ECLI:NL:RBROT:2026:299

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
ROT 25/1113
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen niet-tijdig beslissen UWV

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar door het UWV. Nadat het UWV op 15 juli 2025 alsnog een beslissing nam, trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren en heeft zonder zitting uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling gegrond is.

De vergoeding voor de proceskosten is vastgesteld op €467,-, gebaseerd op een vaste vergoeding per proceshandeling en een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast moet het UWV het griffierecht van €53,- vergoeden.

De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter S.E.C. Debets op 15 januari 2026.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van €467,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens alsnog genomen beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/1113

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit Krimpen aan den IJssel, verzoeker

(gemachtigde: mr. A. Rodriguez Gonzalez),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. W. Smith).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift. Verzoeker heeft zijn beroep ingetrokken, omdat het UWV op 15 juli 2025 een beslissing op bezwaar heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek. Het UWV heeft hierop gereageerd op 28 juli 2025.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
5. Op 28 januari 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het uitblijven van het nemen van een beslissing op bezwaar door het UWV. Het UWV heeft op 15 juli 2025 een beslissing op bezwaar genomen. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?
6. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. Gelet op vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep [3] , ziet de rechtbank - anders dan verzoeker - geen aanleiding om een wegingsfactor van 1 te hanteren en houdt zij vast aan de lijn van de rechtbank en hogere instantie door in zaken als deze een wegingsfactor van 0,5 toe te passen. Dat de zaak voor verzoeker van zeer zwaar gewicht is geweest, leidt niet tot een ander oordeel. Het gaat er bij de toepassing van deze wegingsfactor om dat de procedure juridisch gezien eenvoudig van aard is en daardoor relatief weinig inspanningen van de gemachtigde van verzoeker vergt. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 467,-.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
7. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [4] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.
de griffier is verhinderd te tekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2143.
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.