een filmpje met tassen met daarin meerdere pakketjes, in bruin plastic tape gewikkeld. Deze vrij kleine pakketjes vertoonden grote gelijkenis met de pakketjes, die door de verdachten tijdens de achtervolging uit het voertuig waren gegooid.
14.
Proces-verbaal van de politie
Rapport uitkijken camerabeelden. Citroën C3 met kenteken [kentekennummer] gezien. Tijdens de achtervolging zijn er meerdere objecten uit het voertuig gegooid. In totaal heb ik waargenomen dat er 53 voorwerpen uit het voertuig zijn gegooid tot aan de aanhouding.
15.
Proces-verbaal van de politie
Ik las in het proces-verbaal met documentcode [code document 1] 3, opgemaakt door verbalisant [naam verbalisant 1] , dat hij zag dat op de Rijksweg A2 ter hoogte van
hectometerpaal 56.0 en 56.8 pakketjes uit de rijdende Citroën werden gegooid. Ik las
dat hij hier gestopt is om de bruine pakketjes veilig te stellen en in beslag te nemen. Tevens las ik dat hij afzonderlijk proces-verbaal van inbeslagname heeft opgemaakt.
Goednummer: [beslagnummer 7]
Ik las in het proces-verbaal met documentcode [code document 2] , opgemaakt door verbalisant [naam verbalisant 2] , dat op de A2 linker rijbaan tussen Utrecht en Amsterdam op meerdere plaatsen voorwerpen uit het voertuig waren gegooid, waarna door verschillende eenheden werd gezocht op de A2 linker rijbaan, waarbij verschillende met tape omwikkelde pakketjes werden aangetroffen.
Goednummer: [beslagnummer 8]
16.
Schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagneming
Inbeslagneming: A2 ter hoogte van hectometerpaal 56.0 linker rijbaan.
Goednummer: [beslagnummer 7]
Bijzonderheden: 2x met tape omkleed, blokjes van ongeveer 100 gram per stuk.
17.
Schriftelijk stuk, te weten een kennisgeving van inbeslagneming
Goednummer: [beslagnummer 9]
Object: verdovende middelen (heroïne)
Aantal/eenheid: 11 stuks
18.
Proces-verbaal van de politie
Goednummer: [beslagnummer 7]
SIN van goed: AAPN0764NL
SIN van monster: AAPY5773NL
Gewicht netto: 195,1 gram
Goednummer: [beslagnummer 10]
SIN van goed: AAPN0763NL
SIN van monster: AAPY5772NL
Gewicht netto: 945 gram
19.
Deskundigenverslag
Kenmerk Omschrijving FO Conclusie
AAPY5773NL poeder en brokjes, bruin, uit 195,1 gram, bevat heroïne
aantal bemonsteringen in onderzoek: twee
20.
Deskundigenverslag
Kenmerk Omschrijving FO Conclusie
AAPY5772NL poeder en brokjes, bruin, uit 945 gram, bevat heroïne
aantal bemonsteringen in onderzoek: tien
21.
Schriftelijk stuk, te weten een iCov rapportage m.b.t. [verdachte]
[verdachte]
Verzamelinkomen
Omschrijving 2021
Box 1 -
Verzamelinkomen -
Loongegevens
Jaar Loon tot en met Naam werkgever
2021 december Gemeente Amsterdam
2022 oktober Gemeente Amsterdam
22.
Schriftelijk stuk, te weten een iCov rapportage m.b.t. [medeverdachte]
[medeverdachte]
Loongegevens
Jaar Loon tot en met Naam werkgever
2018 december Gemeente Amsterdam
2019 december [medeverdachte]
2.3.2.Bewijsmotivering
Ten aanzien van feit 1 met parketnummer 10/229993-22
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van dit feit omdat het causaal verband tussen hetgeen dat vanuit het voertuig is weggegooid en de later in de berm aangetroffen pakketten ontbreekt. Uit het dossier zou niet blijken dat de voorwerpen die uit het raam zijn gegooid identiek zijn aan de uiteindelijk aangetroffen pakketten met heroïne. Niet kan worden uitgesloten dat er andere voorwerpen zijn weggeworpen dan de ten laste gelegde verdovende middelen en/of dat de gevonden pakketten hier al lagen. Ook wordt betwist dat de verdachte de beschikkingsmacht heeft gehad over de uiteindelijk aangetroffen pakketten heroïne. Mocht de rechtbank oordelen dat de verdachte wel beschikkingsmacht heeft gehad over de pakketten heroïne, dan blijkt nergens uit het dossier dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de inhoud van de pakketten. Tot slot stelt de verdediging zich op het standpunt dat er geen sprake is van medeplegen omdat niet uit het dossier blijkt dat de verdachte en de medeverdachte vooraf afspraken hebben gemaakt over het vervoeren, voorhanden hebben of wegmaken van verdovende middelen.
Beoordeling
Het door de verdediging geschetste alternatieve scenario, dat er andere voorwerpen zouden zijn weggeworpen dan de ten laste gelegde verdovende middelen of dat de pakketten reeds in de berm lagen en niets van doen hebben met de door de verdachten gegooide voorwerpen, wordt weerlegd door de bevindingen van de verbalisanten ten tijde van de achtervolging en de beschrijving van de camerabeelden van de volgauto van de politie. Vrijwel direct nadat door verschillende verbalisanten wordt waargenomen dat de verdachte bruine pakketjes uit de auto gooit, waarvan sommige van deze pakketjes bij het vallen op het asfalt uit elkaar spatten, worden op die plaatsen langs de snelweg dergelijke bruine pakketjes aangetroffen. Blijkens de NFI-rapporten bevatten de aangetroffen pakketjes heroïne. Gelet op de uiterlijke gelijkenis tussen de weggegooide pakketjes en de aangetroffen pakketjes, alsmede het korte tijdsverloop tussen de waarneming van het weggooien en het aantreffen van de pakketjes, kan het niet anders zijn dat de aangetroffen pakketjes door de verdachte uit de auto zijn gegooid. Het is daarbij tevens geenszins aannemelijk geworden dat langs deze weg reeds vele pakketjes heroïne lagen en de rechtbank acht dit ook uiterst onwaarschijnlijk. Dat de verdachte de pakketjes uit de auto heeft gegooid, maakt ook dat de verdachte beschikkingsmacht over de aangetroffen pakketjes heroïne heeft gehad.
Tevens had de verdachte wetenschap van de in deze pakketjes aanwezige heroïne. Door verbalisanten wordt waargenomen dat de verdachte als bijrijder bruine pakketjes uit de door medeverdachte [medeverdachte] bestuurde auto gooit, terwijl deze achtervolgd wordt door meerdere politieauto’s. Het NFI heeft vastgesteld dat de geteste pakketjes gezamenlijk ongeveer 1.140,1 gram heroïne bevatten. Tevens wordt waargenomen dat er door de verdachte twee telefoons uit de auto worden gegooid, waarvan later is gebleken dat zij aan de verdachte en de medeverdachte toebehoren. In deze telefoons worden verschillende afbeeldingen aangetroffen die wijzen op handel in verdovende middelen. Opvallend daarbij is dat de verdachte op de vlucht als eerste zijn eigen telefoon uit de rijdende auto heeft gegooid, vervolgens de bruine pakketjes met heroïne en als laatste de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] . Dit alles – in onderlinge samenhang bezien – maakt dat het niet anders kan zijn dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezige heroïne. Ook volgt uit deze feiten en omstandigheden dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] bij het plegen van feit 1.
Ten aanzien van feit 2 met parketnummer 10/229993-22
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte niet de wetenschap van- en de beschikkingsmacht had over het geldbedrag dat in de Jumbo-tas is aangetroffen. Ook heeft de verdediging verzocht om vrijspraak ten aanzien van het medeplegen omdat er zonder wetenschap geen sprake kan zijn van een nauwe en bewuste samenwerking en er ook geen sprake kan zijn van opzet op het medeplegen van het misdrijf witwassen.
Beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van art. 420bis, eerste lid, onder b Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf", kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.
Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als zo'n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
De rechtbank stelt op basis van het dossier en het onderzoek ter zitting vast dat de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] een persoon heeft benaderd en deze persoon heeft gevraagd om een auto op zijn naam te zetten, omdat de verdachte en de medeverdachte geen rijbewijs hadden en op deze manier in deze auto konden rijden Deze persoon heeft zelf nooit beschikking gehad over de auto. Deze auto is na de aanhouding van de verdachte inbeslaggenomen, waarna de verdachte een klaagschrift heeft ingediend en heeft verzocht om teruggave van de auto. De auto was dus bij verdachte in gebruik. Uit deze auto – die werd bestuurd door medeverdachte [medeverdachte] – zijn door de verdachte pakketjes heroïne en twee telefoons gegooid. Een derde telefoon is in de auto aangetroffen. Achter de bestuurdersstoel in een fel gele Jumbo-tas is het geldbedrag aangetroffen. De inhoud van de telefoons en de pakketjes heroïne wijzen op de betrokkenheid van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bij de handel in verdovende middelen.
Het is een feit van algemene bekendheid dat bij de handel in (hard)drugs vaak gebruik gemaakt wordt van grote cashgeldbedragen. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid in zijn auto van de tas met daarin het geldbedrag en dat hij dit derhalve gezamenlijk met medeverdachte [medeverdachte] voorhanden heeft gehad. Ook acht de rechtbank op grond daarvan het vermoeden gerechtvaardigd dat het in de jumbotas aangetroffen geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Temeer omdat uit de door het Openbaar Ministerie opgevraagde iCOV rapportages blijkt dat de verdachte qua inkomen
slechts een uitkering van de gemeente Amsterdam ontvangt en niet beschikt over een noemenswaardig (geregistreerd) vermogen en medeverdachte [medeverdachte] geen recent inkomen of vermogen heeft.
In een dergelijk geval mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het geldbedrag niet van misdrijf afkomstig is. Een dergelijke verklaring heeft de verdachte daarover echter niet gegeven. Het aldus door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking van witwassen geeft dan ook onvoldoende aanleiding tot een nader onderzoek door het Openbaar Ministerie. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het aangetroffen geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.
De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 2.